Archief voor September, 2008
Street credibility
Vermoeid liet hij zijn lege lijf in zijn zetel glijden. Hij voelde zich leeg. Zijn spieren waren als pudding, zijn vel een te grote vuilniszak voor de botten die erin zitten. Hij had net een zware discussie achter de rug. Hij, de directeur van het toonaangevende bedrijf. Hij stond vorig jaar nog op de voorpagina van het populaire zakenweekblad. Zijn antagonist, zijn zoon. Zeventien jaar, groot en lang, pezig. Volleybalspeler. Tenminste, tot voor kort. Want nu was hij geschorst als gevolg van baldadig gedrag op het veld en daarnaast. Hij kon altijd al niet tegen zijn verlies. Dat zat in de familie. En nu, nu hij zowat een leidersfiguur was geworden, kon hij het zich niet permitteren zijn reputatie van grote mond geen eer aan te doen. De tegenpartij, dat waren smeerlappen. Omdat…tja, waarom eigenlijk? Vooral omdat ze de tegenpartij waren. Hoewel dat nu net hun rol was…Maar goed, het waren toch maar smeerlappen. Dat vertelde hij hen ook. Alhoewel, vertellen. Hij schreeuwde het hen toe. En de coach zou hem geen les leren. En de scheidsrechter al helemaal niet. Maar deze had het laatste woord en dus werd hij geschorst.
De directeur was ontmoedigd, teleurgesteld. In zijn zoon. Hij had gepoogd hem duidelijk te maken hoe onrespectvol zijn gedrag wel was geweest. En daarenboven, hoe onzinnig. Zijn handelen had geen enkele zode aan de dijk gebracht. Zijn ploeg had zich geschaamd om zijn gedrag, zijn coach voelde zich bedrogen, het gezin was teleurgesteld. En zelf was hij gewoon boos en gefrustreerd gebleven. Wild om zich heen schoppend. Om het beeld van een “herrieschopper“ hoog te houden. Een die geen schrik had. Van niemand.
Hoe kon het toch dat zijn zoon, uitgerekend zijn zoon, dergelijk gedrag stelde? Hij begreep het niet. Hij had zijn zoon, en bij veralgemening zijn hele gezin eigenlijk, de laatste tijd wat verwaarloosd. De herstructureringen in zijn bedrijf hadden immers al zijn aandacht opgeëist. Zeker als je merkt dat het bedrijfje dat ze opgekocht hadden zich met hand en tand verzette tegen elke verandering. Maar ze zouden luisteren. Hij was immers hun baas nu. Het was “my way or the highway” zoals hij wel eens in een overacterende bui durfde te scanderen. Hij was immers de directeur! Hij moest laten zien wie hij was. Hij kon zich geen enkele twijfel veroorloven. Anders zou de firma binnen de kortste keren verlamd zijn. Zo hield hij zich toch voor.
Zijn vrouw was op het einde van de discussie binnen gekomen. Nog net had ze opgevangen dat vader het helemaal niet begreep, dat hij een reputatie hoog had te houden. Street-credibility, weet je wel. Dat hij daarenboven oud en wijs genoeg was om te weten wat doen. Hij was immers al zeventien. Waarna hij met slaande deuren het huis verliet.
Ze ging er niet op in. Ze zag dat haar man vermoeid was van het gesprek. Teleurgesteld in zijn zoon. Ze vroeg dan maar hoe het was geweest op kantoor. “Moeilijk”, zei hij. De mensen begrijpen niet wat het is om directeur te zijn. Lonely at the top is echt wel lonely at the top. Zijn beslissing van vorige week om versneld iedereen nieuwe businesskaartjes te geven, had averechts gewerkt. Hij had gehoopt dat er een éénheid zou ontstaan. Hij kreeg er weerspannigheid voor terug. “Dat hij maar niet denkt dat wij nu met dergelijke idiote kaartjes zullen werken. De kleuren zijn te hard en het logo infantiel.” Ze zouden hun oude kaartjes blijven gebruiken, tot ze op waren. Ze waren fier op hun roots.
Hij kon dit niet door de vingers zien. Dergelijke bagatel zou zijn gezag aantasten. Het zou als een klein roestvlekje op het koetswerk van een auto zijn. Voor je’t weet is heel je carrosserie weggevreten. Het was zijn idee! Hij kon niet terug. Zo vertelde hij aan zijn vrouw.
Waarop zij vroeg: “Street credibility?”
Zandkasteel
Vanop mijn buik, het hoofd een kwart gedraaid op het strandlaken, sloeg ik het kind gade. Gewapend met emmer en een klein plastieken schopje bouwde het enkele meters verderop ijverig aan de toekomst. Die toekomst lag voor de kleuter enkele minuten voor hem. Het moment dat zijn kasteel af zou zijn. Veel verder gingen zijn plannen niet. Althans zo denk ik toch. Hij metselde erop los. Water mengen met zand, schelpen als decoratie. Vanuit mijn perspectief gezien was hij aan een heuse toren van Babel bezig. De toren werd steeds groter. De omwallingen die het bouwwerk moesten beschermen tegen de opkomende zee, steviger. Eén toren werden er twee. Na enige tijd was de toren uitgegroeid tot een uit de kluiten gewassen burcht waar de bouwheer zonder veel moeite binnen en buiten kon wandelen. Ik zag hoe mensen aan en af liepen, de bouwheer loofden voor zijn inzet, zijn prestatie. De kleuter was geen kleuter meer, maar een prins, neen, een keizer in zijn rijk. Hij was het voorbeeld van werkijver, inzet, concentratie en zelfs doorzettingsvermogen. Ik zag en ik keek ernaar. Ik herkende mezelf in het tafereel. Of toch niet? Want ik vond geen enkele stress bij de kleine reus terug. Hij bleef maar kraaien en glimlachen. Iets wat ik reeds lange tijd, dat kraaien op zijn minst, niet meer had gedaan. Zijn realisaties werkten aanstekelijk. In geen tijd werden er nieuwe bouwputten gegraven door nieuwe bouwheren die in de schaduw van de succesvolle pionier hoopten ook deelachtig te worden in de voorspoed. De kleine vond het allemaal ok, zolang ze maar van zijn omwallingen afbleven. Een hele nederzetting kwam tot leven met de burcht als centrum. Er werd handel gedreven. Schelpen wisselden van eigenaar in ruil voor papieren bloemen of andere versieringen. De kleine had het. Mercantiel, met de juiste timing had hij zijn imperium uitgebouwd.
Ik schoot wakker. De nederzetting was weg. Er was enkel die kleine hoop zand die een toren moest voorstellen in de verbeelding van een kleuter. Ik zocht de ondernemer uit mijn dromen en vond hem aan de waterlijn huppelend in de golven. Zijn grootse realisatie was hij alweer vergeten. Hij was zichzelf gebleven. “Moet ik ook doen”, dacht ik, waarna ik me omdraaide en opnieuw insliep.