Posts Tagged ‘aandacht’

De weg naar de vrijheid – 16 mei 2011 – Tien dagen kampeerplezier


Liefste dochter,

Of je nu zes, dan wel vijf of zeven, soorten huilen beheerst of niet (zie vorige nieuwsbrief “Zes” ), feit is dat ik er toch enkele in hun betekenis heb weten te ontcijferen en meer, dat ik met een aanvaardbare graad van betrouwbaarheid kan inschatten wat je wenst wanneer je van je laat horen. Dit komt enerzijds omdat je nu bijna 3 maanden in ons midden bent, maar ook omdat ik enkele weken geleden gedurende tien dagen met je op een oppervlakte van pakweg 6m2 heb geleefd (toch weer die zes die de kop opsteekt). We zijn namelijk met je op reis geweest naar Venetië omdat we daar uitgenodigd waren door vrienden. Om een en ander een beetje praktisch te laten verlopen, hadden we besloten om met de camper naar ginder af te reizen. Met z’n drieën dus, je broer moest immers naar school, naar Italië, letterlijk over berg en dal. De Alpen waren immers zo niet nog mooier dan de trappen van Venetië waar we jouw koets over moesten sleuren.

Ook al werk ik doorgaans van thuis uit en is mijn schrijftafel slechts enkele kamers verwijderd van waar jij speelt, toch was deze rit nodig om ons nog dichter bij elkaar te brengen. Thuis beperken mijn taken omtrent jou zich tot het af en toe wat vasthouden en het geven van eten, verversen van luiers op die zeldzame momenten dat je moeder er even niet is. Voor de rest behoor jij eigenlijk tot de rest van het gezinsleven dat eerder het decor dan wel de essentie van mijn dagelijkse handel en wandel is. Niet tijdens de afgelopen tien dagen. Daar is het decor zo klein dat ik er deel van uitmaak, of is het omgekeerd, en dus quasi continue met jou, en met je moeder, bezig ben. Het is tijdens dit verblijf in deze kleine ruimte, vooral tijdens de momenten dat ik, vooraan alleen in de stuurcabine, kan reflecteren en besef hoe gevoeliger ik ben geworden voor je aanwezigheid. Ik mag dan al wel de typische eerder beperkte vaderlijke aandacht hebben geschonken de afgelopen maanden, letterlijk dicht op je huid zitten biedt me toch een meer gedetailleerd beeld, of moet ik zeggen gevoel, bij wat je doet en wie je bent. Ik schrik dat ik dus minder van je wist dan ik dacht. Ik herken een parallel met mijn werk waar ik keer op keer managers probeer te overtuigen om uit hun vergaderzaal te komen en te gaan zitten daar waar de actie zich afspeelt. Pas dan begrijp je echt waar het om gaat. Maar de parallel is slechts beperkt juist. Wat ik heb meegemaakt tijdens onze trip naar het zuiden en terug, was vooral een nieuwe ervaring. Ik begrijp je niet alleen beter, ik voel ook beter aan wie je bent en wat je doet.

In mijn boek De Kikker en de Oceaan heb ik het over ons groeiproces, onze evolutie in onze maturiteit en hoe die maturiteit zich vaak vertaalt in verstand, kennis en inzicht en veel minder in beter voelen, beter aanvoelen. Het is eigenlijk verrassend dat slechts twee maanden, de tijd dat jij er bent, er al voor gezorgd had dat ik meer van je begreep dan ik je kon aanvoelen. Die tien dagen hebben de zaak bijgesteld. Mijn gevoeligheid voor jou is gegroeid, en wat meer is, ze is zelfs gebleven, nu we terug thuis zijn. Hoe duurzaam dit is weet ik niet. Wellicht zal er blijvende aandacht voor die emotionele band nodig zijn, net zoals deze die nodig is om elkaar beter te begrijpen.

Wat moet ik hier nu mee? Is mijn volgend advies naar verstandige managers nu dat ze best samen met hun medewerkers in iets te kleine ruimtes gaan zitten? Het zou de kosten van de huisvesting ten goede komen, maar ik weet niet of de zenuwen op kantoor dan niet hoog gespannen zouden geraken. Om nog maar te zwijgen van het muffe geurtje dat zich in kleine ruimtes toch snel laat ruiken. Of moet ik als volgende teambuildingactiviteit aanbevelen dat elke afdeling er met de zwerfauto op uit trekt voor een tiental dagen? Wellicht zal dit voor de fiscus toch te hoog gegrepen zijn als bedrijfskosten. Ik weet het niet, maar ik heb wel de ervaring dat ook al “wist” ik dat ik aandacht voor je moest hebben, het de onontkoombare, quasi permanente menselijke confrontatie was, die maakte dat ik je als geheel mens beter heb leren kennen.

Ik blijf op zijn minst verdedigen dat managers zich tussen hun mensen moeten bevinden om de realiteit van het dagelijkse (bedrijfs)leven te ervaren en, belangrijk, om hun mensen echt te leren kennen. Uiteraard is er een afgezonderde ruimte nodig voor reflectie. Ik kon deze tekst ook alleen maar schrijven door in enkele uren in mijn cockpit te zitten en te rijden. Maar die enkele uren waren maar een fractie van de tien volle dagen kampeerplezier.
Met lieve groeten,

Je vader.

 

Faa-tzo-tzi-tzaam

“Faa-tzo-tzi-tzaam”, mompel ik terwijl ik de motor start. We gaan op reis.
“Wat zeg je?” vraagt mijn zoon op de achterbank.
“Niets”, antwoord ik.
“Toch wel”, volhardt mijn zoon. Een jongen van acht laat zich niet zo makkelijk afschepen. “Je zei iets raar.” Tegenwoordig heeft hij grote belangstelling voor mijn doen en laten. Wellicht omdat de zomerprogrammatie van Ketnet niet boeiend genoeg is.
“Faa-tzo-tzi-tzaam”, zeg ik opnieuw, nu iets nadrukkelijker.
“Wat is dat?”, vraagt hij verder.
“Goh…..”
Hoe moet ik dat nu uitleggen? Hoe kan ik vertellen aan een kind van acht, dat zich de afgelopen maanden uit de naad gewerkt heeft om foutloos te schrijven, te lezen en te spreken, dat mijn gebrabbel een door mijn grootmoeder aangeleerde verbastering is van een zinnetje uit een geloof dat allang het mijne niet meer is, dat daarenboven geen enkele communicatieve waarde heeft, maar dat ik nog altijd uitspreek als we “op reis” vertrekken.
“Faa-tzo-tzi-tzaam”. Het is de versnelde samentrekking van “in de naam van de vader (Faa), de zoon (tzo), de heilige geest (tzi), amen (tzaam).” Faa-tzo-tzi-tzaam.

De aarzeling in mijn uitleg en het feit dat zijn dvd net gestart is, zorgt ervoor dat ik mij niet verder suf moet denken over een uitleg. Bijna had ik gezegd dat het een toverspreuk was. Maar dat zou onterecht zijn. De Heilige Geest komt immers niet in Harry Potter voor.

Toen ik als kind op reis ging, en mijn grootmoeder reisde met ons mee, dan sloegen we met onze rechterhand altijd een kruis met de woorden “in de naam van de vader, de zoon, de heilige geest, amen”. Wellicht waren dat voor ons West-Vlamingen teveel lettergrepen. Doe daarbij nog eens de onmogelijke West-Vlaamse alliteratie Heilige Geest en je begrijpt dat wij in familiekring besloten hadden dat “Faa-tzo-tzi-tzaam” het ook wel zou doen. Mijn grootmoeder was een gelovig mens.
En een dergelijk kruisteken diende om onszelf een behouden reis toe te wensen.

Ik heb het, om het met de woorden van Willem Vermandere te zeggen, allang niet meer begrepen op die tot de tanden bewapende en marchanderende goden, maar nog steeds betrap ik mezelf erop dat ik de wonderspreuk van mijn grootmoeder gebruik. Het kruisteken sla ik allang niet meer en doorgaans zeg ik de spreuk niet meer hardop. Maar in mijn hoofd weerklinkt ze altijd.

Waarom doe ik dat dan? Is het nostalgie? Conservatisme? Een teken dat mijn ongeloof dan toch zo groot niet is als ik sta te verkondigen? Nee, het is een ritueel. Ooit was het een handeling vanuit een geloofsovertuiging, bij mijn grootmoeder. Nu is het een ritueel dat mij er nog steeds aan herinnert dat ik voorzichtig moet rijden, aandachtig moet zijn voor de anderen op de weg en beseffen dat ik verantwoordelijk ben voor al wie met me meerijdt. Daarom blijft het ritueel dan ook waardevol. Het brengt de waarden, die ik net zoals mijn grootmoeder in het vaandel draag, tot leven. Die van respect en aandacht voor anderen (en mezelf).

De vraag van mijn zoon naar een verklaring voor mijn handeling doet mij plots beseffen wat het belang van rituelen is. Een ritueel doet ons blijkbaar denken aan de kern van de zaak. Heel anders zou het zijn als ik de toverspreuk letterlijk zou nemen en iedereen in de wagen zou verplichten tot het unisono scanderen van “faa-tzo-tzi-tzaam”. Dan zou het een dogma zijn. Een Gebod. Dat doet het omgekeerde van een ritueel. Een gebod verbiedt ons te denken maar blindelings uit te voeren.

Mijn zoon zit op de achterbank met een koptelefoon te kijken naar een dvd van Shrek. Vader is tevreden. Geen jengelende kinderen aan zijn oren. Ik zie in het achteruitkijkspiegeltje dat het goed is. Om mij te sussen tijdens lange ritten gaven mijn ouders mij de vakantieboeken van “Suske en Wiske”. Ik werd er wagenziek van. Nu is het een draagbaar dvd-schermpje. Het ritueel werd behouden, de handeling is veranderd.

“Faa-tzo-tzi-tzaam”, mompel ik nogmaals. Kwestie van zeker te zijn dat Hij mij gehoord heeft.

Inschrijven voor verhalen
We publiceren regelmatig nieuwe verhalen. Schrijf hier in en ontvang twee keer per maand onze nieuwsbrief met een nieuw verhaal en interessant nieuws in je mailbox.
Jens in ‘t kort
inspireren comparatieve filosofie innovatie regisseur reorganisaties software testing adviseur acteur passie Ulrich Libbrecht vader eigen bedrijven spreker Charles Handy samenwerken David Maister Sumantra Ghoshal lesgever timmeren motivatie Willem Vermandere Toon Hermans verhalenverteller percussie schrijver
Meer over Jens Pas