Archief voor November, 2009
De boom
Met een tevreden blik en een voldaan gevoel van nuttigheid staar ik naar mijn loepzuiver gazon dat er in dit herfstweer wat nat bijligt. Het is november. En dan vallen de bladeren van de bomen. Zo wil het cliché en zo is het. Ook al meldt de weerman, enigszins onheilspellend, dat we gisteren de warmste nacht, 13° C!, voor deze periode van het jaar net gehad hebben. En dat sedert 1938.
Het vallen van het blad betekent het oprapen van het gevallen blad. En dat deed ik dus deze ochtend. Gewapend met een te dikke jas, het was immers te warm, hark en raap ik. Ik voel me een echte tuinprofessional met mijn bladzuiger in de aanslag. Geen blaadje, hoe klein ook, ontsnapt aan mijn bijna dwangmatige schoonmaakzucht. Kraaknet. Zo ligt mijn tuin er nu bij. Te net eigenlijk om nog de herfst te vertolken. Mijn tuin is een acteur met een ongeloofwaardig kostuum in een ongeloofwaardige rol. En het publiek lacht. Het lacht om mijn tuin, maar nog meer om mijn tevreden blik. Straks, als de winter voorbij is, staan honderden jonge groene blaadjes opnieuw klaar om de wereld te overspoelen. Om dan zes maanden later afgepeigerd mijn gazon terug bruin te kleuren. De boom lacht. Met mij en mijn bladzuiger. Tenzij een gewestplan hem weghakt, zal de boom jaren nadat mijn bladzuiger al lang in het containerpark is terecht gekomen, zelfs nadat er ook over mij niet meer zal gesproken worden, nog steeds groene bladeren produceren dat het een lieve lust is. De wereld zal dan eens groen en dan eens bruin zijn. Zo was het en zo zal het wellicht nog lang zijn. Ook al wordt het ’s winters al eens warmer. Geen bladzuiger kan daar tegen op.
Moeder Aarde lacht. Ze lacht om mij en mijn misplaatst gevoel van nuttigheid. Ik voel me nuttig omdat ik mijn tuin bladvrij heb gemaakt. Voor even. Terwijl de boom zijn hele leven de zuurstof produceert die ik nodig heb. Nuttigheid. Het is een gek begrip dat de boom niet kent. En ik helaas wel. Het plaatst een barrière tussen mij en de natuur. Nuttigheid wordt geprezen. We bejubelen de nuttigen, we verachten de nuttelozen. Terwijl de boom boom staat te zijn, zich niet afvragend wat hij nu eens zou doen. Zou een beetje minder nuttigheid niet beter zijn?
En terwijl ik geniet van mijn nuttigheid, valt er achter mijn rug, opnieuw een blad van de boom.
De triangel
De dirigent keek bezorgd door het raam. Het concert was net afgelopen en alhoewel het publiek het orkest had beloond met een staande ovatie, wist hij dat het niet perfect was geweest. Die nieuwe, daar was nog werk aan. Alhoewel, kon je dat oplossen?
Het was het eerste concert met een nieuwe muzikant die de triangel speelde. En alhoewel het instrument zowat het kleinste was van het orkest, slechts drie klanken voorbracht, en meer niet werd bespeeld dan wel tijdens een concert, had de triangel voorheen een bepalend effect gehad op het orkest. Niet in het minst omdat de triangel, hoe klein hij ook was, overal doorheen klonk. Met hemelse zuiverheid kon je de triangel horen tot op de achterste rij in het concertgebouw. Je kon dus maar zorgen dat je op het juiste moment op de triangel tikte.
Maar daaraan lag het niet. De nieuwe muzikant kende zijn vak. Hij beroerde de metalen driehoek met wiskundige precisie. En misschien was dat het probleem. In het concert dat die avond gespeeld werd, kwam er net een moeilijke pianopartij vlak voor zijn “ting”. En de pianist had de neiging altijd een beetje te vertragen waardoor de triangel ook wat later moest komen. Maar dat aanvoelen, dat had de nieuweling niet. Hij miste de ervaring met het orkest. Iets wat je niet op de schoolbanken kon leren.
Maar nog belangrijker was de rust die de oude triangelaar al die jaren had uitgestraald, daar achteraan op de laatste rij van het orkest. Als een soort gespiegelde dirigent had de vorige triangel-speler, de andere slagwerkers en zelfs een deel van de kopers altijd gesteund met een rustig gebaar, een fluisterend woord. Ook al bespeelde hij het kleinste dingetje, hij had vroeger gespeeld bij de grote Von Karajan. Maar hij was al die jaren, zoals zijn instrument, bescheiden gebleven, respectvol naar iedereen rondom hem. De spanningen die tijdens een concert al eens naar boven kwamen als er al eens fout werd gespeeld, had hij altijd met een milde glimlach kunnen bezweren.
En het was die spanning die de dirigent had gevoeld tijdens het concert. De souplesse van weleer was er niet. De noten waren noten gebleven, juist gespeeld, maar daarmee was het nog geen muziek. De kennis was er, maar de rest nog niet.