Bluesette

Na zestig jaar besloot hij om toch nog maar wat te oefenen. Die laatste hoge noot gisterenavond kwam niet zoals hij het had gewild. Iets te vroeg, te weinig aangeblazen en daardoor te kort waardoor de melancholie, die het moest vertolken, niet geheel de zaal in werd gestuurd. Was het de zaal, of eerder de tent en de donderwolken die toch begonnen op te komen? Of de drummer die even had gehaperd in zijn solo, net toen hij moest invallen? Of lag het toch aan hem? Beter zeker zijn en nog wat oefenen.

Hoe deed hij het toch? Zestig jaar volhouden om te oefenen. En dan nog op één instrument, amper een hand groot. Zijn houding was er één van permanente bescheidenheid. Eerbiedig voor het instrument, zijn ziel, de compositie en de andere muzikanten. Hij was uiteraard fier op zijn prestatie en enige ijdelheid was hem niet vreemd, anders deed je zijn beroep niet. Maar die beroepstrots, dat meesterschap vertaalde zich niet in het label “expert”, zelfs niet in “senior”-ikweetnietwat. Gewoon muzikant. Jazzmuzikant om meer precies te zijn.

Hij werkt voor studio’s en orkesten. Dirigenten en producers zwaaien de scepter. Vroeger durfde er al eens eentje zeggen wat de muzikant moest doen. Waar hij op moest oefenen. Of erger, dat hij maar best van instrument zou veranderen, als hij er zijn toekomst zou willen van laten afhangen. Nu niet meer. De tijd bewees dat boven strategisch inzicht, boven de noden van de studio, de persoonlijke passie voor het vak regeerde.

Je kan een aap niet leren aardbeien eten als hij liever bananen lust. Je kan hem wel laten kennis maken met de aardbei en dan nederig toekijken of de nieuwe vrucht gesmaakt wordt. Met geduld. Als de vonk overslaat, komt de rest vanzelf.

Geen ingewikkelde ontwikkelingsplannen. Geen uitstippelde route. Maar een vuur dat niet te doven is. Een passie voor het instrument en de interpretatie. Gewoon spelen en oefenen. Vooral veel oefenen. Door het passioneel te oefenen ontstaat een symbiose tussen mens, instrument en muziek. En uiteindelijk ook de toehoorder. Elke producer weet dat hij daar geen hand in heeft. Dit is de muzikant die aan het werk is zoals een muzikant aan het werk hoort te zijn. Klaar staan als het eens een mindere avond was, om de ziel van de performer die hij toch zo kwetsbaar openstelde, op te vangen. Dat is het enige dat hij kan en moet doen.

Competentie begint bij passie en groeit door de competentiehouder voorop te stellen. Voorop. Dat betekent op de eerste plaats.

Leave a Reply