Archief voor March, 2010
Grassprietje
“Eindelijk”, dacht het grassprietje, “daar is de zon. Daar is de lente. De blaadjes krijgen bomen. Het heeft lang genoeg geduurd.”
Met al de kracht die een grassprietje heeft – en dat is heel wat als je weet dat gras tussen tegels door kruipt, zich op dakgoten nestelt totdat de goot het begeeft – rekte het zich uit richting zon. Ambitieus om een schitterend grasgroen gazon te realiseren in een al even schitterende zomer. Zich niet afvragend wat zijn aandeel in dit geheel eigenlijk was. Het sprietje was gewoon een sprietje. Het stond daar heel alleen, samen met zijn miljoenen collega’s samen gazon te zijn. Het voelde zich niet uniek, want het sprietje vroeg dit zich zelfs gewoon niet af. Het was gewoon wie het was, niets meer maar ook niets minder. Het onderging zelfs met plezier zijn wekelijkse kappersbeurt met de glimlach. Alles voor een mooi gazon.
Wat als er één van die grassprietjes het in zijn hoofd zou halen om rozenstengel te worden? Of persé wou opklimmen tot klimop? Stress en vooral ontgoocheling zou zijn deel zijn. Neen, hij is wie hij is, en hij wil daar eigenlijk weinig of geen verandering in aanbrengen. En hij is helemaal niet uniek. En toch slaagt hij erin om een schitterend resultaat neer te zetten. In alle eenvoud, in alle natuurlijkheid. Gras verwacht geen applaus als het groen is. Hij vindt dit doodnormaal. Hooguit voelt hij zich wat opgewonden als hij weer eens mag kriebelen.
Zo eenmaal per week komen ze. Een groep grote steltlopers. Dan komen ze op hun blote voeten door het gras lopen. Telkens op zondagochtend, net als het sprietje zich aan het wassen is. Dan staan ze daar te trappelen op dat natte gras. En dan weet hij dat hij moet kriebelen. Dat wordt van hem verwacht. Want dan hoort hij een gelukzalige zuchten van de tweevoeters. Ontstressen, noemen die dat. Het is iets dat hij niet begrijpt. En dus kriebelt hij maar gewoon.
Maar niemand die hem bedankt, als ze na een half uur trappelen het terras oplopen om een ontbijt te bestellen. Niemand die beseft dat, als hij er niet was geweest, ze hadden staan stampen in een zandbak. Dat komt wellicht omdat hun hoofd te ver van hun voeten staat.
Veerkracht
Hij zat op zijn knieën onder zijn bureau. Tenminste, onder zijn oud en versleten tafeltje. In het halfduister tastte hij naar het spiraalveertje uit zijn balpen. En dat voor de derde maal, stel je voor. Drie keer na mekaar had hij aan zijn pen zitten draaien en prutsen waarna de huls vooraan losschoot, het veertje er van tussen vloog en van de tafel rolde, aan de achterkant langs Murphy’s muur uiteraard, om dan ergens op de grond neer te komen onder zijn bureau. Opstaan, kruipen, zoeken, tasten, vinden, terug gaan zitten, vastdraaien, zich opnieuw zenuwachtig zitten opwinden aan zijn tafel, losdraaien, losschieten, wegspringen, vallen…en dat drie maal na mekaar.
En het was daar, de derde keer onder dat bureau, zijn handen in het stof, dat hij niet alleen het veertje maar ook de moed terug vond om weer aan de slag te gaan. Zijn frustratie was plotsklaps verdwenen. Zijn fierheid kwam terug, samen met zijn beroepsernst. Zelfs zijn motivatie kwam al om de hoek kijken.
Drie maanden geleden was de eerste werkdag van zijn fabriek, onder bewind van de nieuwe eigenaars, een feit. Zijn bedrijf smolt samen met een voormalige concurrent, meerdere malen groter dan zij. Met deze fusie waren ook een pak interne procedures veranderd. Zo was de aankoop van de smeermiddelen gecentraliseerd om de prijs te drukken. Dergelijke centralisatie betekende echter een langere aanvraagprocedure om nieuwe emmers smeerolie en vetten te bestellen. Meer bazen, meer handtekeningen, meer tijd. Na één maand was dit al voelbaar in zijn fabriek, ver weg van het hoofdkantoor. Vier technische storingen tengevolge te weinig smeervet. Vakman als hij was had hij, na meerdere pogingen om zijn aanvraag te versnellen en vast te stellen dat je het gevecht tegen de administratie niet kon winnen, besloten om gewoon wat meer te bestellen dan nodig was. Zo had hij een klein extra voorraadje in eigen beheer voor noodgevallen. Zin voor initiatief gecombineerd met de liefde voor zijn vak. Hij werd wellicht de werknemer van de maand.
Gisteren kreeg hij echter een boze telefoon. Hij werd verwacht bij de lokale fabrieksdirecteur. Hoe het kon dat de onderhoudskosten plots 25% waren gestegen? Waarom hij nu al drie maanden zoveel meer materiaal bestelde dan vroeger? Hij hoorde zelfs een kleine zweem van wantrouwen. Dacht die directeur misschien dat hij in zijn garage thuis een klein productielijntje had staan? Het was wellicht zijn verbeelding. Hij probeerde uit te leggen dat de bestelprocedure een kwart langer duurde dan vroeger en dat hij dus meer smeermiddelen op voorraad nam om problemen te vermijden. Hij wees op de pannes van de eerste maand. Met iets tussen onverschilligheid en een blijk van begrip knikte de directeur, om daarna afgemeten op te merken dat het niet zijn taak was om zomaar de regels vrij te interpreteren. Hij had zijn probleem moeten melden. Dat hij dit geprobeerd had, werd niet gehoord. De directeur luisterde niet. Enigszins neerbuigend zei hij dat hij natuurlijk niet kon beseffen dat hij hierdoor de verhoopte kostenbesparing gewoon onderuit had gehaald. Schrappen dus die grote hoeveelheden op de bestelbon. Kleine voorraden, Just In Time. Lean en Mean. Zo hoorde het. Het Mean klonk harder door dan het Lean.
Het was na zijn bezoek aan de directeur dat zijn balpen het moest ontgelden. Totdat het veertje hem de weg toonde. Hij kon nog tien keer de veer oprapen, de veerkracht zou niet veranderen. Waarom zou hij zich dan wel laten gaan?
Glimlachend nam hij 2 bestelbonnen. De eerste vulde hij in met de juiste minimale hoeveelheid. De tweede vulde hij al in om overmorgen te versturen, met dezelfde minimale hoeveelheid. Hij deed wat werd gevraagd. Minder smeervet op de bestelbon. Maar nu wel meer bestellingen. Zijn machines moesten immers blijven draaien.