Posts Tagged ‘dromen’
De weg naar de vrijheid – 28 april 2011 – Zes

Liefste dochter,
De wereld weet nu dat jij er bent. Niet alleen verdeelden we trots je geboortekaartje, maar met deze reeks brieven werden ook anderen op de hoogte gebracht van je aanwezigheid op deze bol aarde. En zo kwam het dat waar ik ging spreken, ik bij de aanvang van mijn lezing felicitaties mocht ontvangen over jouw geboorte. Nog geen zestig dagen oud en je hebt al een invloed op mijn agenda en mijn omgeving. Ik verwees tijdens mijn recente lezingen trouwens naar mijn hernieuwde ervaring als vader met baby. Je bent nu al een bron van inspiratie. Zo kwam het dat na afloop van een voorstelling, een deelnemer op me afkwam en me inlichtte dat er in Australië een dame is die een studie gemaakt heeft over het gehuil van baby’s. Ze heeft vastgesteld dat er zes soorten gehuil zijn waarmee jij blijkbaar met mij wilt communiceren. Nu heb ik altijd al een gezonde argwaan gehad voor cijfers en getallen – het leven is immers geen getal zoals Toon Hermans zou zeggen – en dus ook nu. Waarom zes? Een beetje meer zorgvuldige studie had wellicht kunnen eindigen op vier of vijf? Of zeker en vast maximaal zeven. Want dat is het aantal woorden dat wij, volgens de marketingwetenschap, kunnen onthouden. Zes soorten gehuil zal dus wellicht ingefluisterd zijn door een gezond commercieel inzicht. Want via wat gegoogle kon ik al leren dat de dame in kwestie bij Oprah op de bank mocht met haar studie. Het zal de gemiddelde doctorandus niet overkomen. Ik ben de betrokken deelnemer evenwel dankbaar voor zijn informatie want ik had me nog niet afgevraagd of iemand inderdaad al eens had nagedacht over dat gehuil. Een gehuil, dat vertel ik er graag bij, dat jij slechts zeer zorgvuldig verspreidt en quasi nooit tussen middernacht en zes uur ’s ochtends. Wat wil een mens nog meer?
Zes boodschappen heb jij dus in de mouw van je roze pyjama verborgen. Waarop ik me meteen afvroeg wat er zou gebeuren als ik zou vaststellen dat je er maar vijf beheerst? Of dat jij toch, je bent immers MIJN dochter, een zevende unieke schreeuw had bedacht. Op zich redelijk zinloos, want als ze uniek is, zal niemand me kunnen vertellen wat ze betekent, maar toch, zeven is toch al weer meer dan die zes bij de buren. En dat telt natuurlijk ook. Maar vijf, dat zou pas een drama zijn. Bestaan er baby-bijles-coaches?
Zes dus. En daarmee is het eerste getal dat een leidraad moet worden in je leven reeds bepaald. Vele zullen nog volgen en met alle ben ik het oneens. Rapporten, scores, punten, ik verfoei ze vandaag nog meer dan toen ik zelf moest scoren. Zo ook met die schitterende curves waarlangs elke baby moet worden geplot volgens onze officiële baby-meet- en weegbureaus. Een meetfout van vorige week heeft trouwens jouw mooie vloeiende groeilijn verstoord, want deze week ben je twee centimeter korter dan de week ervoor. Die tabellen en die curves. Ze mogen dan wel de kindersterfte in Europa omlaag hebben gehaald, het bijproduct van deze meetwoede wordt zelden gemeld: overgestresseerde ouders die zich nu reeds zorgen maken over de toelatingsproef van hun baby’s aan de universiteit, kinderen waarvan hun creativiteit reeds bij de dagmoeder, de crèche en later de peutertuin met behulp van rapporten en metingen, zal vernield worden. Zoals velen geloof ik dat we allemaal creatief worden geboren, maar dat ons opvoedingsmodel de creativiteit langzaam maar zeer doeltreffend verdelgd. We staan dan al wel stil bij ons eenzijdig vormingsmodel voor onze kinderen en doen pogingen om het te verbeteren, maar ik treed Sir Ken Robinson in alle toonaarden bij dat je een gloeilamp niet moet proberen te verbeteren door hem minder energie te laten verbruiken, je moet een nieuwe oplossing voor licht ontwikkelen. Ons vormingsmodel is niet duurzaam, is niet goed voor onze planeet, is zeker niet goed voor onze kinderen. Er is nood aan iets revolutionairs nieuws, zoals de LED de gloeilamp moet vervangen.
Ik herhaal graag het citaat van William Butler Yeats uit zijn gedicht Tread Softly (vertaald):
Als ik hemels geborduurde kleren had,
doorweven met gouden en zilveren licht,
het blauwe en het schemerige,
en het donkere kleed
Van nacht en licht en het halflicht,
ik zou de kleren onder je voeten spreiden.
Maar ik ben arm en heb enkel mijn dromen;
ik heb mijn dromen onder je voeten gespreid,
stap zacht, want je stapt op mijn dromen
Overal, elke dag spreiden kinderen hun dromen onder onze voeten. We moeten zacht stappen.
Ik hoop dat we, tegen de tijd dat jij naar school gaat, een nieuw model hebben gevonden. Ik vrees er weliswaar toch wel voor.
Veel liefs
Je vader
Huurprijs
Het kistje stond in het midden van de tafel. Het was weer zo’n moment zoals er zich al vaker dergelijke momenten hadden voorgedaan in de geschiedenis van het kistje. Het kistje was een familie-erfstuk. Het werd doorgegeven van moeder op dochter. Voor de vierde maal was het kistje overgedragen zodat het nu in de handen van Marjan was. Het kistje stond eigenlijk op de commode in de slaapkamer. Maar nu was het naar de tafel in de woonkamer verhuisd. Het was dicht zoals het altijd al dicht was geweest.
Marjan stond te staren naar het kistje. Ze had een rottijd achter de rug. Ze was nu reeds anderhalf jaar terug alleen, ’t is te zeggen, met haar dochter en haar twee katten. Haar partner had nieuwe toekomstplannen gemaakt en daar kwam zij niet meer in voor. Nadat ze over de eerste schok heen was geraakt, was ze zich beginnen goed voelen met haar herverkregen vrijheid. Geen gezeur meer, geen kruimels op het aanrecht die er tegen de middag nog lagen, en vooral, geen vuile sokken en hemden meer die dringend moesten gewassen worden.
Maar toch was het niet altijd feest. Zo nu en dan besloop de eenzaamheid haar, zeker nu ze op kantoor twee van haar collega’s had zien vertrekken. Die hielden het voor bekeken. Na de overname was het er zo fijn niet meer. Zelf durfde ze de stap niet te zetten, als alleenverdiener met een achtjarige prinses en twee poezen. Hoewel ze schitterende dromen had van haar eigen winkeltje in decoratieartikelen.
En dus zat ze in de put. En daar diende dan het kistje voor. Bij het kistje was een handleiding opgesteld door haar betovergrootmoeder. Die had bij het einde van haar leven een kistje gegeven aan haar dochter met als boodschap het kistje slechts open te maken als ze in de put zat. Zodanig in de put dat er geen enkele uitweg meer zou zijn. De inhoud van het kistje zou je terug mogelijkheden geven om verder te gaan. Het was een familieschat. Daarbij werd trouwens opgemerkt dat je de inhoud van het kistje slechts éénmaal kon gebruiken. En dat je dus best voldoende zeker mocht zijn dat dit nu toch wel het ergste was dat je kon meemaken. Door de overlevering van generatie op generatie was daar trouwens een dimensie bijgekomen. Door je eigen probleem op te lossen met het kistje, ontnam je trouwens ook de mogelijkheid van de toekomstige generaties om hun toevlucht te kunnen nemen tot het kistje. Je moest dus echt wel een probleem hebben.
Haar moeder en haar grootmoeder hadden ooit ook de drang gehad om het kistje te openen om hun problemen op te lossen, maar steeds weer werd het kistje terug in de slaapkamer gezet met het idee dat het allemaal zo erg nog niet was en dat het kistje best bewaard bleef voor echt moeilijke tijden. De eigenaars van het kistje putten als het ware kracht uit het schrijn dat daar zo gewoon stond te staan op de tafel. Het was daarenboven geen mooi kistje.
Ze aarzelde om het kistje open te maken. Ze zou het niet overleven, daar alleen op dat kantoor, met die nieuwe baas, zonder haar vriendinnen. En ze was ondertussen veertig jaar. Wanneer zou ze ooit nog haar winkel kunnen beginnen? Ze wreef over het deksel, haar hand haperde bij de sluiting. Zo zat ze minutenlang besluiteloos aan de tafel. Over een halfuur moest ze opstappen. Dan was de opleiding Prinses voor vandaag voorbij. Wellicht waren het vandaag de tafels van negen die gereciteerd moesten worden.
Een kwartier ging voorbij. Ze stond op en ging naar de schoolpoort. Prinses kwam jubelend de keuken binnen. “Negen maal negen is eenentachtig! Hé, wat is dat?” vroeg Prinses wijzend naar het kistje op de tafel.
Nog voor Marjan iets kon zeggen, zag ze hoe de onschuldige handen van Prinses het kistje openmaakte en erin graaide. Het kistje was leeg en op de bodem lagen drie briefjes, het ene al wat meer vergeeld dan het andere. Het waren boodschappen van haar betovergrootmoeder, haar grootmoeder en haar moeder:
“Alles is niets en niets is alles”. Agnes, 1908
“Gras groeit door het te besproeien, niet door eraan te trekken”, Hélène, 1950
“Midden in de nacht wordt het licht geboren”, Jacqueline, 1983
Verdwaasd keek ze naar wat nu een dom leeg bakje leek. Prinses keek haar vragend aan. “Wat staat er op die briefjes?” vroeg ze.
“Niets”, antwoordde Marjan. Ze begon te lachen, nam pen en papier, schreef iets op en stopte de vier briefjes terug in het koffertje dat ze daarna zorgvuldig sloot.
Morgen zou ze de huurprijs vragen van het winkeltje dat leeg stond op de hoek van het kerkplein.
