Een groen paard met vijf poten
Het was het einde van de werkdag. Uitgeblust van hun drukke dagtaak zaten ze allebei aan de bar bij Spons. Spons was de uitbater van een kleine kroeg. Spons had zijn bijnaam gekregen omdat hij letterlijk alles wat hij aan zijn toog hoorde opzoog. En af en toe, als de gemoederen aldaar te veel verhitten, ging hij er ook met de ‘spons’ over.
Thomas had het vooral over zijn drukke namiddag. En hoe het letterlijk aan zijn lijf vrat. Thomas is een staafje bordkrijt, en verdient de kost aan de School voor Comparatieve Filosofie in Antwerpen. Het was dus een drukke dag geweest want de docent van die dag schreef graag en veel op het bord. De Oude Upanishaden waren blijkbaar stof voor veel data, begrippen en vooral vreemde tekens. Thomas hoopte dat hij zijn gevraagde mutatie kreeg naar de cursus Zenmeditatie. Daar kwamen er in een heel lesuur maar één of twee woorden op het bord. Zenmeditatie verlengt dus letterlijk het leven, het zijne althans.
Maar zoals het de meesten onder ons vergaat, die in een drukdoende en belangrijk lijkende omgeving vertoeven, ze gaan zichzelf belangrijk vinden. Thomas ging wild tekeer tegen Luk, het stompje krijt dat een job had in de keuken van Simonne. Luk’s taak bestond uit het vormen van het extern geheugen van de betrokken huisvrouw. Luk beperkte zijn communicatieopdracht tot “suiker”,” wc-papier”, “kaas” en kwam slechts met het moeilijk woord “Tandoori-chicken” in de buurt van Indië. Maar aangezien Simonne een doordeweekse Vlaamse vrouw was, en zelden exotische gerechten bereidde, bleef Luk vaker in Vlaanderen met “rode kool”.
Thomas had het over zijn opdracht en op welk niveau van transcendentie hij zich wel niet bevond, mensen inwijdend in de grootste geheimen van de Indische wijsbegeerte. Wat hij schreef, was verlichtend. Heel wat anders dan de gewone sterveling eraan herinneren dat het wc-papier op was. Kon je immanenter zijn? Hij vergat weliswaar dat hij het instrument was van de docent. Deze was daarenboven op zijn beurt ook maar de verslaggever van notities uit een ver verleden. Zijn transcendente waarde was dus heel relatief. Maar opnieuw, als je dagelijks moeilijke woorden gebruikt, ga je op den duur ook moeilijk doen.
De discussie ging er bijzonder heftig aan toe. Spons was zich al aan het voorbereiden en had zich in zijn spoelbak voorzien van het nodige water, klaar om de heethoofden wat af te koelen.
Druipend van het water keek Spons door het raam van zijn taverne. Daar, op de stoep, was een kind aan het spelen. Het maakte een schitterende tekening van weliswaar een groen paard met vijf poten. Dik stoepkrijt in het knuistje dat hard over de ruwe tegels schuurde. Het kind tekende omdat het wilde tekenen. En het groen paard was gewoon een groen paard. Het stoepkrijt was stoepkrijt en kweet zich bijzonder waardig van zijn taak, ook al waren de werkomstandigheden hard.
Dat was transcendentie, dacht Spons. Wanneer je gewoon bent – één met het kind, zijn verbeelding en de stoep.
