Posts Tagged ‘onschuld’

De weg naar de vrijheid – 1 april 2011 – Droge luiers

Voorwoord

In navolging van de publicatie “Erfenis uit de toekomst”, een reeks brieven die ik in 2010 aan mijn zoon van toen 10 jaar schreef om ze door hem te laten lezen binnen 20 jaar, komt er in 2011 een reeks brieven gericht aan mijn kersverse dochter. De naam doet er opnieuw niet toe, mijn dochter moet geen BV worden. Maar ze is wel op 1 maart 2011 geboren.

Deze reeks krijgt als titel “De weg naar de vrijheid” en verwijst naar de evolutie die elk van ons doormaakt en dus ook mijn dochter. Mijn dochter is sedert één maand al iets vrijer dan toen ze nog geborgen zat in de baarmoeder van haar moeder. Ze heeft zich letterlijk een weg naar de vrijheid gebaand, evenwel geholpen door een vrijheidsstrijdende gynaecoloog en vroedvrouw. Het is haar eerste stap. Voor het overige is ze nog geheel afhankelijk van ons. Als wij haar niet voeden en verzorgen, dan haalt ze het niet. Later, binnen 20 jaar, zal ze eerder denken dat, als wij niet ophouden met haar te voeden en te verzorgen, dat ze het niet zal halen. Dan zal ze weer een stukje vrijer zijn. Zo is dat voor mijn dochter, zo is dat voor mij en zo is dat voor u, de lezer. Dat is ook zo voor een bedrijf dat net werd opgericht en amper op eigen benen kan staan. Als het de kans krijgt om volwassen te worden, dan zal het bedrijf vrijer geworden zijn.

Daarover wil ik schrijven, over deze weg naar de vrijheid. En stil staan bij de prijs die we daarvoor betalen. Want de reis is niet gratis. Ik weet nu al dat mijn dochter haar onschuld als prijs zal betalen voor haar volwassenheid. Nu vergeven we haar alles nog en zien we alleen het goede. Later, als de onschuld weg-geërodeerd zal zijn, zullen we soms woorden hebben, haar misschien zelfs eens niet geloven als ze beweert dat ze haar huiswerk echt wel gemaakt had. Ook dat maken we in onze carrière, in onze bedrijfsgroei mee.

We verliezen ook de verwondering, de naïviteit. Een kind ziet zoveel meer mogelijkheden dan de beste expert, zegt het spreekwoord. En dat is ook zo. Naarmate je ouder wordt, nemen je mogelijkheden af, of ten minste zo denken we vaak.

Daarover gaat deze reeks. Over de weg naar de vrijheid. Brieven gericht aan mijn pasgeboren dochter, in de hoop zo lang mogelijk haar onschuld en verwondering te borgen. U vindt een eerste verhaal in deze reeks hieronder.

Veel leesplezier.

 


Verhaal – De weg naar de vrijheid – 1 april 2011 – Droge luiers

 

Liefste dochter,

Dit is een eerste brief over jouw weg naar jouw vrijheid. In het beste geval kan je deze brief binnen zes jaar lezen. Begrijpen zal wellicht meer dan tien jaar geduld vragen. We hebben dus even de tijd.

Sedert één maand ben jij onderweg naar jouw vrijheid. Je eerste bijzonder grote stap heb je al gezet. Welke baanbrekende toeren je ooit uithaalt, dergelijke grensverleggende stap komt er hoe dan ook niet meer. Je hebt je letterlijk losgerukt van je moeder waarin je veilig geborgen zat. Op 1 maart koos je voor een zelfstandig bestaan, hoewel die keuze niet jou toekwam, maar een gevolg was van moeder natuur. Mensenkinderen gaan, prematuur weliswaar, zich al na negen maanden losrukken van hun moeder. Sedert we rechtop zijn gaan lopen, zijn onze hersenen buiten proportie gegroeid. En mochten we deze eerst laten volgroeien, dan zouden we niet meer uit die baarmoeder geraken. Dus werd je prematuur geboren. Pre-matuur. Oftewel, vooraleer je volledig ontwikkeld was. Met een schedeltje dat zich nog kan plooien om eruit te geraken. De natuur is toch briljant in het vinden van oplossingen voor problemen. Het rechtop lopen van de mens is misschien wel een mooie metafoor voor het feit dat wij er de rest van ons leven vaak veel te vroeg vandoor gaan. We hebben te weinig geduld en luisteren te weinig naar de natuur. Het zit in je genen ingebakken. Het zal wellicht nog onderwerp zijn van onze latere correspondentie. Anderzijds maken die niet volledig afgewerkte hersenen het mogelijk dat wij, je (voor)ouders, je nog iets kunnen leren, je iets kunnen doorgeven. En zo zal jij meer weten dan wij wisten op jouw leeftijd. Evolutie heet dit en het heeft ons al veel vruchten gegeven. Je plooibaar schedeltje met zijn fontanellen is dan weer de perfecte metafoor voor de “open mind” waarmee je letterlijk geboren wordt. Naarmate de fontanellen sluiten, zal de flexibiliteit van je denken ook verminderen. En zelfs je zo geroemde kinderlijke onschuld. Het is een lot dat we niet kunnen ontlopen.

De eerste vragen over die onschuld waarmee je geboren werd, duiken al op. Toen je de eerste dagen huilde, waren we zeker dat je ons een teken wou geven. Honger of volle luier, veel meer had je niet te melden en veel meer behoeftes dan eten en een schone broek had je niet. Na een maand doken al twijfels op. Zoekt ze niet wat aandacht? Mogen we je bij het minste geschrei oppakken en sussen, of leggen we daar al de kiem voor een later rotverwend en onhandelbaar prinsesje? Een arts in de familie stelde ons gerust: tijdens die eerste maanden kan je hen niet verwennen. Er treedt geen gewenning op bij het knuffelen en baby’s van enkele maanden oud zijn niet in staat om een knuffelstrategie te bedenken om zo de weg van de minste weerstand voor opgroeien te vinden. We zijn nu nog even gerustgesteld. Maar toch. We hebben ons toch die vraag gesteld.

Wat zegt dat dan over ons? Waarom gaan we ervan uit dat jij misschien nu al een verborgen agenda zou hebben? Hebben wij er dan ook één? Of werden we te vaak met deze agenda’s geconfronteerd? Is het een eigenschap van onze soort om een agenda te hebben die we liever niet delen met anderen? Vormt die harde schedel met dichtgegroeide fontanellen, die elk van ons heeft, een schild waarmee we ons isoleren van de ander?

Het is iets waar ik de komende weken, tot ik je opnieuw schrijf, even wil over nadenken. In afwachting mag je erop rekenen, dat we je met een kort gebaar van jouw kant, zullen voorzien van eten, drinken en droge luiers. Laten we dat alvast afspreken.

Veel liefs.

Je vader

21u15

“Wat ben je aan het doen?” vraag ik hem.
Ik wacht op jou, was zijn antwoord. Hij zat rechtop in zijn bed, te wachten. Rustig. Gewoon. Te wachten. Het verraste me enigszins. Hij heeft immers niet zo’n rustige natuur, zeker niet als het op zijn bed aan komt. Dan is hij zelden moe als het bedtijd is.  10 jaar. Dan is het bed altijd een landschap vol avonturen, die opduiken voor het slapen gaan.

Ik schrok ook omwille van de eerlijke onschuld van zijn antwoord. Hij was inderdaad aan het wachten op mij. Niets meer, niets minder. Geen verwijt, geen verontwaardiging, zelfs geen teleurstelling, nog niet. Het raakte me, hard en diep. Hoe vaak hoor je een volwassene zeggen dat hij wacht, zonder verontwaardiging?

We hadden om 21u afgesproken aan de rand van zijn bed. Het was immers vakantie. Dan mocht het iets later zijn. Sedert december lezen we, aan een ritme van ongeveer vier dagen per week, samen een boek. Twee hoofdstukken per avond, zo’n 15 à 20 bladzijden. 20 minuten. Ik lees voor, hij leest mee. Het is een ritueel dat zijn eigen plek heeft gekregen. In het half donker met enkel een nachtlampje op de tafel en een leeslampje naast het bed, lezen we de jeugdboekenreeks Torak en Wolf. Het verhaal, mijn stem, de nacht. De wereld van Torak komt dan tot leven. We zitten al aan het tweede boek.

Het was 21u15. Ik was te laat. Maar er was geen verwijt. Ik was te laat omdat ik deed wat volwassenen vaker doen. Voortdoen met wat ze bezig waren. Werken of nog snel het nieuws lezen, of zoals in mijn geval, mijn houtbewerkingsatelier opruimen. Ik zit er vaak de laatste tijd. En ik zit er graag. Zo graag, dat ik mijn zoon liet wachten. Ik had de keuze. Zoals we vaak de keuze hebben. Maar ik liet hem wachten. Ik had vroeger kunnen stoppen en onze afspraak respecteren. Het is een tip die ik, als adviseur in samenwerking, wel vaker geef. “Met simpele dingen toon je het meeste respect en bouw je de beste samenwerking. Door bijvoorbeeld op tijd te komen.” Ook mijn zoon lees ik wel eens de les. En hij laat het zich doorgaans welgevallen. Ik ben de leraar. Ik weet hoe het moet en dat denkt  hij ook.

Maar nu las hij me de les. Ongewild en onwetend. Door te doen wat ik zo vaak vraag. Hij was op tijd. Had hij maar gezegd “was je weer aan het werken?” Of zelfs “je bent weer te laat, papa!” Maar nee, hij suggereerde niets, niet met woorden, niet met zijn stem, niet met zijn houding. Hij vertrouwde erop dat ik er ging zijn. Ook al had hij de ervaring dat ik soms wel verzonken ben in mijn eigen wereld. Hij wachtte.

De leraar en de leerling. Ik ervoer plots wat het betekende: “de leraar en de leerling bewandelen naast elkaar het pad.” Hij grijpt ’s ochtends, als we naar school stappen, nog vaak naar mijn hand. Ik dacht al die tijd dat ik hem leidde, maar misschien en wellicht is het ook omgekeerd. De kracht van eerlijke onschuld. Of mildheid. Ik hoop dat hij het niet afleert.

Inschrijven voor verhalen
We publiceren regelmatig nieuwe verhalen. Schrijf hier in en ontvang twee keer per maand onze nieuwsbrief met een nieuw verhaal en interessant nieuws in je mailbox.
Jens in ‘t kort
inspireren comparatieve filosofie innovatie regisseur reorganisaties software testing adviseur acteur passie Ulrich Libbrecht vader eigen bedrijven spreker Charles Handy samenwerken David Maister Sumantra Ghoshal lesgever timmeren motivatie Willem Vermandere Toon Hermans verhalenverteller percussie schrijver
Meer over Jens Pas