Posts Tagged ‘leraar’
21u15
“Wat ben je aan het doen?” vraag ik hem.
Ik wacht op jou, was zijn antwoord. Hij zat rechtop in zijn bed, te wachten. Rustig. Gewoon. Te wachten. Het verraste me enigszins. Hij heeft immers niet zo’n rustige natuur, zeker niet als het op zijn bed aan komt. Dan is hij zelden moe als het bedtijd is. 10 jaar. Dan is het bed altijd een landschap vol avonturen, die opduiken voor het slapen gaan.
Ik schrok ook omwille van de eerlijke onschuld van zijn antwoord. Hij was inderdaad aan het wachten op mij. Niets meer, niets minder. Geen verwijt, geen verontwaardiging, zelfs geen teleurstelling, nog niet. Het raakte me, hard en diep. Hoe vaak hoor je een volwassene zeggen dat hij wacht, zonder verontwaardiging?
We hadden om 21u afgesproken aan de rand van zijn bed. Het was immers vakantie. Dan mocht het iets later zijn. Sedert december lezen we, aan een ritme van ongeveer vier dagen per week, samen een boek. Twee hoofdstukken per avond, zo’n 15 à 20 bladzijden. 20 minuten. Ik lees voor, hij leest mee. Het is een ritueel dat zijn eigen plek heeft gekregen. In het half donker met enkel een nachtlampje op de tafel en een leeslampje naast het bed, lezen we de jeugdboekenreeks Torak en Wolf. Het verhaal, mijn stem, de nacht. De wereld van Torak komt dan tot leven. We zitten al aan het tweede boek.
Het was 21u15. Ik was te laat. Maar er was geen verwijt. Ik was te laat omdat ik deed wat volwassenen vaker doen. Voortdoen met wat ze bezig waren. Werken of nog snel het nieuws lezen, of zoals in mijn geval, mijn houtbewerkingsatelier opruimen. Ik zit er vaak de laatste tijd. En ik zit er graag. Zo graag, dat ik mijn zoon liet wachten. Ik had de keuze. Zoals we vaak de keuze hebben. Maar ik liet hem wachten. Ik had vroeger kunnen stoppen en onze afspraak respecteren. Het is een tip die ik, als adviseur in samenwerking, wel vaker geef. “Met simpele dingen toon je het meeste respect en bouw je de beste samenwerking. Door bijvoorbeeld op tijd te komen.” Ook mijn zoon lees ik wel eens de les. En hij laat het zich doorgaans welgevallen. Ik ben de leraar. Ik weet hoe het moet en dat denkt hij ook.
Maar nu las hij me de les. Ongewild en onwetend. Door te doen wat ik zo vaak vraag. Hij was op tijd. Had hij maar gezegd “was je weer aan het werken?” Of zelfs “je bent weer te laat, papa!” Maar nee, hij suggereerde niets, niet met woorden, niet met zijn stem, niet met zijn houding. Hij vertrouwde erop dat ik er ging zijn. Ook al had hij de ervaring dat ik soms wel verzonken ben in mijn eigen wereld. Hij wachtte.
De leraar en de leerling. Ik ervoer plots wat het betekende: “de leraar en de leerling bewandelen naast elkaar het pad.” Hij grijpt ’s ochtends, als we naar school stappen, nog vaak naar mijn hand. Ik dacht al die tijd dat ik hem leidde, maar misschien en wellicht is het ook omgekeerd. De kracht van eerlijke onschuld. Of mildheid. Ik hoop dat hij het niet afleert.
De steenkapper
Zijn opdrachtgever was formeel geweest. Twaalf marmeren beelden voorstellende de dierenriem. Elk beeld twee meter hoog op een arduinen sokkel van ongeveer één meter. Het was zijn grootste opdracht als steenkapper, want zo noemde hij zich graag. Liever steenkapper dan beeldhouwer. Het klonk artisanaler en zo had hij het graag. Hij had een ruim budget gekregen. Hij mocht zijn marmer zelf gaan kiezen in de steengroeve. Hij voelde zich een echte.
En zo gebeurde het dat zes maanden later drie grote vrachtwagens de marmeren blokken kwamen uitladen aan zijn atelier. Zijn erf had er nog nooit zo vol bijgelegen. Dagen besteedde hij aan het bekijken van zijn blokken. Welk beeld zou uit welk blok komen? Hij keek, voelde, mat, dacht na en keek nog eens opnieuw. Een eerste blok werd gekozen en hij toog aan het kappen. Dagen en nachten bracht hij in zijn atelier door. Gedreven door het vuur van het steenkappen. Ongeduldig om de eerste contouren te zien van zijn creatie. Zijn opdrachtgever was formeel geweest. Het moesten klassieke beelden worden, met een moderne strakke lijn, overeenkomstig zijn bedrijf. Zijn bedrijf pretendeerde het diepe inzicht te hebben van de Grieken, maar dan wel in een actueel tijdperk. Daar was hij samen met een adviseur achter gekomen. Na een tweetal weken kon je zien welke richting het uitging. Dit zouden de Vissen worden. De aders in het marmer vormden het spel van het water.
Maar de derde week ging het mis. Net toen hij aan de staart van een vis met strakke lijn kapte, begon het beeld te splijten. Er was geen houden aan. Twee tikken en een groot stuk marmer brak af. De vis had geen staart meer. De steenkapper was in paniek. Hij belde zijn leraar van weleer en verzocht hem naar zijn atelier te komen. De leraar kwam. De leraar vroeg waarom hij hier en daar had gekapt. “Er moest een strakke lijn in komen”, sprak de steenkapper. “Een strakke lijn”, herhaalde de leraar. “Om in overeenstemming te zijn met het bedrijf”, vulde de steenkapper aan.
“Een bedrijf kan veel willen”, zo sprak de leraar, “maar een steen laat zich niet gebieden. Een kunstenaar is de baas over zijn werk op papier, tijdens de voorbereidingen. Zodra hij een steen geselecteerd heeft, is de steen de baas. Enkel door eerst respect te hebben voor de steen, kan je de steen met succes naar je ontwerp zetten. De steen moet je ontwerp niet respecteren. Maar je ontwerp wel de steen.”
“Dan is dit kapotte beeld misschien toch nog goed”, antwoordde de steenkapper, “want dat is misschien de boodschap die te onthouden valt.”
