Archief voor October, 2007
Een boterham met Nutella
Hij was geërgerd, zelfs boos en ook wel teleurgesteld. Waarom moest hij een partner hebben die in kaartlegsters geloofde. De discussie aan tafel was bits geweest. Het begon aanvankelijk gemoedelijk. Hoe ze hem vertelde dat ze hoopte dat hun oudste goed door de examens zou geraken. Hij had het immers moeilijk gehad dit jaar. Ze overliepen zijn curriculum en stelden inderdaad vast dat de opleiding die hij gekozen had toch wel aan de grenzen van zijn kunnen lag. Maar goed, hij was de moeilijke kandidaturen doorgeworsteld, restte nog dit examen en dan nog een laatste jaar. Dan zou hij een Master hebben zoals dat vandaag heet. Daarmee stapte hij in de voetsporen van zijn vader. Vader was hoofd van het laboratorium waar de technologie voor de verre toekomst werd ontwikkeld. Hij sprak zelden over zijn werk. De woordenschat alleen al was vermoeiend om te gebruiken. Maar vader voelde er zich in thuis. Hij was wetenschapper met een grote W. Voor hem alleen zekerheden in de wereld. Feiten die konden verklaard worden door hypotheses met experimenten te laten bevestigen. Dat was zijn wereld. Heel anders dan die van zijn vrouw. Ze was altijd al gefascineerd geweest door horoscopen, tarotkaarten en een enkele keer door een handlezer. Ze waren toen op reis in het verre zuiden en ze had zich laten verleiden door een Gitane.
Meermaals hadden ze ruzie gemaakt over de onzin van dat soort prietpraat. Ze geraakten het er nooit over eens. Ook nu niet. Maar dit keer was het anders. De discussie ging over wat hen allebei zeer nauw aan het hart lag, hun zoon. Daar stap je niet zomaar over heen. Opnieuw argumenteerde hij dat de stand van de maan helemaal niet bepalend kon zijn voor de ontwikkeling van je karakter, zoals hij het beschreef. Zij van haar kant beschreef hoe ze vorige week inderdaad een moeilijke dag had gehad, die haar voorspeld was geweest in haar horoscoop. “Toeval”, had hij gezegd, of “voorbedacht handelen.”
Op haar vraag waarop hij zich beriep om zijn ultieme gelijk te rechtvaardigen, argumenteerde hij dat hij proefondervindelijk te werk ging. Fenomenen zijn een gevolg van een te vinden oorzaak. Dat was zijn handelswijze. En tot heden waren zowat alle fenomenen op deze wijze verklaard. Waarop zij natuurlijk verwees naar de kip en het ei, of noem het de Oerknal. Wat was daar dan wel de oorzaak van geweest?
Haar wereld en haar methodes gaven haar houvast. Ze gaven haar de rust om om te gaan met de gebeurtenissen van morgen, de onzekerheden voor de toekomst. Zijn methodes gaven hem houvast om de wereld zoals ze zich aandiende te verklaren. Waarom zou hij dan zeggen dat zijn aanpak juist is en de hare fout? Het hangt ervan af wat je ermee doet. Hij zei dan weer dat ze zich liet drijven door subjectiviteit en emotie terwijl de zijne er één was van objectiviteit en ratio. Hij bande elk vooroordeel weg om met wetenschappelijke juistheid de waarheid vast te stellen.
En toen zette ze hem schaakmat. “Waardoor wordt jij gedreven?”, vroeg ze hem. Hij probeerde te antwoorden:”door de ratio”. De vraag was echter retorisch. “Jij wordt gedreven door je passie, je belangstelling in het zoeken, in het proberen weten. Je beseft niet eens dat je constant in “de wereld van het geloven” vertoeft. Je gelooft dat er een oorzaak te vinden is voor een fenomeen. En omwille van dat rotsvaste geloof, ga je ernaar op zoek. Het is je rotsvast geloof dat je drijft om kennis te vinden. Jullie overwinnen immense obstakels, verslinden geld met jullie experimenten naar onzichtbare deeltjes, waarmee je een halve planeet eten kunt geven. Allemaal omdat jullie overtuiging jullie drijft om kennis te zoeken. Geen enkel rationeel denkend mens zou zich bezig houden met het zoeken naar een quark. Rationele mensen die grijpen gewoon naar de pot Nutella als ze honger hebben.” Waarop ze de pot open draaide en er een dikke laag mee smeerde. De choco puilde uit toen ze haar boterham dicht plooide.
Vier glazen Leffe Blond
Ze mocht het weer eens horen. Dat ze een nerd was, een bizar wezen dat ganser dagen achter computerschermen doorbracht. Op het werk in een gesloten gebouw, de bedrijfszekerheid garanderend, met amper zicht op de open lucht. En thuis in haar kleine bureautje, ergens achterin het huis, met ook veel te kleine ramen. Hoewel dat de beeldschermkwaliteit ten goede kwam.
Aan tafel zaten haar vrienden van vroeger. De één was immobiliënverkoper geworden, de andere kinderopvoedster, nog een ander verkoper van diepvriezers, een tuinman en een advocaat. Zij kwamen tenminste buiten en hun werk bestond uit de dagelijkse omgang met mensen. Ze bleef toch een vreemde eend. Dat hadden ze toen ook al gezien. Toen zij als enige zo’n machine in huis had gehaald waarmee ze thuis voor het televisiescherm rare teksten ingaf die computerprogramma’s bleken te zijn. Het was de tijd waarin een homecomputer nog echt een HOME-computer was. Hij stond centraal in het salon op een bijgezet salontafeltje onder de tv. Later werd het een tuintafeltje want er moest een cassetterecordertje bij geplaatst kunnen worden voor de “externe opslag” en een boek. Toen al kwam ze minder op straat en vonden ze haar niet meer terug in de tennisclub.
Oh ja, er waren wel enkele succesvolle nerds. Die Gates was dan wel steenrijk, maar ze bleef toch lijken op zo’n wereldvreemd schooljongetje met balpennen in de bovenste zak van zijn hemd of jas.
En plots was het haar teveel. Of het nu de overdaad aan pejoratieve adjectieven was, of de invloed van haar derde Leffe, ze stak voor het eerst een monoloog af waar menig Herman Teirlinck-student een punt kon aan zuigen. Dat ze, JA, veel met haar computers bezig was, maar dat dit geenszins een teken van onmenselijkheid was. Evenmin het feit dat ze haar computers zeer persoonlijk benaderde. Voor haar waren het geen koele machines die getallen kraakten en af en toe in de fout gingen. Aan het tikken van de hard disk kon zij inschatten in hoeverre haar pc wel degelijk werkte of zichzelf in de vernieling aan het rekenen was. Het ritme van de pauzes die de zandloper op haar scherm aangaf, was voor haar even betekenisvol als de beat van hun muziek waar ze in het weekend naar luisterden. Kwam dat misschien niet voor bij fervente autofreaks of motorrijders, die elke beweging van een klep konden thuisbrengen? Ook zij konden de gemoedstoestand van hun machines aanvoelen. Waren zij dan ook nerds? Omdat ze de taal begrepen van het niet-menselijke.
En toen haalde ze de klassiekers aan, hoe de tuinman nu wellicht hier niet zou zitten, als hij zijn facturen met pen en papier zou moeten maken, hoe de verkoper van diepvriezers wellicht zou lopen zeulen met massa’s folders terwijl hij nu een overzichtelijke website had en hoe de advocaat nog meer kasten zou hebben met nog meer archief en een nog grotere bibliotheek waar hij nog verder moest naar lopen, terwijl nu alle informatie letterlijk onder de toppen van vingers lag. Zelfs nu, hier in dit café, als hij zijn PDA zou aanzetten. Alleen de kinderopvoedster ontsnapte wat aan haar betoog…tot ze bedacht dat ook zij het internet wel zou raadplegen om speelgoed aan te kopen, of tips te vinden tegen luizen in dat kinderhaar en diets meer.
Computerspecialisten zijn in de eerste plaats specialisten die in een hoogtechnologische wereld werken waarin een andere taal gesproken wordt. Een Chinees begrijp je ook zo makkelijk niet als hij Chinees spreekt.
Bij het horen van deze laatste wat scheve vergelijking schoot de tafel in de lach en zij ook. De Leffe deed nog steeds zijn werk. Haar emotionele betoog had aangetoond dat ze tòch menselijk was, evenveel als de anderen. Evenveel mens, evenveel vlees, evenveel bloed. Evenveel liefde voor het vak en voor haar vrienden. De glazen werden opnieuw gevuld.