Archief voor January, 2010

de kracht van ont-moetingen

Ik ontmoet haar op een zonovergoten terras in de lente. Geduldig wachtend zit ze een boek te lezen. Ik ben, zoals vaak gebeurt, te laat. Nu was het de trein uit Londen die vertraging had, maar het is eigenlijk altijd wat.

Het boek blijkt voor mij te zijn. Ik bedank voor het boek, leg het opzij, ons gesprek vangt aan. We kenden elkaar enkel via de tegenwoordige vele virtuele netwerken op het internet. We praten heel even over de gebruikelijke koeien en kalveren, over onze ervaringen in het netwerk en dan over ons werk en discreet over onze klanten. We merken dat we veel gemeenschappelijk, maar ook veel verschillend hebben.

In een uurtje tijd leer ik een hele nieuwe wereld kennen van methodes, modellen, schrijvers en adviseurs die, op hun wijze, vergelijkbare klanten met vergelijkbare problemen helpen. Ons gesprek had geen doel, behalve zomaar kennismaken in de zon. Er moest niets. En er kwam veel. Nieuwe inzichten, nieuwe ideeën, nieuwe pistes om over na te denken.

Onze ontmoeting was een les in ont-moeten. Inzicht krijgen in elkaars visie en beseffen dat wat we dachten dat moest, misschien helemaal niet moet. Ik dacht aan Naema Tahir, de schrijfster, die in een interview met MO-magazine over “ontmoetingen” zegt: “ze doen je beseffen dat het mogelijk is om op een andere manier te leven dan de jouwe, dat je niet uitverkoren bent.”
En ze heeft gelijk, denk ik dan.

Ik herinner me het TV-programma “Op gelijke voet”, waarbij een directeur of manager zich gedurende een week tussen zijn mensen gaat begeven en mee de afwas doet, mee de post bedeelt, mee de fabriekshal schoonmaakt. Dergelijke ontmoetingen brachten inzicht, waarna veel “moetens” niet meer moesten omdat ze voorbijgestreefd of ronduit fout waren. Dergelijke ontmoetingen waren zo krachtig dat ze binnen de week investeringen veroorzaakten in een nieuwe machine of in een aangepaste werkplek. Krachtiger dan welke sterkte/zwakte-analyse of investeringsplan ooit zou kunnen zijn.  De ontmoetingen hadden iets ont-moetend.

Ik dacht aan de “Speaker’s Corner” die een klant organiseerde in zijn kantine voor zijn medewerkers. De “Speaker’s Corner” was een plek en moment tijdens de lunchpauze waar alle medewerkers een presentatie mochten komen geven over om het even welk onderwerp. Bedrijfsgebonden, persoonlijk, het maakte niet uit. Als het maar goed was voorbereid en maximaal twintig minuten duurde. Bedoeling was mensen meer te laten luisteren naar mekaar. Zonder meer. Het was een ont-moetingssessie. En iedereen stak er van op. Veel projecten kregen extra tips en hulp, vaak uit onverwachte hoek.

Ont-moetingen. We zouden het meer moeten doen. En het klinkt zoveel beter dan “netwerken”. Terwijl bij netwerken de klemtoon op het woordje werken ligt, zo voel je bij ont-moetingen eerder dat niets hoeft en alles kan.

Bluesette

Na zestig jaar besloot hij om toch nog maar wat te oefenen. Die laatste hoge noot gisterenavond kwam niet zoals hij het had gewild. Iets te vroeg, te weinig aangeblazen en daardoor te kort waardoor de melancholie, die het moest vertolken, niet geheel de zaal in werd gestuurd. Was het de zaal, of eerder de tent en de donderwolken die toch begonnen op te komen? Of de drummer die even had gehaperd in zijn solo, net toen hij moest invallen? Of lag het toch aan hem? Beter zeker zijn en nog  wat oefenen.

Hoe deed hij het toch? Zestig jaar volhouden om te oefenen. En dan nog op één instrument, amper een hand groot. Zijn houding was er één van permanente bescheidenheid. Eerbiedig voor het instrument, zijn ziel, de compositie en de andere muzikanten. Hij was uiteraard fier op zijn prestatie en enige ijdelheid was hem niet vreemd, anders deed je zijn beroep niet. Maar die beroepstrots, dat meesterschap vertaalde zich niet in het label “expert”, zelfs niet in “senior”-ikweetnietwat. Gewoon muzikant. Jazzmuzikant om meer precies te zijn.

Hij werkt voor studio’s en orkesten. Dirigenten en producers zwaaien de scepter. Vroeger durfde er al eens eentje zeggen wat de muzikant moest doen. Waar hij op moest oefenen. Of erger, dat hij maar best van instrument zou veranderen, als hij er zijn toekomst zou willen van laten afhangen. Nu niet meer. De tijd bewees dat boven strategisch inzicht, boven de noden van de studio, de persoonlijke passie voor het vak regeerde.

Je kan een aap niet leren aardbeien eten als hij liever bananen lust. Je kan hem wel laten kennis maken met de aardbei en dan nederig toekijken of de nieuwe vrucht gesmaakt wordt. Met geduld. Als de vonk overslaat, komt de rest vanzelf.

Geen ingewikkelde ontwikkelingsplannen. Geen uitstippelde route. Maar een vuur dat niet te doven is. Een passie voor het instrument en de interpretatie. Gewoon spelen en oefenen. Vooral veel oefenen. Door het passioneel te oefenen ontstaat een symbiose tussen mens, instrument en muziek. En uiteindelijk ook de toehoorder. Elke producer weet dat hij daar geen hand in heeft. Dit is de muzikant die aan het werk is zoals een muzikant aan het werk hoort te zijn. Klaar staan als het eens een mindere avond was, om de ziel van de performer die hij toch zo kwetsbaar openstelde, op te vangen. Dat is het enige dat hij kan en moet doen.

Competentie begint bij passie en groeit door de competentiehouder voorop te stellen. Voorop. Dat betekent op de eerste plaats.

Inschrijven voor verhalen
We publiceren regelmatig nieuwe verhalen. Schrijf hier in en ontvang twee keer per maand een nieuw verhaal in je mailbox. Daarnaast ontvang je ook andere publicaties van Jens.
Jens in ‘t kort
jenspas-zw-60 inspireren telecommunicatie comparatieve filosofie regisseur begeleiden software testing reorganisaties acteur passie Ulrich Libbrecht vader eigen bedrijven spreker samenwerken Charles Handy David Maister lesgever motivatie Sumantra Ghoshal timmeren Willem Vermandere verhalenverteller Toon Hermans percussie schrijver
Meer over Jens Pas