Het Paasontbijt

“De paashaas bestaat niet. Evenmin komen de klokken uit Rome, laat staan gevuld met chocolade-eieren.”

Dit waren de wijze en evenzeer ontnuchterende woorden van mijn zoon, zeven EN een HALF jaar (het halfje is van groot ego-belang) toen ik me bij hem informeerde naar zijn verwachtingen voor de paasvakantie. Vorig jaar had hij mijn moeder uit haar romantische rol van paashaas gehaald toen hij op Paasochtend, met de aandacht van een voetbalcommentator, haar door het raam van zijn kamer had gade geslaan. Niet de paashaas, maar mijn moeder was dus zo vermetel om die eieren te verstoppen op de meest onmogelijke plekken zodat je half mei nog een gesmolten ei vond in een bloembak. Wat is er mis met het leggen van die eieren op de ontbijttafel, naast het brood en de boter, waar ze uiteindelijk thuis horen? Zou het leven te onopgemerkt voorbij gaan?

Maar goed, de eieren zouden in de tuin liggen en ergens was het maar goed ook. Want ook al was dit vanuit het standpunt van procesoptimalisatie niet aanvaardbaar, een paasontbijt had toch iets meer als er mocht gezocht en bij voorkeur ook gevonden worden.

En dat zette mij natuurlijk weerom aan het denken. In onze bedrijven lopen er geen Paashazen rond en ook geen moeders die pretenderen er eentje te zijn om ons leven spannend te maken. Neen, we hebben ze zorgvuldig weggeoptimaliseerd. Gevolg is dat veel werk verworden is tot een voorspelbaar proces, een saai ontbijt zeg maar, dat u en ik wel eens vaker ervaren op een doordeweekse ochtend. We krijgen de cijfers van de marktanalyse die ons vertellen hoe gelukkig onze klanten zijn. We zijn voorzien van zorgvuldig uitgewerkte excelsheets die ons voorspellen welke winst we mogen verwachten van het volgende nieuwe product (waarbij we uiteraard post hoc vaststellen dat die cijfers fout waren). We worden gedrild om niet meer te geloven, maar om te weten. Meten en weten, dat is het enige dat telt.

Dit is helaas onvoldoende. Bedrijven horen mensen te inspireren. Willen we niet dat onze medewerkers betrokken zijn bij hun werk zoals ze zouden zijn bij het zoeken naar paaseieren? Zodat ze bijvoorbeeld spontaan innovatief werken. Dat bereik je niet met meetlatten, excelsheets en cijfers. Er is iets anders nodig om mensen te begeesteren.

Voor Pasen heeft mijn zoon alvast een oplossing voor het probleem gevonden. Mijn moeder is het instrument van de paashaas. Hij, de haas, brengt de eieren de avond voor Pasen, en om te voorkomen dat de eieren ’s nachts zouden nat-regenen, draagt hij mijn moeder op om deze, in zijn naam, ’s ochtends op de door hem aangeduide plaatsen te deponeren. Met deze verklaring verzoent mijn zoon zijn geloof met de dagelijkse realiteit. Hiermee voorkomt hij dat het paasontbijt een “ontbijt” wordt.

Om te besluiten met de woorden van Toon Hermans: “Het is goed iets te weten wat je weten kunt, maar het is zoveel mooier iets te geloven wat je niet kunt weten.”

Schrijf een reactie

Inschrijven voor verhalen
We publiceren regelmatig nieuwe verhalen. Schrijf hier in en ontvang twee keer per maand onze nieuwsbrief met een nieuw verhaal en interessant nieuws in je mailbox.
Jens in ‘t kort
inspireren comparatieve filosofie innovatie regisseur reorganisaties software testing adviseur acteur passie Ulrich Libbrecht vader eigen bedrijven spreker Charles Handy samenwerken David Maister Sumantra Ghoshal lesgever timmeren motivatie Willem Vermandere Toon Hermans verhalenverteller percussie schrijver
Meer over Jens Pas