Posts Tagged ‘geluk’
Lennon
Ze stond voor het raam. John Lennon was net dertig jaar dood. Ze wist, zoals zovelen, nog waar ze toen was. In het ziekenhuis, als veertienjarig kind herstellend van een kleine ingreep. Ze hield van Lennon en van The Beatles. Tijdens één van haar meer recente managementopleidingen was ze Lennon nog enkele keren tegen gekomen. “Life is what happens when you are busy making other plans”, is een vaak gebruikt citaat om al dat doordacht strategisch denken een beetje in perspectief te zetten.
Onwillekeurig moest ze nu aan Lennon denken. Niet omdat zijn dood herdacht werd, maar omdat zij, dertig jaar nadat Lennon vermoord werd, opnieuw in het ziekenhuis lag. Ze was aangereden door een auto. Op het zebrapad. Dat wist ze niet. Dat had men haar verteld. Voor het eerst in haar leven wist ze bewust dat ze iets niet wist. Een periode van ongeveer vier uur was helemaal niet in haar geheugen aanwezig. Ze wist niets van het uur kort voor het ongeval en van de drie uren erna. Drie uren weg. “Hoe voel je je?” had haar moeder gevraagd. “Goed” had ze naar waarheid geantwoord. Op wat schrammen na die wat pijn deden, voelde ze zich goed. Ontspannen zelfs. Ze stond stil bij het feit dat ze eigenlijk niet wist hoe ze zich die vier vergeten uren had gevoeld.
Hier verder over dubbend vroeg ze zich af hoeveel uren een mens eigenlijk van zijn verleden in zijn herinnering bewust meedraagt. Wie zegt dat hij een fijn leven heeft, waarover heeft die het eigenlijk? Over hoeveel uren van zijn leven heeft hij het dan eigenlijk?
Ze voelde zich nu goed. Op dit eigenste ogenblik. Vanuit één van haar opleidingen wist ze dat een mens zich ongeveer in brokjes van drie seconden bewust is van zijn eigen realiteit. Als je je het afgelopen uur probeert te herinneren, dan plak je dus zoveel mogelijk brokjes van drie seconden aan elkaar. En als die brokjes min of meer hetzelfde waren, dan ga je die als één kleine herinnering onthouden. Één uur genieten van een film wordt dan een korte herinnering. Omdat er te weinig verschillende dingen gebeuren. Een half uur genieten van een film, die onderbroken wordt door een elektriciteitspanne, waarna je vloekend op zoek gaat naar een zaklamp, je teen ondertussen in het donker stotend aan een half openstaande deur, wordt plots een herinnering aan een lange helse avond vol miserie. Dat half uurtje film is dan maar een kleine anekdote die vooral de inleiding was van de pijn die nog zou komen.
Ze kon dus nu niet zeggen hoe ze zich gevoeld had die bewuste vier uren. Geen herinnering en geen wetenschap over geluk of ongeluk. Eigenlijk heb je dus twee soorten geluk, zo dacht ze. Het geluk dat je quasi onbewust ervaart en de emotie die je je herinnert achteraf. En wat meer is, je tevredenheidsgevoel bepaal je vaak op basis van die onvolledige herinnering. Lennon had gelijk, dacht ze. Life is what happens.
Straks begint het nieuwe jaar. Dan wensen we elkaar weer allerlei vormen van geluk toe. Geluk met het aangezicht van een herinnering van toen. Dit jaar zou ze schrijven “Geniet van 2011” in plaats van “We wensen je een gelukkig nieuwjaar”. Genieten doe je nu. Geluk is een onvolledige herinnering.
Geniet van 2011.
Wegversmalling

In schreeuwerig oranje en drie meter hoog stond het daar en niemand die het zag. Het bord stond langs de rand van de weg en het was de bedoeling dat je het zag. Zo’n stevige tweehonderd meter voor de wegversmalling. “Ritsen, vanaf hier”, stond er op. Je zag dat het een oud bord was. De gaten erin waren sporen van de vele boodschappen die het bord vroeger had verteld.
Hij zag het echter wel want hij was er speciaal voor naar hier gekomen. Met een oude versleten vouwstoel. Zo’n ding in witgelakte ijzeren buizen met vier veertjes achteraan en twee stukken zeildoek. Groen, rood, geel gestreept op een witte achtergrond. Het wit was weliswaar niet wit meer en de lak van de buizen was op vele plaatsen roest geworden. Hij zat daar aan de rand van de weg. Als een strandtoerist in Benidorm, kijkend naar de zich steeds opnieuw opvullende file voor het bord.
Zo’n bord wordt telkens weer opnieuw gemaakt in functie van de werfomstandigheden. De ene keer moet er geritst worden van drie naar één rijvak, de andere keer van twee naar één. Dit betekent dat er dus iemand is die zorgvuldig die letters plakt, pijlen op het bord herschikt en er zo nodig ritsende autootjes bij plaatst. Ergens afgelegen in een werfatelier of op de laadbak van een bestelwagen. Doet hij het niet, dan verandert de wereld in een hel. Dan gaan de auto’s op het rechter rijvak bumperen om te verhinderen dat er ook maar iemand van de ‘linksen’ tussen de ‘rechtsen’ kan, daarbij strak voor zich uitkijkend alsof er niemand naast hen staat. Auto’s gaan agressief grommen, automobilisten gaan door het lint. Een enkele vrachtwagenchauffeur besluit zelf het verkeer te regelen door met zijn slagschip twee rijvakken te versperren zodat die onbekwame automobilisten niet meer op dat linker vak verder kunnen rijden.
Hij speelt met enkele letters en schroeft wat pijlen en autootjes op een bord en de wereld verandert in een vredevolle plek, waar men plots met begrip en aandacht elkaar om beurt tussen laat. Wie van ons kan zeggen dat zijn of haar werk op zo’n directe wijze zo’n grote impact heeft op de wereldvrede?
Hij wist het ook niet toen hij daar voor de honderdste keer foeterend die pijlen zat los te maken en aan te passen. Vuil werk, want pijl en bord zit doorgaans onder de roetdeeltjes van de uitlaatgassen. Idioot, hersenloos werkje, op het feit dat je toch een beetje moest kunnen spellen na. Tot zijn chef hem had aanbevolen om deze namiddag eens even vrij te nemen en met die oude strandstoel op de middenberm te gaan zitten, kijkend naar zijn bord. Het zou hem opbeuren.
Hij lachte en zwaaide. Niemand had immers eerder iemand in een strandstoel op de middenberm van de autosnelweg zien zitten. Het was een gek zicht en alle ritsende chauffeurs lachten en zwaaiden. Sommigen sloegen zelfs een praatje, als het even stropte voor het bord. Hij wenste hen goeie reis.
Maar niemand die zag hoe hij en zijn bord hun portie dagelijks geluk had gemaakt.
Suikerboon
Onthutst lag de witte suikerboon in het mandje. Hij begreep helemaal niet meer wie hij was en wie die anderen dan wel waren. Die anderen, dat waren de hele verzameling bruine suikerbonen. Toen hij, tijdens het verpakkingsproces, als bij toeval als enige witte boon bij allemaal bruine bonen was terecht gekomen, waren deze laatste danig geschrokken. Wie was die witte boon? En vooral, wat was hij?
De wereld van de bruine bonen werd gedomineerd door de cacao. Aan het percentage cacao werd de status van de boon afgemeten. 70% cacao was “echter” dan 50%, hoewel de 50% toch meer populair was. Maar hij had geen cacao in zich. Hij was gevuld met een amandelnoot. Hij kreeg maar niet uitgelegd aan zijn ogenschijnlijke soortgenoten dat hij ook een suikerboon was, van een ander type. De bruine bonen konden er zich moeilijk in vinden. Ze hadden dan maar besloten dat hij, de Witte, een boon met 0% cacao was.
De Witte voelde er zich niet goed bij. Hij was een suikerboon en had inderdaad 0% cacao in zich. Maar hij vond die manier om zich te beschrijven fout, zeker als je status er ook nog eens van ging afhangen.
Plots voelde hij een vorm van geluk en zelfbevestiging. Hij werd als enige gegrepen door het kind, dat de boon in de mond stak. Zachtjes zuigend aan de suikermantel. Hij wist weer waarom hij er was.
