Archief voor February, 2012
Gele komkommers

“Niets is meer wat het was”, zei ze en daarmee bracht ze hem terug naar zijn kindertijd. Hij herinnerde zich nog zo goed dat zinnetje dat zijn moeder hem toen zij. “Niets is meer was het was”. Het klonk raadselachtig en mysterieus. Zelfs een beetje wijs. En tegelijkertijd enigszins onbegrijpelijk. Een intrigerende zin. En hij moest denken aan die banaan.
De radio speelde Toni Corsari’s “Waarom zijn de bananen krom?” Een oud volksdeuntje, gebaseerd op een kinderraadseltje waar nooit een antwoord op kwam. Het leek alsof niemand wist waarom de bananen krom waren. De wetenschap wist nochtans dat het iets met de zon te maken had. Maar een kind van elf had die wetenschap nog niet. Toen het liedje dus weerklonk door het klein transistortje, keek hij onwillekeurig naar de fruitmand op de tafel. Daar lagen twee bananen, goed rijp. Geen van beide was krom, het steeltje weliswaar buiten beschouwing gelaten. Hij keek zijn moeder aan en met de eerlijkheid die enkel uit de mond van een elfjarig kind kon komen zei hij: “De bananen zijn niet krom.” Zijn moeder keek hem aan. Ze keek naar de bananen en moest vaststellen dat hij gelijk had. Kinderen hebben vaak gelijk. Zeker als het over bananen gaat.
“Je hebt gelijk”, zei ze, waarna ze vervolgde met de gevleugelde woorden, “niets is meer wat het was”.
“Die banen lijken meer op komkommers, gele komkommers” vertelde ze. En dat komt omdat die bananen niet gerijpt zijn in de zon, maar in de buik van een boot die ze naar hier heeft gebracht.
“Als bananen op komkommers gaan lijken, pas dan goed op” zei ze nog. “Dat is een teken dat men de boel aan het forceren is.” Waarna ze vond dat ze meer dan voldoende filosofische praat had verteld dan goed was voor het geluk van haar elfjarig zoontje.
Ik ben de boel dus aan het forceren, dacht hij. Zijn collega had hem immers geconfronteerd met het feit dat wat hij deed niet meer overeenkwam met wat ooit de bedoeling van zijn job was. Ooit was hij de bezieler van zijn departement. Zorgde hij voor inspirerende oneliners, kon hij zijn team motiveren. Nu had zijn jarenlange ervaring hem geleerd dat veel idealen vooral idealen waren, maar geen realiteit. Zijn retoriek was hol geworden en zijn team liep er wat onverschillig bij. Maar hij trachtte de boel te forceren door zijn speeches als een soort nieuwsheadlines aan te kondigen. Vandaag dit hoofdpunt, morgen een ander.
Maar gelukkig was er dan toch die ene collega. En zij herhaalde wat zijn moeder ooit zei.
“Je hebt gelijk”, zei hij, “ik moet ophouden met gele komkommer te spelen.”
Onbegrijpend keek ze hem na, maar toch met een gevoel dat hij opnieuw gelanceerd was. Ze glimlachte, zich een gele komkommer voorstellend.
