Posts Tagged ‘kennis’
De triangel
De dirigent keek bezorgd door het raam. Het concert was net afgelopen en alhoewel het publiek het orkest had beloond met een staande ovatie, wist hij dat het niet perfect was geweest. Die nieuwe, daar was nog werk aan. Alhoewel, kon je dat oplossen?
Het was het eerste concert met een nieuwe muzikant die de triangel speelde. En alhoewel het instrument zowat het kleinste was van het orkest, slechts drie klanken voorbracht, en meer niet werd bespeeld dan wel tijdens een concert, had de triangel voorheen een bepalend effect gehad op het orkest. Niet in het minst omdat de triangel, hoe klein hij ook was, overal doorheen klonk. Met hemelse zuiverheid kon je de triangel horen tot op de achterste rij in het concertgebouw. Je kon dus maar zorgen dat je op het juiste moment op de triangel tikte.
Maar daaraan lag het niet. De nieuwe muzikant kende zijn vak. Hij beroerde de metalen driehoek met wiskundige precisie. En misschien was dat het probleem. In het concert dat die avond gespeeld werd, kwam er net een moeilijke pianopartij vlak voor zijn “ting”. En de pianist had de neiging altijd een beetje te vertragen waardoor de triangel ook wat later moest komen. Maar dat aanvoelen, dat had de nieuweling niet. Hij miste de ervaring met het orkest. Iets wat je niet op de schoolbanken kon leren.
Maar nog belangrijker was de rust die de oude triangelaar al die jaren had uitgestraald, daar achteraan op de laatste rij van het orkest. Als een soort gespiegelde dirigent had de vorige triangel-speler, de andere slagwerkers en zelfs een deel van de kopers altijd gesteund met een rustig gebaar, een fluisterend woord. Ook al bespeelde hij het kleinste dingetje, hij had vroeger gespeeld bij de grote Von Karajan. Maar hij was al die jaren, zoals zijn instrument, bescheiden gebleven, respectvol naar iedereen rondom hem. De spanningen die tijdens een concert al eens naar boven kwamen als er al eens fout werd gespeeld, had hij altijd met een milde glimlach kunnen bezweren.
En het was die spanning die de dirigent had gevoeld tijdens het concert. De souplesse van weleer was er niet. De noten waren noten gebleven, juist gespeeld, maar daarmee was het nog geen muziek. De kennis was er, maar de rest nog niet.
Rood
Met gesloten ogen zat hij aan zijn bureau en keek voor zich uit. Nu ja, keek…Zijn ogen waren dicht. Hij hield ze dicht. Omdat hij dat wilde. Omdat hij dan zoveel meer zag. Hij had er nochtans zo hard naar uitgekeken. Nu, na 35 jaar, bleek er een remedie te zijn tegen zijn beperking. Met een bijzondere operatie zou hij eindelijk kunnen zien. Daar waar baby’s hun zicht geheel ontwikkelen na enkele maanden, was dat bij hem nooit gebeurd. Om één of andere reden was hij blijven steken in het “rood”. Hij zag bijna niets en als hij iets zag, dan zag hij vooral wat rood was. De rest ging doorgaans aan hem voorbij. Maar de operatie had hem een volwassen zicht gegeven. Met alles erop en eraan. Hij zag.
In tegenstelling tot wat hij verwacht had, ging er geen nieuwe wereld voor hem open. Hij zag nu wel plots hoe een auto eruit zag of een kopje koffie. Hoe zijn koffielepeltje glinsterde in de zon. Dat glinsteren was wel nieuw. Warmte kreeg een gezicht. En hij zag de gezichten van de mensen die hem aanspraken. Maar iets klopte niet. De beelden van de gezichten stemden niet altijd overeen met wat hij dacht te hebben begrepen. Toen hij nog keek met zijn oren, meende hij te begrijpen wat men hem vertelde. In het bijzonder was hij goed in het detecteren van de emoties in een reactie, een opmerking, een antwoord. Op kantoor had hij zelfs de reputatie dat hij mensen veel beter begreep dan wie anders ook. Hij wist wat mensen echt bedoelden. Hij kon wellicht beter luisteren omdat hij blind was. Maar nu, nu hij hun gezicht erbij kreeg, was hij verward. Hun gezicht sprak soms “vriendelijkheid”, terwijl hun stem woedend was, of teleurgesteld. Meer dan minder was het beeld vaak tegengesteld aan de klank. Zo ook in de vergaderzaal. Iedereen praatte met iedereen. Vroeger kon hij bijna elk gesprek, hoe zeer ze soms ook door elkaar liepen,volgen en begrijpen. Nu had hij ogen te kort om te zien wat er rond hem gebeurde.
En zo kwam het dus dat hij besloten had zijn ogen terug te sluiten, nu weliswaar geheel vrijwillig. Zo zat hij daar, met gesloten ogen in een vergaderzaal, aandachtig te luisteren naar wat er verteld werd. Maar hij onthield heel goed de gezichten. Daar waar een normaal mens vele beelden, impressies en gezichten over de jaren in zijn hoofd verzamelde, waardoor je op je vijfendertigste al makkelijk een hele galerij met enkele honderden portretten in je geheugen zitten had, zo had hij er amper een tiental gezien.
Hij luisterde met gesloten ogen naar het debat en probeerde de gezichten te vergeten. Maar het ging moeilijk. De gezichten dansten voor zijn gesloten ogen.
“Hoe meer je van de buitenkant ziet, hoe minder de binnenkant zichtbaar is”, zei hij.
Zou dat enkel zo zijn met gezichten? Of verborgen al die rapporten ook de werkelijkheid? Hoe meer rapporten, hoe meer cijfers, hoe minder we weten? Is er een punt waar kennis meer verbergt dat ont-bergt? Of is het net omgekeerd? Waren de woorden al die jaren onjuist? En de gelaatsuitdrukkingen echt? En had hij dus al die jaren de echte informatie gemist? Hij was verward. Sinds hij zowel zag als hoorde wist hij niet meer wat echt was. Hij was ontredderd.
Hij opende de ogen. Het licht was te fel en de gezichten spraken opnieuw. Hij probeerde het omgekeerde en hield zijn handen voor zijn oren. Waren de gesprekken nu anders? Hoorde hij andere boodschappen nu zijn oren gesloten waren? Hij zag hoe zijn collega het topje van een balpen oppeuzelde, hoe een ander op het ritme van zijn stem een balpen steeds open en dicht duwde. En de vrouw naast hem wreef discreet maar met o zo veel spanning in haar handen. Die op de hoek daar, die was helemaal niet akkoord. En toch bleef hij vriendelijk lachen.
Wat zeggen we? En wat bedoelen we? Wat denken we? En wat weten we? Wat geloven we? En wat voelen we?
Hoe goed de operatie aan zijn ogen ook was gelukt, hij zou het nooit echt weten.
Daar waar de hemel begint
We gingen tot waar de hemel begint, vrij, letterlijk als een vogel. Hij had ons meegenomen in zijn droom, zijn passie. En zo was zijn droom die dag ook een beetje de onze geworden. Hij vloog al 8 jaar. Met sportvliegtuigen. Had hij geleerd toen hij even veel vrije tijd had. En nu nam hij ons mee. In de winter, tussen pot en pint, had hij het ons voorgesteld. Of we geen zin hadden om eens kennis te maken met de sportvliegerij. Toen al zag je het vuur in zijn ogen branden.
En zo kwam het dat wij enkele maanden later met z’n zessen wat aarzelend verzamelden aan een klein vliegveld. Hij vertelde ons over wat ons te wachten stond. Zo zorgvuldig was hij als bezeten. Geboeid leerden we alles over kompassen, frequenties, hoogtes, snelheden, luchtdruk. Zijn hobby zat vol gecertificeerde kennis en wetenschap. Wat later had hij het over verschillende types luchtverkeersleiders, de professionals en de andere. Toen ik hem vroeg naar het verschil tussen beide antwoordde hij: “vertrouwen”. Bij de professional krijg je vooral vertrouwen bij wat hij je vertelt. En dan vlieg je meer ontspannen, zekerder. Ik schrok. Ik dacht dat een professional misschien gewoon meer wist. Ik stelde opnieuw vast dat zelfs in een wereld waar kennis, afspraken en procedures van levensbelang zijn, er nog altijd iets is dat nog belangrijker is: vertrouwen. Ik moest opnieuw denken aan die onderneming die haar personeel bijzonder helder had uitgelegd waarom de veranderingen moesten worden doorgevoerd. Maar niemand had vertrouwen in de boodschapper. Het klonk niet goed. En natuurlijk werkte niemand ontspannen. U weet wat ik bedoel. En ze werken er nog altijd niet ontspannen.
Vertrouwen kan je niet meten. Vertrouwen is geen kennis. Vertrouwen is een gevoel. Hij kon niet vertellen waarom hij die stem van de professional, die hij slechts enkele seconden hoorde, vertrouwde. Voor gevoel bestaan geen meetbare attributen. Net zomin kon ik uitleggen waarom wij allemaal vertrouwen in hem hadden voor hij met ons ging vliegen. We deelden een gevoel en dat gevoel was goed. Het werd een schitterende dag.
Ik wens u een zomer vol vertrouwen. Vertrouwen in de dochter die met heldere afspraken naar haar eerste strandfuif mag. Vertrouwen in de taxichauffeur die u met de juiste route naar uw hotel zal brengen. Vertrouwen in de restauranthouder die u zijn beste wijn aanprijst. Vertrouwen in uw partner die u de reisweg aanwijst. Het is de weg naar daar waar de hemel begint.
O ja, voor ik het vergeet. Je krijgt het makkelijkst vertrouwen als je er geeft.
Geniet van de vakantie! We zijn er eind augustus terug met nieuwe verhalen.
Een boterham met Nutella
Hij was geërgerd, zelfs boos en ook wel teleurgesteld. Waarom moest hij een partner hebben die in kaartlegsters geloofde. De discussie aan tafel was bits geweest. Het begon aanvankelijk gemoedelijk. Hoe ze hem vertelde dat ze hoopte dat hun oudste goed door de examens zou geraken. Hij had het immers moeilijk gehad dit jaar. Ze overliepen zijn curriculum en stelden inderdaad vast dat de opleiding die hij gekozen had toch wel aan de grenzen van zijn kunnen lag. Maar goed, hij was de moeilijke kandidaturen doorgeworsteld, restte nog dit examen en dan nog een laatste jaar. Dan zou hij een Master hebben zoals dat vandaag heet. Daarmee stapte hij in de voetsporen van zijn vader. Vader was hoofd van het laboratorium waar de technologie voor de verre toekomst werd ontwikkeld. Hij sprak zelden over zijn werk. De woordenschat alleen al was vermoeiend om te gebruiken. Maar vader voelde er zich in thuis. Hij was wetenschapper met een grote W. Voor hem alleen zekerheden in de wereld. Feiten die konden verklaard worden door hypotheses met experimenten te laten bevestigen. Dat was zijn wereld. Heel anders dan die van zijn vrouw. Ze was altijd al gefascineerd geweest door horoscopen, tarotkaarten en een enkele keer door een handlezer. Ze waren toen op reis in het verre zuiden en ze had zich laten verleiden door een Gitane.
Meermaals hadden ze ruzie gemaakt over de onzin van dat soort prietpraat. Ze geraakten het er nooit over eens. Ook nu niet. Maar dit keer was het anders. De discussie ging over wat hen allebei zeer nauw aan het hart lag, hun zoon. Daar stap je niet zomaar over heen. Opnieuw argumenteerde hij dat de stand van de maan helemaal niet bepalend kon zijn voor de ontwikkeling van je karakter, zoals hij het beschreef. Zij van haar kant beschreef hoe ze vorige week inderdaad een moeilijke dag had gehad, die haar voorspeld was geweest in haar horoscoop. “Toeval”, had hij gezegd, of “voorbedacht handelen.”
Op haar vraag waarop hij zich beriep om zijn ultieme gelijk te rechtvaardigen, argumenteerde hij dat hij proefondervindelijk te werk ging. Fenomenen zijn een gevolg van een te vinden oorzaak. Dat was zijn handelswijze. En tot heden waren zowat alle fenomenen op deze wijze verklaard. Waarop zij natuurlijk verwees naar de kip en het ei, of noem het de Oerknal. Wat was daar dan wel de oorzaak van geweest?
Haar wereld en haar methodes gaven haar houvast. Ze gaven haar de rust om om te gaan met de gebeurtenissen van morgen, de onzekerheden voor de toekomst. Zijn methodes gaven hem houvast om de wereld zoals ze zich aandiende te verklaren. Waarom zou hij dan zeggen dat zijn aanpak juist is en de hare fout? Het hangt ervan af wat je ermee doet. Hij zei dan weer dat ze zich liet drijven door subjectiviteit en emotie terwijl de zijne er één was van objectiviteit en ratio. Hij bande elk vooroordeel weg om met wetenschappelijke juistheid de waarheid vast te stellen.
En toen zette ze hem schaakmat. “Waardoor wordt jij gedreven?”, vroeg ze hem. Hij probeerde te antwoorden:”door de ratio”. De vraag was echter retorisch. “Jij wordt gedreven door je passie, je belangstelling in het zoeken, in het proberen weten. Je beseft niet eens dat je constant in “de wereld van het geloven” vertoeft. Je gelooft dat er een oorzaak te vinden is voor een fenomeen. En omwille van dat rotsvaste geloof, ga je ernaar op zoek. Het is je rotsvast geloof dat je drijft om kennis te vinden. Jullie overwinnen immense obstakels, verslinden geld met jullie experimenten naar onzichtbare deeltjes, waarmee je een halve planeet eten kunt geven. Allemaal omdat jullie overtuiging jullie drijft om kennis te zoeken. Geen enkel rationeel denkend mens zou zich bezig houden met het zoeken naar een quark. Rationele mensen die grijpen gewoon naar de pot Nutella als ze honger hebben.” Waarop ze de pot open draaide en er een dikke laag mee smeerde. De choco puilde uit toen ze haar boterham dicht plooide.
