Posts Tagged ‘Toon Hermans’
Lievvvde
Lievde. Lievvvde. Dat stond er geschreven. Het potlood had zich al omgedraaid om het woord uit te wissen en opnieuw te beginnen.
“Hoho”, riep de pennenzak, “wat ben je van plan?”
“Ik heb een fout geschreven”, zei het potlood, zich wat schamend. Als fulltime schrijfgerief een spellingsfout maken is niet meteen een teken van vakbekwaamheid.
“Wat staat er?”, vroeg de pennenzak. Het potlood dacht dat de vraag retorisch was. De fout was immers evident. Maar de pennenzak zweeg, wachtend op een antwoord.
“Ewel?”
“Lievde. Lievvvde”, zei het potlood, “met een V. En niet met een F.”
En wat ben je aan het schrijven?”, vroeg de pennenzak.
“Een stuk over het belang van liefde. Er is te weinig liefde in de wereld. Moest er meer liefde zijn, dan zou er veel minder miserie zijn.”
Dat laatste was iets te logisch om nog verstandig te klinken.
“All you need is love, dus”, antwoordde de pennenzak.
“Ja”.
“Werd dat al niet een keer geschreven? Door iemand anders?”. De pennenzak keek wat smalend.
“Euh, ja. Natuurlijk. “
“En jij voelt je dus geroepen om daar het ontbrekende werk aan toe te voegen? Het werk dat eindelijk iedereen zal overtuigen om lief te hebben”.
Het potlood was van slag. Wat was er nu fout aan het schrijven van een stuk over liefde? Waarom moest zijn partner zijn initiatief plots in twijfel trekken? Natuurlijk zou zijn stuk niet HET overtuigende bewijs voor de mensheid zijn. Alhoewel hij in een onbescheiden moment wel eens hoopte dat hij een tekst zou schrijven die iedereen van zijn sokken zou blazen.
“Laat je fout maar staan en schrijf jij maar over de lievvvde”, hernam de pennenzak lachend, “niemand heeft over lievvvde geschreven. Je zal de eerste en wellicht de enige zijn.”
“Ja, maar, het is fout. Ik kan toch geen tekst met fouten produceren.”
“Neen, daar gaat het niet om. Als je liefde schrijft met een V, dan begrijpt iedereen nog steeds waarover het gaat én als de mensen het lezen zullen ze stilstaan bij je tekst, want ze ziet er fout uit. Je tekst zal onthouden worden. Mensen zullen naar je tekst verwijzen als die die over Lievvvde gaat. Lievvvde, het baanbrekende werk van Crayon.”
Het potlood keek de pennenzak bedenkelijk aan. Zat ze nu met hem te lachen? Of had ze werkelijk een punt?
“Denk je dat ik met je aan het lachen ben?” vroeg de pennenzak, gedachten lezend. “Waarom zou ik dat doen? Ik hou toch van je?
Het potlood glansde in de zon. ZIJN pennenzak. Zijn partner. Al 25 jaar ondertussen. Hij was groot en lang. Zij, strak en blinkend. Het was liefde op het eerste gezicht, daar op dat rek in het warenhuis. En nu, zoveel jaren later, nu hij nog maar een stompje was en zij wat gekreukt en geschaafd, was hij nog altijd gelukkig met haar. Al zijn teksten had ze gelezen, en verbeterd. Even had hij opzij gekeken. Toen de meetlat haar intrede had gedaan, zo’n tien jaar terug. Maar hij had zich herpakt en de meetlat gelaten voor wat ze was. Cijfers waren immers niets voor hem. Letters, dat was zijn ding. Leven druk je niet uit in cijfers en liefde al helemaal niet.
Ze had wellicht gelijk. Hij zou over de lievvvde schrijven. De lievvvde van hem voor zijn pennenzak.
Hij keek de kamer rond op zoek naar inspiratie. Hij zag een appel die liefdevol naar een peer keek. En een blok hout dat door de lievvvde van het vuur verteerd werd. Buiten door het raam zag hij twee honden. Hun staarten kwispelden synchroon.
De wereld zit vol lievvde dacht hij. Als je maar goed kijkt. Hij keek naar zijn pennenzak. En nu, na 25 jaar, had hij door wat hij die eerste dag voor haar schreef:
Schrijf me, gom me,
verbeter me en zing me,
want ik heb jou altijd liev.”
Lente me, zomer me
September me en winter me
Want ik heb je voor altijd liev
Morgen me, middag me
Avond me en nacht me
Blijf bij me asjeblief
(tekst geschreven voor een huwelijk, op basis van kindertekeningen van de derde klas van de basisschool de Bosrank uit Zingem, gecombineerd met een stukje tekst van Toon Hermans uit het lied ‘Voor Herman’.)
Het Paasontbijt
“De paashaas bestaat niet. Evenmin komen de klokken uit Rome, laat staan gevuld met chocolade-eieren.”
Dit waren de wijze en evenzeer ontnuchterende woorden van mijn zoon, zeven EN een HALF jaar (het halfje is van groot ego-belang) toen ik me bij hem informeerde naar zijn verwachtingen voor de paasvakantie. Vorig jaar had hij mijn moeder uit haar romantische rol van paashaas gehaald toen hij op Paasochtend, met de aandacht van een voetbalcommentator, haar door het raam van zijn kamer had gade geslaan. Niet de paashaas, maar mijn moeder was dus zo vermetel om die eieren te verstoppen op de meest onmogelijke plekken zodat je half mei nog een gesmolten ei vond in een bloembak. Wat is er mis met het leggen van die eieren op de ontbijttafel, naast het brood en de boter, waar ze uiteindelijk thuis horen? Zou het leven te onopgemerkt voorbij gaan?
Maar goed, de eieren zouden in de tuin liggen en ergens was het maar goed ook. Want ook al was dit vanuit het standpunt van procesoptimalisatie niet aanvaardbaar, een paasontbijt had toch iets meer als er mocht gezocht en bij voorkeur ook gevonden worden.
En dat zette mij natuurlijk weerom aan het denken. In onze bedrijven lopen er geen Paashazen rond en ook geen moeders die pretenderen er eentje te zijn om ons leven spannend te maken. Neen, we hebben ze zorgvuldig weggeoptimaliseerd. Gevolg is dat veel werk verworden is tot een voorspelbaar proces, een saai ontbijt zeg maar, dat u en ik wel eens vaker ervaren op een doordeweekse ochtend. We krijgen de cijfers van de marktanalyse die ons vertellen hoe gelukkig onze klanten zijn. We zijn voorzien van zorgvuldig uitgewerkte excelsheets die ons voorspellen welke winst we mogen verwachten van het volgende nieuwe product (waarbij we uiteraard post hoc vaststellen dat die cijfers fout waren). We worden gedrild om niet meer te geloven, maar om te weten. Meten en weten, dat is het enige dat telt.
Dit is helaas onvoldoende. Bedrijven horen mensen te inspireren. Willen we niet dat onze medewerkers betrokken zijn bij hun werk zoals ze zouden zijn bij het zoeken naar paaseieren? Zodat ze bijvoorbeeld spontaan innovatief werken. Dat bereik je niet met meetlatten, excelsheets en cijfers. Er is iets anders nodig om mensen te begeesteren.
Voor Pasen heeft mijn zoon alvast een oplossing voor het probleem gevonden. Mijn moeder is het instrument van de paashaas. Hij, de haas, brengt de eieren de avond voor Pasen, en om te voorkomen dat de eieren ’s nachts zouden nat-regenen, draagt hij mijn moeder op om deze, in zijn naam, ’s ochtends op de door hem aangeduide plaatsen te deponeren. Met deze verklaring verzoent mijn zoon zijn geloof met de dagelijkse realiteit. Hiermee voorkomt hij dat het paasontbijt een “ontbijt” wordt.
Om te besluiten met de woorden van Toon Hermans: “Het is goed iets te weten wat je weten kunt, maar het is zoveel mooier iets te geloven wat je niet kunt weten.”
