Posts Tagged ‘ervaring’
Blaadje

Ze hadden hem gezegd dat er iets aan hem veranderd was. Plotsklaps. Eergisteren was het er nog niet. Gisteren was hij er niet en vandaag was hij een ander mens geworden. Zelf had hij het ook gevoeld. Gisteren al. Na de opleiding was hij vol energie huiswaarts gekeerd. Doorgaans was hij, net zoals zovelen, moe en uitgeteld na een lange dag luisteren. Maar niet nu. Nu had de opleiding hem opgeladen. Perfect en compleet.
Hij vroeg zich af wat er aan hem veranderd was. Hij had dan wel in zijn opleiding nieuwe dingen geleerd, maar dat bleek het niet te zijn. Het was de manier waarop hij daar nu stond. Zijn houding was anders. Tot gisteren was hij zoals alle anderen. Hij werkte met plezier en zelfs hard en redelijk toegewijd, zeven op tien zou hij van zichzelf zeggen. Niet zo toegewijd als zijn zoontje die voetbalde. Dat was een negen op tien. Net geen tien op tien, want iets te vaak, meer dan hij aanvaardbaar vond, wou het jongetje niet naar de training. Een tien op tien zou staan springen om geen enkele training te missen. Zeven op tien, dat was zoiets als je job net goed genoeg doen, af en toe zelfs een, weliswaar kleine, extra inspanning leverend, maar zeker niet zo zot als jonge hyperactieve High-Potentials die nog altijd dachten dat hun aanwezigheid niet gewoon relevant maar echt essentieel was.Wat was er dan veranderd? Hij straalde zijn vak uit. Hij stond te popelen om de poëzie van zijn job, heftruck-ploegbaas, te debiteren. Al van ′s ochtends, toen de nachtshift zijn laatste uren draaide en hij al was opgekomen, moest hij het hen vertellen. En het werkte. Begeesterend stond hij te vertellen en met zijn armen te zwaaien. De ploeg keek enigszins vermoeid en verbaasd toe. Maar ook zij geraakten een beetje besmet met zijn enthousiasme en gingen goedgeluimd die ochtend naar huis, dromend van wat hij de mooiste heftruckroute door het magazijn noemde. Niet zomaar de efficiëntste of effectiefste. Hij gebruikte het woord mooiste. Het uitzicht was nochtans behoorlijk monotoon tussen al die rekken. En hij had het over het dansen van zijn heftruck, in plaats van over de draaicirkel.
Hoe kwam dat? Vanwaar die inspiratie? Zijn docent. De docent van de cursus was bijzonder. Hij was uiteraard deskundig. Hij kende zijn onderwerp en hij was pedagogisch onderlegd. Dat is immers de minimum deskundigheid die je mocht verwachten van een docent. Dat je iets weet en dat je ook weet hoe je dit nu moet uitleggen.
Deze docent was naast deskundig, ook echt gepassioneerd. Hij vertelde met gevoel over zijn vak. Hij liep over van liefde voor de heftruck en de wijze waarop je ze allemaal kan inzetten. En hij had ervaring. Hij was ooit zelf heftruckchauffeur geweest.
Hoe hij daar stond was in geen lijstjes te vatten. De klas had het gemerkt toen ze het obligate appreciatieformuliertje moesten invullen over de cursus. Het blaadje voelde bijna als een belediging aan. Kwaliteitscontrole heette het blaadje. Maar hij oversteeg dergelijke kwaliteit. De impact van zijn lesgevende stijl was in geen cijfer te vatten.
De triangel
De dirigent keek bezorgd door het raam. Het concert was net afgelopen en alhoewel het publiek het orkest had beloond met een staande ovatie, wist hij dat het niet perfect was geweest. Die nieuwe, daar was nog werk aan. Alhoewel, kon je dat oplossen?
Het was het eerste concert met een nieuwe muzikant die de triangel speelde. En alhoewel het instrument zowat het kleinste was van het orkest, slechts drie klanken voorbracht, en meer niet werd bespeeld dan wel tijdens een concert, had de triangel voorheen een bepalend effect gehad op het orkest. Niet in het minst omdat de triangel, hoe klein hij ook was, overal doorheen klonk. Met hemelse zuiverheid kon je de triangel horen tot op de achterste rij in het concertgebouw. Je kon dus maar zorgen dat je op het juiste moment op de triangel tikte.
Maar daaraan lag het niet. De nieuwe muzikant kende zijn vak. Hij beroerde de metalen driehoek met wiskundige precisie. En misschien was dat het probleem. In het concert dat die avond gespeeld werd, kwam er net een moeilijke pianopartij vlak voor zijn “ting”. En de pianist had de neiging altijd een beetje te vertragen waardoor de triangel ook wat later moest komen. Maar dat aanvoelen, dat had de nieuweling niet. Hij miste de ervaring met het orkest. Iets wat je niet op de schoolbanken kon leren.
Maar nog belangrijker was de rust die de oude triangelaar al die jaren had uitgestraald, daar achteraan op de laatste rij van het orkest. Als een soort gespiegelde dirigent had de vorige triangel-speler, de andere slagwerkers en zelfs een deel van de kopers altijd gesteund met een rustig gebaar, een fluisterend woord. Ook al bespeelde hij het kleinste dingetje, hij had vroeger gespeeld bij de grote Von Karajan. Maar hij was al die jaren, zoals zijn instrument, bescheiden gebleven, respectvol naar iedereen rondom hem. De spanningen die tijdens een concert al eens naar boven kwamen als er al eens fout werd gespeeld, had hij altijd met een milde glimlach kunnen bezweren.
En het was die spanning die de dirigent had gevoeld tijdens het concert. De souplesse van weleer was er niet. De noten waren noten gebleven, juist gespeeld, maar daarmee was het nog geen muziek. De kennis was er, maar de rest nog niet.
De koning en de hovenier
De koning vond dat zijn hagen veel te laag geschoren waren. De burgers op het plein konden, weliswaar mits enige moeite, over de haag in de tuin van de koning kijken. En dat ze zich die moeite zouden getroosten, was zo goed als een feit. Men kijkt immers graag naar wie rijk is en beroemd. Maar ze waren dus te laag. De hovenier was nochtans onderlegd en zeer ervaren. Hij had voor zijn vader, de Koning Zaliger, de hagen nog eigenhandig geplant.
De koning won het advies in van zijn adviseur. Deze raadde hem aan meer specifiek te zijn in het geven van de opdracht. “Zeg aan uw hovenier hoe hoog de haag moet zijn, in centimeters.” De raad was helder, toepasbaar en leek de evidentie zelve. Zoals een advies doorgaans was. Hoe hoog moest die haag dan wel zijn? Veel zou afhangen van wie over de haag heen zou willen kijken. Hoe groot is een gemiddelde burger? Zo groot als hijzelf? Neen, men had hem altijd al de Kleine Koning genoemd, omdat hij kleiner was dan zijn vader. Hij vermoedde dat hij zo’n 10cm kleiner was dan het gemiddelde. Maar was hij dit wel zeker? Immers, als hij de hovenier zou zeggen hoe hoog de haag moest zijn op basis van zijn schatting, en naderhand bleek dat men nog steeds de tuin in kon kijken, dan zou hij de schuldige zijn en niet de hovenier. Het advies van de adviseur bleek plots zo aantrekkelijk niet meer.
De koning dacht een dag en een nacht na over wat hij moest doen. De volgende ochtend riep hij de hovenier bij zich, nog steeds niet goed wetend wat hij hem moest zeggen. Hij zou maar alvast beginnen met het geven van de opmerking dat het werk niet naar behoren was uitgevoerd.
De hovenier werd binnengelaten.
“Ik wou je spreken over mijn hagen” sprak de koning, met een poging om dreiging in zijn stem te laten weerklinken.
“Oh, Sire”, onderbrak de hovenier hem, “Heeft u het gemerkt? Ik heb de hagen wat lager gezet dan gewoonlijk. Nu de winter voor de deur staat, komen de mensen minder op straat en is er dus weinig kans op inkijk. Ook u zit minder in de tuin. En door de hagen nu wat korter te scheren, worden ze voller en meer gesloten tegen de volgende lente. Zo bent u straks nog beter beschermd tegen onbescheiden blikken.”
“Ik wou u bedanken voor uw vooruitziendheid”, antwoordde de koning na enige aarzeling. Waarop hij de hovenier opnieuw liet gaan.
Gekke witte hoedjes
Werner was gisteren meegesleurd door zijn vriendin naar een concert van het filharmonisch orkest van de stad. Het was een concert voor jongeren, maar ook de ouderen wilden het niet missen. De dirigent was immers een briljant didacticus. Hij omkaderde elk stuk dat werd gespeeld met informatie over de componist, de tijd waarin het stuk was geschreven en wat de bedoeling ervan was. Zo vertelde hij over ritme en klemtonen. De dirigent verklaarde een vakjargon dat Werner niet kende. En plots was de muziek niet zomaar een herkenbaar melodietje meer. Hij begreep nu ook wat er met het lied gezegd werd. Als je begreep waarom welk instrument wat deed op welk moment, verstond je het plots allemaal . Hij had een nieuwe taal, of beter, nieuwe woorden van de taal, geleerd en kon plots nieuwe dingen waarnemen.
Met die ervaring had hij een bijzondere beslissing genomen. Zijn afdeling was recent uitgebreid met een tiental nieuwe programmeurs en analisten. En ook de testafdeling was gevoelig uitgebreid. Groeipijnen alom. Foute communicatie, misverstanden, vooroordelen, spanningen. De informatici begrepen de gebruikers niet. De testers begrepen de informatici niet. Zou het kunnen dat ook zij woorden tekort kwamen om elkaar te begrijpen? Misschien bestonden er meer woorden dan “lastig”, “onmogelijk”, “dom”, “gebruiker”, “functie”.
Hij had een bus gehuurd en er zijn hele afdeling op gezet. Ze waren naar Nederland gereden. 200 km. Naar de dichtstbijzijnde fabriek van het bedrijf waar hij en zijn medewerkers voor werkten. Ze maakten er ontbijtgranen. Hij had een uitgebreide rondleiding geregeld met de plantmanager van de site. De meeste IT-specialisten die op het hoofdkantoor in Brussel werkten hadden nog nooit een fabriek van binnen gezien. Ze wisten amper voor wie ze hun software maakten. Ze kenden de analysedossiers wel. Maar zeg nu zelf, een analyse is nog niet hetzelfde als een ervaring. Je kan wel schrijven “ik zie je graag”, maar daarmee weet je nog niet hoe een kus aanvoelt.
40 IT’ers liepen met gekke witte hoedjes door de hal waar de granen werden gezuiverd, geplet, geroosterd, gemengd en ingepakt. Een begeesterde gids leidde hen rond. De fabriek had een eigen gids, want er was wel elke week een groep die wou zien hoe het werkte. De gids was een gepensioneerd en vooral gepassioneerd medewerker van weleer. Hij vertelde over muizen in het schip dat de granen aanbracht en hoe die eruit moesten gezeefd worden. Vandaar dat die rare functionaliteit om muizen te vangen in de software moest zitten….
Hij keek uit over de landschapskantoren en zag overal de witte hoedjes op de hoeken van de schotjes hangen. Ze hadden die mogen houden als souvenir. Hier en daar stond een doos granen op een bureau. Meestal een variant die niet op de lokale markt beschikbaar was. De dozen voor Griekenland leken het meest populair. Wellicht omwille van de spaarpunten voor een beeldje van Afrodite.
De schoolreis had voor een collectieve leerervaring gezorgd. Allen, ook de seniormedewerkers, begrepen plots waar de business het altijd al over had. Er waren wel twintig soorten cornflakes. En onderling hadden ze mekaar leren kennen. Ze hadden elkaar’s taal geleerd. Ook die van de fabrieksarbeider die een zak kokosschilfers moest kunnen selecteren, wegen en verdelen. Met hun software. Ze zagen voor het eerst wat er altijd al was maar wat ze al die tijd niet konden zien.
