Vaders en zonen
Friday, December 18th, 2009
“k ben thui-uis!”, riep hij zoals gewoonlijk. De achterdeur van het huis sloeg dicht, zoals gewoonlijk. Iets te hard, maar niet brutaal. Zijn boekentas vloog in een hoek van de keuken, daar waar hij altijd vloog. Ik hoorde hem mijn bureau binnenkomen en draaide me om. Hij vloog me rond de nek, zoals gewoonlijk. Zijn ijskoude wangen tegen de mijne. De winter had eindelijk toegeslagen, in deze warme decembermaand.
“Gaan we een vieruurtje eten?” vroeg hij. Zoals altijd gingen we de keuken in. Hij ging zitten, ik nam de koeken, of de yoghurt, de versgemaakte chocolademelk, met echte cacao, zoals hij er altijd bij zei. Het was een ritueel dat zich had ontwikkeld het afgelopen jaar. Het jaar van de crisis. Het jaar waarin veel mensen hun werk verloren, maar waar tavernes, cafés en concertzalen toch nog altijd vol zaten. Een vreemd jaar, 2009. Crisis, dat betekende voor mij meer tijd thuis dan bij de klant. Want ook mijn klanten probeerden het dit jaar liever alleen dan met het verhaal dat ze mij anders graag lieten vertellen. Meer thuis, minder inkomsten, meer bezorgdheid. Maar dus ook meer vieruurtjes. Van twee keer per maand vroeger, naar bijna twee keer per week nu. En ook al was de economische meerwaarde ervan gering, ik keek er ondertussen al naar uit vanaf vier uur. Want om kwart na vier kwam hij thuis. De school was een straat verder om de hoek.
We aten onze koek, dronken onze warme chocolademelk, met echte cacao. Daarna gingen we beiden terug aan het werk. Hij zijn huiswerk, ik het mijne. Er moest gelukkig nog altijd wel een lezing of opleiding worden uitgewerkt of aangepast. Toch klanten. Hij installeerde zich voor de tv met koptelefoon. Het zijn moderne tijden, mevrouw. Zo kan ik doorwerken in een kamer die grenst aan het salon en voelen we ons, hoe dan ook, toch samen. Want daar alleen zitten, dat vindt hij toch niet zo fijn.
Vaders en zonen, het is iets vreemds. Een relatie vol liefde, maar ze zeggen het niet zo graag. Liefde met grote L past evengoed bij man met M van macho als … Ze praten er niet graag over en tonen het meestal niet zo vaak. Mijn zoon gelukkig nog wel. Hij aarzelt niet om te zeggen hoe graag hij me ziet. En een knuffel behoort tot zijn dagelijks werk. Wat zeg ik, meerdere keren per dag. Ik niet. Ik ben niet zo aan dit gefrikkel. Ik herinner mij geen dergelijke momenten met mijn vader. Een stoere schouderklop, ja dat wel, of die eerder ruwe houthakkersomhelzing met de bijhorende bons op de rug op momenten van intens verdriet, zo van “mannen begrijpen elkaar zonder woorden”. Maar toch laat ik de knuffel van mijn zoon mij welgevallen. Ik ben zijn held. En ook in die rol nestel ik me graag. Hoelang dit nog zo blijft, weet ik niet, maar ik weet wel dat er een vervaldatum op het heldendom staat. Tenminste, op een bepaald ogenblik zal ik niet cool meer zijn en dat zal toch wel even zo blijven. Totdat hij mijn plaats zal hebben ingenomen en, als de relatie al die jaren niet brak, dan keert de voorbeeldrol terug. Hij zal dan de actieve speler zijn in de samenleving en ik zal toekijken. En ik zal opnieuw zijn voorbeeld zijn. Zoals nu het geval is met mij en mijn vader. Vanuit zijn stoel aan de zee observeert hij mijn doen en laten. Ik herinner me nog als gisteren wanneer de rollen plots omkeerden. Er moest een computer geïnstalleerd worden en mijn vader vroeg mijn hulp. Ik weet nog hoe ik wakker schrok bij die vraag. Ik had altijd zijn advies gevraagd en nu was dit andersom. Later kwamen daar enkele fysieke taken bij, die ik beter kon uitvoeren dan hij. Ik merk dat ik zelfs nu moeite heb om neer te pennen dat ik iets “beter” kan. Het klopt niet. Ik voel nog steeds de schroom om te zeggen dat ik iets beter kan. En wellicht is ze overbodig, die aarzeling, want vorige week heb ik zelf voor het eerst ervaren dat mijn zoon iets “beter” kan. Hij leerde me opnieuw waar je het trema moet plaatsen op woorden waarin lettergrepen gescheiden worden door klinkers. Het trema, dat zijn die twee vervelende puntjes die je’ soms’ op een letter moet zetten. En ook al schrijf ik veel, ik aarzel iedere keer opnieuw als ik ze kwijt moet. Ik ben nu eenmaal een schrijver-bricoleur. Maar nu niet meer, mijn zoon heeft het me geleerd. Leerstof voor de vijfde klas. En vorige week liepen we door een speelgoedwinkel en ook daar leerde hij mij nieuwe dingen ontdekken. Nu al word ik ingelopen, maar ik vind het niet erg. Integendeel, het voelt fijn aan mijn zoon te zien groeien. Een gevoel dat verder gaat dan de houthakkersomhelzing.
Vaders en zonen, het is iets vreemds. Je kan het moeilijk benoemen. Dochters zeggen soms dat hun moeder hun vriendin is geworden, of andersom. Of dat zo aanvoelt kan ik, de facto, niet weten. Maar ik heb zonen nog niet horen zeggen dat hun vader hun vriend is, hun makker. Straks wordt er weer één herboren. Een zoon, in die stal. En kan het allemaal weer opnieuw beginnen. Vaders en zonen, het is een ongrijpbare relatie. Het is wellicht daarom dat ze zeggen “in de naam van de vader, de zoon en de heilige geest, amen”.
We wensen u een mooi jaareinde toe en mag 2010 u en al wie u dierbaar is veel geluk en voorspoed brengen.
Jens en Linda