Posts Tagged ‘gedachten’
Over komkommers en bananen
Vanuit zijn ooghoek keek de banaan naar het kind. Het kind liep naast haar moeder, met een winkelkarretje op kinderformaat. De moeder met een kar op moederformaat. Het meisje had een vlaggetje op haar kar, de moeder niet. Jammer, dacht de banaan, de moeder zou zo’n uitbundigheidje ook wel fijn vinden op haar tocht langs de rekken. Ze las de gedachten van de moeder, want dat konden bananen. Daarom was ze ook krom. De kromming zorgde ervoor dat ze gedachtegolven kon opvangen.
Af en toe vragend, nam het kind een stukje kaas, een brikje chocolademelk, dat het telkens glunderend in haar karretje deponeerde. Ze kreeg telkens het goedkeurend knikje, dat ze zocht, van haar mama.
Haar favoriete yoghurtpotjes stonden mooi op een toren gestapeld, in promotie. Mooi maar niet kindvriendelijk, want het meisje graaide naar een set potjes die binnen haar bereik lagen, maar die tevens de basis vormden van de toren. De toren stortte in. Een oorverdovend lawaai, de yoghurt spatte in het rond.
Het meisje schrok maar vergat te huilen. De moeder schrok ook, keek om, zag de ravage. Tussen de potjes stond haar dochter, met stukjes in yoghurt geweekte passievrucht in het haar. “Oei, wat is hier gebeurd?” vroeg de moeder. Ze werd niet boos. Ze kende haar dochter. Dit was een ongeluk, onbedoeld, onvoorzien. Het meisje was te onthutst om te antwoorden.
Een voorbijgangster kwam voorbij en keek afkeurend. “Nog zo één die kinderen niet kan opvoeden”, hoorde de banaan ze denken. “Ze moeten hun handen leren thuis houden hé, mevrouw”, snerpte de voorbijgangster. De moeder keek op en wist niet goed wat te zeggen. Haar dochter had een ongeluk gehad en niets fout gedaan. Maar de vrouw van antwoord dienen, vond ze niet de juiste reactie. Niets zeggen ook niet, want zwijgen was toestemmen en dat was ook fout. En toen kwamen de tranen. Het meisje huilde. Niet alleen had de moeder een jurk schoon te maken. Haar moeder kreeg nu nog een opmerking door haar toedoen. “Goeie zet”, dacht de banaan cynisch, “je hebt het kind aan het huilen gekregen.”
De winkelbediende kwam ter plaatse en hoorde nog net de opmerking. “Heb je je geen pijn gedaan?” vroeg ze. Haar aandacht ging eerst naar het kind. “Ik had al gedacht dat ik die toren hier niet had moeten zetten”, zei ze tegen de moeder.“Maar kijk, nu weten we het zeker.”
“Kom maar mee”, zei ze tegen het kind, “we gaan die yoghurt eens uit je haar halen, niet?” Ze stopte het kind een koekje toe. De tranenvloed stopte.
De rest van de namiddag lag de banaan zich af te vragen hoe het kwam dat de winkelbediende de situatie juist had ingeschat en de voorbijgangster niet? Het zal ook aan de kromming liggen, dacht de banaan. De winkelbediende stond wat voorover gebogen en kon wellicht de gedachten opvangen van het kind. De voorbijgangster had stokstijf en misprijzend uit de hoogte toegekeken. Evident dat ze niet begreep wat er aan de hand was.
Met de komkommers is het ook altijd zo. Die liggen daar ook altijd asociaal te wezen in het rek. Geef mij maar de gezelligheid van een tros bananen, dacht de banaan en hij nestelde zich tegen zijn soortgenoot.
Grijze overall
Het was een spraakmakend experiment geweest. Geïnspireerd door een programma op de televisie had hij, de directeur, na overleg met zijn directie besloten om een tijd door te brengen op de werkvloer tussen arbeiders van zijn bedrijf. Onlangs, tijdens een klein incident met de nachtploeg, had men hem aangewreven dat hij wereldvreemd was geworden. Hij wist niet waarover hij het had. Hij kende de stiel niet. Hij was niet zoals die vorige directeur, die twee jaar geleden met pensioen was vertrokken. Die had tenminste alle stappen van het bedrijf doorlopen. Hij niet. Hij was een hoogopgeleide manager die ze weggekocht hadden bij de concurrent.
Na dit incident was hij een consultant tegen het lijf gelopen, die tijdens een spreekbeurt ook al zei dat directeurs doorgaans amper weten wat er zich in hun bedrijf afspeelt. Immers, ze worden vaak omringd door enkele lagen ja-knikkers.
Hij zou dus de nachtploeg ingaan. De directeur zou zijn lederen bureaustoel inruilen tegen een grijze overall. De blackberry tegen een set schroevendraaiers. En hij zou het twee, eventueel drie weken proberen uit te houden. Niet zomaar een weekje zoals op de televisie. Ook werd afgesproken, om het helemaal echt te maken, dat hij geen managementcontact zou hebben. Geen toegang tot zijn mails, geen sms, geen gsm met collega’s op managementvlak. Hij zou zo accuraat mogelijk de rol opnemen van één van zijn arbeiders.
Hij had verwacht dat hij net zoals op de televisie verrassende inzichten zou krijgen, een goed contact zou leggen met de nieuwe werkmakkers en zou kunnen terugkeren naar zijn directiefunctie met een resem goede praktische verbeterideeën die hij dan als een soort Sinterklaas zou kunnen in gang zetten. Niets was echter minder waar. De praktische verbeterideeën bleven uit of ze waren zo eenvoudig en banaal dat hun invoering zo weinig om het lijf had, dat je je kon afvragen of je daar nu directeur moest voor zijn. Het goede contact was er al evenmin. Hoewel de arbeiders het initiatief hadden toegejuicht, bleven ze toch wat aarzelen in de dagelijkse omgang. Zowel hij als zij deden pogingen om een joviaal en vlot gesprek op gang te trekken, maar doorgaans was de toon toch redelijk officieel.
Maar tot zijn verrassing had zich een heel ander fenomeen voorgedaan. Toen hij na drie weken op maandagochtend terug naar kantoor ging, merkte hij dat hij zijn werkmakkers mee had genomen. In zijn hoofd, in zijn gedachten, in zijn gevoel. Aanvankelijk bedacht hij bij zijn koffie om 10u wat er zich nu op dat zelfde tijdstip afspeelde in de verpakkingsruimte. Hij dacht aan Emiel, die wellicht zou lopen opscheppen over zijn biljartprestatie van het afgelopen weekend. Hij dacht aan Jos, die altijd in gedachten verzonken was. Carla, die misschien opnieuw een moeilijk weekend achter de rug had met haar puberende zoon van 15. Zijn arbeiders hadden een gezicht gekregen, een heel leven. Ze waren ongemerkt een stuk van hemzelf geworden. Ze hadden zich geruisloos in hem genesteld, ongewild, onbedoeld. Er ging geen dag voorbij of hij moest aan één van zijn collega’s daar beneden denken. En toen Karel met brugpensioen ging, was hij gevraagd op die laatste pint in Karel’s stamcafé. Als enige van de directie tussen de mannen van de nacht.
In de dagen en maanden die op dit experiment volgden, stelde hij ook vast hoe hij zich begon te ergeren aan sommige discussies op directievergaderingen. Hij vond vele onderwerpen het discussiëren niet waard en kreeg het gevoel dat het gezond boerenverstand ontbrak. Hij vond dat zijn collega’s wereldvreemd waren. Een opmerking die hem bekend voorkwam.
Dit alles vertelde hij drie jaar later op een HRM-congres. Hij legde een getuigenis af over hoe hij tot vandaag zijn “ploegmaten” van toen niet meer had kunnen loslaten. Hij was regelmatig nog eens opgedoken tijdens de nacht om enkele uren met de ploegmaten te praten. Hij had zijn overall gehouden. En daarenboven, nieuwe ideeën hadden tijdens die drie jaar toch de weg naar boven gevonden.
