Posts Tagged ‘inspireren’

Lezingen maken


Het was zondag en voor het eerst sinds lang ging hij naar de cinema. Tot zijn verbazing was er een bijna meer dan gezellige drukte in het complex. De tijden dat de cinema nog gekenmerkt werd door een verborgen opgewondenheid die je bij de bezoekers kon voelen, niet zien of laat staan horen, waren reeds lang vervlogen. Een pretparkachtige sfeer verwelkomde hem te midden van allerlei rekken met snoepgoed, ijsjes, dvd’s en andere merchandising. Hij baande zich een weg door de consumerende massa en zocht zijn zaal en stoel op. Controles waren allang niet meer nodig. Een computer verklikte met een rood stoeltje op een breedbeeldscherm aan de hele wereld of je al dan niet betaald had voor je zitplaats. De vriendelijke en oogstrelende juffrouw aan de ingang was nu een plasmascherm.

De film heette Rundskop en was de nieuwste en beste van lokale bodem. Ook hij kon naderhand, na een algehele onderdompeling in de vetmesterswereld, alleen maar bevestigen dat het een steengoede film was, van het soort dat je nog maar weinig zag. Beeld, verhaal, muziek, regie, acteren, alles paste als een klassieke symfonie in elkaar. Hij had een gevoel voor taal, verhaal, muziek en beeld, want in zijn vak speelden deze ook vaak een belangrijke rol.

Die avond zag hij ook de eerste aflevering van een met evenveel trompetgeschal aangekondigde nieuwe topreeks, weerom een lokale productie. Een serie die zich afspeelt tegen Vlaanderens grootste koers, De Ronde van Vlaanderen. Hij keek en gromde tevreden. De eerste aflevering, die haast geen verhaal had, beviel hem. En net omdat hij eerder die dag die film had gezien, merkte hij parellellen op tussen beide. Was het misschien dat wat maakte dat hij de beide producties kon smaken? Muziek en beeld waren in beide gevallen zeer zorgvuldig gekozen, wellicht een groot aanbod aan geschoten footage zoals men in het vak zegt. Beeldmateriaal. Kilometers film of eerder gigabytes video tegenwoordig. Muziek en beeld, in beide gevallen van een impressionistische aard. Met een zeer groot vakmanschap gemonteerd zodat de verhaallijn perfect opgetild of ondersteund werd naargelang de behoefte.

Zijn vak speelde zich af in de wereld die in de boekenwinkel onder “economie en management” werd geklasseerd. En dan nog zeer specifiek in de afdeling congressen, seminaries, lezingen en vergaderingen. Je moet goed zoeken om een poëtisch beeld in deze rekken terug te vinden. En toch regeert ook daar de passie, zie je net zoals bij regisseurs en acteurs oplaaiende emoties, teleurstelling, woede en geluk. Maar er wordt te weinig zorg besteed aan de vorm, het beeld, de muziek. Behalve buitensporige aandacht voor een logo, de bedrijfskleur en het lettertype, regeren verder alleen cijfers en letters. Stel je een film voor waarbij men enkel de opening van mooie beelden voorziet en verder de acteurs gewoon voor een witte achtergrond zet om elk hun rol voor te lezen. Dit is nochtans wat je vaak ziet bij een lezing of congres. Een opsomming van cijfers, voorgelezen door een niet eens geoefend spreker. Hiermee willen we dan de toehoorders inspireren. Onze medewerkers motiveren. Onze klanten overtuigen.

Na deze bedenking zette hij zich weer aan zijn computer en begon opnieuw en zeer zorgvuldig te zoeken naar het juiste plaatje dat moest illustreren wat hij wou vertellen op het seminarie waarvoor zijn klant hem had uitgenodigd. Noch Roskam, noch Eelen hadden het zo bedoeld, maar ze inspireerden hem tot het volhouden van zijn ambacht: lezingen maken.

Galet


Haast achteloos gleed zijn hand over de steen. Het was een grijze steen, een platte, rond van vorm, met wat zwarte stipjes. “Un galet” zeiden ze in Nice. Hij had de steen opgeraapt op het strand aan de Promenade des Anglais, een strand met alleen maar keien, rond en glad, gemaakt door het geduldige water.

Daar lag hij dan, op zijn bureau. De grijze platte ronde steen. Hij verzamelde, zei hij. In werkelijkheid had hij er maar een tiental. Meegebracht van verschillende reizen. Doorgaans niets bijzonders. Geen heldhaftige verhalen maar gewoon opgeraapt daar waar hij wandelde. Zo ook trouwens dat rode wat piramidaal hoekig steentje. Dat kwam uit de woestijn van Australië, de Outback. Het klonk spectaculairder dan het was. Hij had er gewandeld, dat wel, maar de tocht was niet zo gevaarlijk als hij vaak klonk, telkens hij over het keitje vertelde. Hij dikte het soms wat aan.

Liggen, dat was het enige dat hij deed. En dat hij kon doen. Zowel de galet als de piramide lagen alleen maar. Stenen stonden zowat helemaal onderaan de ladder als het ging om vrijheid van handelen. Een steen kon alleen maar liggen. Hij kon zelfs niet gaan verliggen. Daar had hij het getij van de zee voor nodig, of het water van een rivier. Of een bulldozer. Bloemen kunnen zich ook niet verplaatsen, maar zij kunnen zich op zijn minst al richten tot de zon. Wij kunnen lopen. Waar we maar willen. We staan bovenaan de ladder. Althans, dat denken we.

En toch, in al zijn stil zijn, raakte de steen hem. De steen hield zijn aandacht vast. De steen liet hem nadenken. Kon ik dat ook maar, dacht hij bij zichzelf. Hij was adviseur. Zo noemde hij zichzelf. En hij kwam net terug van een cliënt. Die hij met een tientallen bladzijden tellend rapport had proberen te overtuigen om zijn advies op te volgen. Maar de klant had niet geluisterd. Ik was beter een steen geweest, zo bedacht hij. Niet “als van steen”. Niet “hard en onverzettelijk”. Maar stil, standvastig, duidelijk zelfzeker. Maar zonder het uit te schreeuwen. De steen stond ook niet op zijn tafel te dansen om de aandacht te trekken. De steen was steen. En daarom zo inspirerend.

Ik moet meer overtuigen door minder te praten, zo besefte hij. Hij had ooit wel zo’n cursus gevolgd. Actief luisteren, empathisch gedrag, dat soort dingen. “Zorg dat je altijd minder woorden zegt dan je klant, ook al betalen ze je voor je advies”.

Steen zijn. Zorgen dat je op die tafel ligt, zo dacht hij. En die beslissing neem jij niet. Dat doet de cliënt. Net zomin als die galet op je bureau is geklommen, zo open jij de deur niet van je klant. De klant raapt je op. En neemt je mee. Omdat je de mooiste bent? De knapste? Die steen ligt naast duizenden andere gelijke stenen, die toch weer een beetje anders zijn. Had het piramidaal steentje op het strand gelegen, dan had je het waarschijnlijk storend gevonden. Uit Nice neem je galets mee, platte ronde stenen. Zo’n galet is eerlijk en authentiek. Ook al is hij een steen.

Het Paasontbijt

“De paashaas bestaat niet. Evenmin komen de klokken uit Rome, laat staan gevuld met chocolade-eieren.”

Dit waren de wijze en evenzeer ontnuchterende woorden van mijn zoon, zeven EN een HALF jaar (het halfje is van groot ego-belang) toen ik me bij hem informeerde naar zijn verwachtingen voor de paasvakantie. Vorig jaar had hij mijn moeder uit haar romantische rol van paashaas gehaald toen hij op Paasochtend, met de aandacht van een voetbalcommentator, haar door het raam van zijn kamer had gade geslaan. Niet de paashaas, maar mijn moeder was dus zo vermetel om die eieren te verstoppen op de meest onmogelijke plekken zodat je half mei nog een gesmolten ei vond in een bloembak. Wat is er mis met het leggen van die eieren op de ontbijttafel, naast het brood en de boter, waar ze uiteindelijk thuis horen? Zou het leven te onopgemerkt voorbij gaan?

Maar goed, de eieren zouden in de tuin liggen en ergens was het maar goed ook. Want ook al was dit vanuit het standpunt van procesoptimalisatie niet aanvaardbaar, een paasontbijt had toch iets meer als er mocht gezocht en bij voorkeur ook gevonden worden.

En dat zette mij natuurlijk weerom aan het denken. In onze bedrijven lopen er geen Paashazen rond en ook geen moeders die pretenderen er eentje te zijn om ons leven spannend te maken. Neen, we hebben ze zorgvuldig weggeoptimaliseerd. Gevolg is dat veel werk verworden is tot een voorspelbaar proces, een saai ontbijt zeg maar, dat u en ik wel eens vaker ervaren op een doordeweekse ochtend. We krijgen de cijfers van de marktanalyse die ons vertellen hoe gelukkig onze klanten zijn. We zijn voorzien van zorgvuldig uitgewerkte excelsheets die ons voorspellen welke winst we mogen verwachten van het volgende nieuwe product (waarbij we uiteraard post hoc vaststellen dat die cijfers fout waren). We worden gedrild om niet meer te geloven, maar om te weten. Meten en weten, dat is het enige dat telt.

Dit is helaas onvoldoende. Bedrijven horen mensen te inspireren. Willen we niet dat onze medewerkers betrokken zijn bij hun werk zoals ze zouden zijn bij het zoeken naar paaseieren? Zodat ze bijvoorbeeld spontaan innovatief werken. Dat bereik je niet met meetlatten, excelsheets en cijfers. Er is iets anders nodig om mensen te begeesteren.

Voor Pasen heeft mijn zoon alvast een oplossing voor het probleem gevonden. Mijn moeder is het instrument van de paashaas. Hij, de haas, brengt de eieren de avond voor Pasen, en om te voorkomen dat de eieren ’s nachts zouden nat-regenen, draagt hij mijn moeder op om deze, in zijn naam, ’s ochtends op de door hem aangeduide plaatsen te deponeren. Met deze verklaring verzoent mijn zoon zijn geloof met de dagelijkse realiteit. Hiermee voorkomt hij dat het paasontbijt een “ontbijt” wordt.

Om te besluiten met de woorden van Toon Hermans: “Het is goed iets te weten wat je weten kunt, maar het is zoveel mooier iets te geloven wat je niet kunt weten.”

Rigoureus en onverwacht

Ik kreeg onlangs een mail van een lezer van mijn artikels. Het doet altijd plezier een reactie te krijgen – zo ontdek je plots dat er toch iemand is die echt leest wat je schrijft. Deze reactie was toch bijzonder. Het betrof een lezersbrief afkomstig van een collega waarmee ik 15 jaar geleden heb samengewerkt. Als reactie op een artikel over inspireren, werd mij de eer toebedeeld dat ik in heel de carrière van de betrokkene een zeer inspirerende rol had gespeeld. Ook al werkten we maar een jaar echt samen.

Nu is het altijd bijzonder prettig om dergelijk compliment te krijgen, ook al is het 15 jaar na datum.Toen had ik geen flauw benul van mijn impact op de persoon. En misschien gelukkig maar. Ik herinnerde me plots de hele periode waarin we hadden samenwerkt. Het was mijn eerste “managersjob”. Ik had 2 jaar ervaring en kreeg de kans een afdeling te leiden. Niet gehinderd door enige echte managerskennis heb ik toen de meest waanzinnige initiatieven genomen. Zo had ik op een nacht heel onze afdeling vol posters gehangen met daarop “zelfcontrole”, in een poging om het kwaliteitsbewustzijn van mijn afdeling te verhogen. Dat ik daarmee een belerend vingertje opstak ter grootte van de Eifeltoren, had ik helemaal niet door. Twee dagen later waren mijn posters dan ook afgerukt door mijn beledigde collega’s. Of toen ik, als reactie op de onbruikbare bedrijfssoftware om klantenklachten bij te houden, besloot om mijn afdeling te laten werken met papieren steekkaarten en houten bakjes. Onze afdeling stond binnen de kortste keren vol met houten databases. En het werkte nog ook…maar ook daar moest ik bakzeil halen en mij plooien naar de normen van het bedrijf. En uiteindelijk, toen ik na weer een reorganisatie mijn afdeling gesloopt zag, en ik als volleerd kraker mijn afdeling bezette en me “niet liet uitdrijven”, mocht ik de eer aan mezelf houden en een nieuw speelterrein zoeken voor mijn managersambities “extra muros”. Op een ander, zeg maar.

En met dergelijke stommiteiten had ik dus een collega geïnspireerd. Toegegeven, soms deden we dingen die echt wel werkten. Van de vele regels die we overtraden, werd er heel af en toe wel eentje afgeschaft omdat ons anarchisme zijn waarde had bewezen. Maar het blijft voor mij een raadsel wat het geheim van de inspiratie dan wel was.

Misschien was het enige dat echt anders was toen dat ik alles “vanuit de buik” deed. Geen poses, niet gokkend op een volgende hogere functie, gewoon doen omdat ik dacht dat het nodig was en zou helpen. Authentieker kon ik toen niet zijn.
Later werd ik op cursus gestuurd waar mij echte managerskennis werd ingelepeld en sindsdien is het nooit meer goed gekomen. Ik deed teveel moeite om het goed te doen, om een objectief te bereiken. Ik was teveel bezig met het doel en te weinig met de reis. Alles werd gepland en vooraf afgewogen. Weinig spontaniteit.

Toen ik deze tekst begon te schrijven hoorde ik op de achtergrond The Scene. “Rigoureus”, klonk het door de stereo, “Rigoureus en onverwacht. Maar altijd uit het hart.”

Dat is het denk ik nu. Rigoureus, onverwacht en uit het hart handelen. Al die managementkennis, samengevat in één liedje van Thé Lau van amper vier minuten. Zoals Thé Lau me nu inspireert, zo betekende ik misschien iets voor mijn collega.

Met dank aan mijn collega die mij na 15 jaar de ogen hielp open doen.

Inschrijven voor verhalen
We publiceren regelmatig nieuwe verhalen. Schrijf hier in en ontvang twee keer per maand onze nieuwsbrief met een nieuw verhaal en interessant nieuws in je mailbox.
Jens in ‘t kort
inspireren comparatieve filosofie innovatie regisseur reorganisaties software testing adviseur acteur passie Ulrich Libbrecht vader eigen bedrijven spreker Charles Handy samenwerken David Maister Sumantra Ghoshal lesgever timmeren motivatie Willem Vermandere Toon Hermans verhalenverteller percussie schrijver
Meer over Jens Pas