Posts Tagged ‘adviseur’
Galet

Haast achteloos gleed zijn hand over de steen. Het was een grijze steen, een platte, rond van vorm, met wat zwarte stipjes. “Un galet” zeiden ze in Nice. Hij had de steen opgeraapt op het strand aan de Promenade des Anglais, een strand met alleen maar keien, rond en glad, gemaakt door het geduldige water.
Daar lag hij dan, op zijn bureau. De grijze platte ronde steen. Hij verzamelde, zei hij. In werkelijkheid had hij er maar een tiental. Meegebracht van verschillende reizen. Doorgaans niets bijzonders. Geen heldhaftige verhalen maar gewoon opgeraapt daar waar hij wandelde. Zo ook trouwens dat rode wat piramidaal hoekig steentje. Dat kwam uit de woestijn van Australië, de Outback. Het klonk spectaculairder dan het was. Hij had er gewandeld, dat wel, maar de tocht was niet zo gevaarlijk als hij vaak klonk, telkens hij over het keitje vertelde. Hij dikte het soms wat aan.
Liggen, dat was het enige dat hij deed. En dat hij kon doen. Zowel de galet als de piramide lagen alleen maar. Stenen stonden zowat helemaal onderaan de ladder als het ging om vrijheid van handelen. Een steen kon alleen maar liggen. Hij kon zelfs niet gaan verliggen. Daar had hij het getij van de zee voor nodig, of het water van een rivier. Of een bulldozer. Bloemen kunnen zich ook niet verplaatsen, maar zij kunnen zich op zijn minst al richten tot de zon. Wij kunnen lopen. Waar we maar willen. We staan bovenaan de ladder. Althans, dat denken we.
En toch, in al zijn stil zijn, raakte de steen hem. De steen hield zijn aandacht vast. De steen liet hem nadenken. Kon ik dat ook maar, dacht hij bij zichzelf. Hij was adviseur. Zo noemde hij zichzelf. En hij kwam net terug van een cliënt. Die hij met een tientallen bladzijden tellend rapport had proberen te overtuigen om zijn advies op te volgen. Maar de klant had niet geluisterd. Ik was beter een steen geweest, zo bedacht hij. Niet “als van steen”. Niet “hard en onverzettelijk”. Maar stil, standvastig, duidelijk zelfzeker. Maar zonder het uit te schreeuwen. De steen stond ook niet op zijn tafel te dansen om de aandacht te trekken. De steen was steen. En daarom zo inspirerend.
Ik moet meer overtuigen door minder te praten, zo besefte hij. Hij had ooit wel zo’n cursus gevolgd. Actief luisteren, empathisch gedrag, dat soort dingen. “Zorg dat je altijd minder woorden zegt dan je klant, ook al betalen ze je voor je advies”.
Steen zijn. Zorgen dat je op die tafel ligt, zo dacht hij. En die beslissing neem jij niet. Dat doet de cliënt. Net zomin als die galet op je bureau is geklommen, zo open jij de deur niet van je klant. De klant raapt je op. En neemt je mee. Omdat je de mooiste bent? De knapste? Die steen ligt naast duizenden andere gelijke stenen, die toch weer een beetje anders zijn. Had het piramidaal steentje op het strand gelegen, dan had je het waarschijnlijk storend gevonden. Uit Nice neem je galets mee, platte ronde stenen. Zo’n galet is eerlijk en authentiek. Ook al is hij een steen.
De koning en de hovenier
De koning vond dat zijn hagen veel te laag geschoren waren. De burgers op het plein konden, weliswaar mits enige moeite, over de haag in de tuin van de koning kijken. En dat ze zich die moeite zouden getroosten, was zo goed als een feit. Men kijkt immers graag naar wie rijk is en beroemd. Maar ze waren dus te laag. De hovenier was nochtans onderlegd en zeer ervaren. Hij had voor zijn vader, de Koning Zaliger, de hagen nog eigenhandig geplant.
De koning won het advies in van zijn adviseur. Deze raadde hem aan meer specifiek te zijn in het geven van de opdracht. “Zeg aan uw hovenier hoe hoog de haag moet zijn, in centimeters.” De raad was helder, toepasbaar en leek de evidentie zelve. Zoals een advies doorgaans was. Hoe hoog moest die haag dan wel zijn? Veel zou afhangen van wie over de haag heen zou willen kijken. Hoe groot is een gemiddelde burger? Zo groot als hijzelf? Neen, men had hem altijd al de Kleine Koning genoemd, omdat hij kleiner was dan zijn vader. Hij vermoedde dat hij zo’n 10cm kleiner was dan het gemiddelde. Maar was hij dit wel zeker? Immers, als hij de hovenier zou zeggen hoe hoog de haag moest zijn op basis van zijn schatting, en naderhand bleek dat men nog steeds de tuin in kon kijken, dan zou hij de schuldige zijn en niet de hovenier. Het advies van de adviseur bleek plots zo aantrekkelijk niet meer.
De koning dacht een dag en een nacht na over wat hij moest doen. De volgende ochtend riep hij de hovenier bij zich, nog steeds niet goed wetend wat hij hem moest zeggen. Hij zou maar alvast beginnen met het geven van de opmerking dat het werk niet naar behoren was uitgevoerd.
De hovenier werd binnengelaten.
“Ik wou je spreken over mijn hagen” sprak de koning, met een poging om dreiging in zijn stem te laten weerklinken.
“Oh, Sire”, onderbrak de hovenier hem, “Heeft u het gemerkt? Ik heb de hagen wat lager gezet dan gewoonlijk. Nu de winter voor de deur staat, komen de mensen minder op straat en is er dus weinig kans op inkijk. Ook u zit minder in de tuin. En door de hagen nu wat korter te scheren, worden ze voller en meer gesloten tegen de volgende lente. Zo bent u straks nog beter beschermd tegen onbescheiden blikken.”
“Ik wou u bedanken voor uw vooruitziendheid”, antwoordde de koning na enige aarzeling. Waarop hij de hovenier opnieuw liet gaan.
