Archive for February, 2008

GPS

Thursday, February 28th, 2008

23 februari 2008. Op hun jaarlijkse Algemene Vergadering klonk er tevredenheid onder de 36 goden van het Nieuwe Geloof. Ze waren erin geslaagd om bij de start van de 21ste eeuw de mensheid in hun greep te krijgen. Iedereen geloofde. Iedereen, of minstens elk gezin had zijn nieuwe neergeschreven Openbaring. Niet vaag gepend op één of andere papyrusrol maar zeer gedetailleerd en volledig uitgewerkt in een eigentijdse elektronische bijbel.  In geen tijd was deze nieuwe bijbel de steun en toeverlaat geworden van iedereen die zijn weg zocht. Er bleef maar één probleem dat opgelost diende te worden. Eén probleem waar elk geloof mee had gekampt: de rol van de vrouw. Elke mannelijke gelovige die onderweg was, kreeg het aan de stok met zijn vrouw. Want telkens de nieuwe bijbel, of moet ik zeggen de GPS, de richting aangaf, moest de vrouw in de auto gefrustreerd zwijgen. Zij had geen GPS nodig om de weg te vinden.

Lievvvde

Wednesday, February 13th, 2008

Lievde. Lievvvde. Dat stond er geschreven. Het potlood had zich al omgedraaid om het woord uit te wissen en opnieuw te beginnen.
“Hoho”, riep de pennenzak, “wat ben je van plan?”
“Ik heb een fout geschreven”, zei het potlood, zich wat schamend. Als fulltime schrijfgerief een spellingsfout maken is niet meteen een teken van vakbekwaamheid.
“Wat staat er?”, vroeg de pennenzak. Het potlood dacht dat de vraag retorisch was. De fout was immers evident. Maar de pennenzak zweeg, wachtend op een antwoord.
“Ewel?”
“Lievde. Lievvvde”, zei het potlood, “met een V. En niet met een F.”
En wat ben je aan het schrijven?”, vroeg de pennenzak.
“Een stuk over het belang van liefde. Er is te weinig liefde in de wereld. Moest er meer liefde zijn, dan zou er veel minder miserie zijn.”
Dat laatste was iets te logisch om nog verstandig te klinken.
“All you need is love, dus”, antwoordde de pennenzak.
“Ja”.
“Werd dat al niet een keer geschreven? Door iemand anders?”. De pennenzak keek wat smalend.
“Euh, ja. Natuurlijk. “
“En jij voelt je dus geroepen om daar het ontbrekende werk aan toe te voegen? Het werk dat eindelijk iedereen zal overtuigen om lief te hebben”.
Het potlood was van slag. Wat was er nu fout aan het schrijven van een stuk over liefde? Waarom moest zijn partner zijn initiatief plots in twijfel trekken? Natuurlijk zou zijn stuk niet HET overtuigende bewijs voor de mensheid zijn. Alhoewel hij in een onbescheiden moment wel eens hoopte dat hij een tekst zou schrijven die iedereen van zijn sokken zou blazen.
“Laat je fout maar staan en schrijf jij maar over de lievvvde”, hernam de pennenzak lachend, “niemand heeft over lievvvde geschreven. Je zal de eerste en wellicht de enige zijn.”
“Ja, maar, het is fout. Ik kan toch geen tekst met fouten produceren.”
“Neen, daar gaat het niet om. Als je liefde schrijft met een V, dan begrijpt iedereen nog steeds waarover het gaat én als de mensen het lezen zullen ze stilstaan bij je tekst, want ze ziet er fout uit. Je tekst zal onthouden worden. Mensen zullen naar je tekst verwijzen als die die over Lievvvde gaat. Lievvvde, het baanbrekende werk van Crayon.”
Het potlood keek de pennenzak bedenkelijk aan. Zat ze nu met hem te lachen? Of had ze werkelijk een punt?
“Denk je dat ik met je aan het lachen ben?” vroeg de pennenzak, gedachten lezend. “Waarom zou ik dat doen? Ik hou toch van je?

Het potlood glansde in de zon. ZIJN pennenzak. Zijn partner. Al 25 jaar ondertussen. Hij was groot en lang. Zij, strak en blinkend. Het was liefde op het eerste gezicht, daar op dat rek in het warenhuis. En nu, zoveel jaren later, nu hij nog maar een stompje was en zij wat gekreukt en geschaafd, was hij nog altijd gelukkig met haar. Al zijn teksten had ze gelezen, en verbeterd. Even had hij opzij gekeken. Toen de meetlat haar intrede had gedaan, zo’n tien jaar terug. Maar hij had zich herpakt en de meetlat gelaten voor wat ze was. Cijfers waren immers niets voor hem. Letters, dat was zijn ding. Leven druk je niet uit in cijfers en liefde al helemaal niet.
Ze had wellicht gelijk. Hij zou over de lievvvde schrijven. De lievvvde van hem voor zijn pennenzak.
Hij keek de kamer rond op zoek naar inspiratie. Hij zag een appel die liefdevol naar een peer keek. En een blok hout dat door de lievvvde van het vuur verteerd werd. Buiten door het raam zag hij twee honden. Hun staarten kwispelden synchroon.
De wereld zit vol lievvde dacht hij. Als je maar goed kijkt. Hij keek naar zijn pennenzak. En nu, na 25 jaar, had hij door wat hij die eerste dag voor haar schreef:

Schrijf me, gom me,
verbeter me en zing me,
want ik heb jou altijd liev.”
Lente me, zomer me
September me en winter me
Want ik heb je voor altijd liev
Morgen me, middag me
Avond me en nacht me
Blijf bij me asjeblief

(tekst geschreven voor een huwelijk, op basis van kindertekeningen van de derde klas van de basisschool de Bosrank uit Zingem, gecombineerd met een stukje tekst van Toon Hermans uit het lied ‘Voor Herman’)

Een kwakje mayonaise

Wednesday, February 6th, 2008

Hij vond zichzelf verrassend terug in de keuken van een oude chalet ergens in Oostenrijk. In zijn handen vier vuile eetborden, gestapeld, met de mayonaise uitpuilend aan de rand. Hij hield ze wat onhandig vast. Je zag dat hij niet dagelijks deze horecataak tot de zijne beschouwde. Hij stond te wachten, want voor hem stonden er nog drie andere afruimers. De één met glazen, de andere met opdienschotels en soepkommen. Hij voelde zich ontspannen. Iets wat hij al jaren niet meer had gevoeld. Hij voelde zich rustig.

Tijdens een barbecue bij vrienden op een zeldzame warme laat-zomerige avond in september had hij zich laten overhalen om met zijn gezin mee af te reizen naar die vallei in Oostenrijk om te gaan skiën. Naar een budgetvriendelijke chalet, uitgebaat door Vlamingen dan nog wel. Luxe moest hij niet verwachten. De kamers waren wat aftands, de douche en het toilet bevonden zich op de gang. Maar gezelligheid was er troef, het familiale karakter dreef boven. Er was geen bar, maar wel stonden er bakken drank, geestrijke en andere, in en naast de koelkast, afhankelijk van hoe je ze moest drinken. Je nam wat je wou en noteerde gewoon wat je had genomen. De uitbater rekende op het einde van de vakantie met je af.

Heel anders dan zijn reis vorig jaar naar Les Trois Vallées waar hij in een vijfsterrenhotel vlakbij de skipiste zijn onderkomen had gevonden. Zwembad, sauna, massage en 24uur room service waren gegarandeerd. Hij herinnerde zich hoe hij toch ontstemd was toen hij een haar vond in de wasbak. Wellicht van de poetsvrouw die zich de naad uit het lijf had gewreven om die lavabo toch als een spiegel te laten blinken.

Terwijl hij daar stond, rook hij het dessert van verse vanillepudding met van die koekjes erin. De geur bracht hem bij herinneringen aan zijn jeugd. Hoe hij op woensdagmiddag bij zijn grootmoeder diezelfde lekkernij vaak zag staan op de vensterbank, afkoelend voor na de maaltijd. Toen al moest hij ook afruimen.
“Waarom verrast het mij dat ik nu help afruimen en het nog fijn vind ook?”, dacht hij in zichzelf. “Het is immers een niet meer dan normale taak, die geen compliment van inzet verdient.” Hij ruimde nooit af. Thuis ook niet. Ze hadden een huishoudhulp. Hij wist zelfs niet waar de borden stonden.

Normvervaging. Naarmate hij evolueerde van een pasafgestudeerde ingenieur die met zijn partner op een kleine studio hokte, naar een directeur die in een riante woning aan de rand van het bos woonde, waren ook zijn gewoontes geëvolueerd. Hoewel hij nog steeds diezelfde man was, met een juist rechtvaardigheidsgevoel, hetgeen hem met zijn werkijver trouwens al zijn promoties had bezorgd, was hij toch een luxebeest geworden dat champagne als aperitief op zondag zo evident vond als de sherry thuis vroeger. Zijn omgeving evolueerde mee. Niemand die hem nog vertelde dat hij toch wel dure verjaardagsgeschenken kocht. En zeker niemand die hem vertelde dat de kantoorinrichting, het wagenpark en de obligate teambuildingactiviteiten van zijn bedrijf toch wel wat buitensporige proporties aannamen. Terwijl hij daar stond met zijn stapel borden, bedacht hij dat hij  slachtoffer was geworden van normvervaging. Onbewust en onbedoeld.

Hij schoof aan, plaatste de borden in de vaatwas. Na wat twijfelen besloot het kwakje mayonaise op zijn Versace-hemd te vallen. Hij glimlachte. Een bevestiging dat hij vanaf volgende week veranderingen zou aanbrengen.
“We moeten terug zelf de afwas doen op kantoor”, mompelde hij. Zijn vrouw, die net de vanillepudding naar de eetkamer bracht, keek hem hoofdschuddend aan.