Archive for March, 2007

Het paasontbijt

Friday, March 30th, 2007

“De paashaas bestaat niet. Evenmin komen de klokken uit Rome, laat staan gevuld met chocolade-eieren.”
Dit waren de wijze en evenzeer ontnuchterende woorden van mijn zoon, zeven EN een HALF jaar (het halfje is van groot ego-belang) toen ik me bij hem informeerde naar zijn verwachtingen voor de paasvakantie.

Vorig jaar had hij mijn moeder uit haar romantische rol van paashaas gehaald toen hij op Paasochtend, met de aandacht van een voetbalcommentator, haar door het raam van zijn kamer had gade geslaan. Niet de paashaas, maar mijn moeder was dus zo vermetel om die eieren te verstoppen op de meest onmogelijke plekken zodat je half mei nog een gesmolten ei vond in een bloembak. Wat is er mis met het leggen van die eieren op de ontbijttafel, naast het brood en de boter, waar ze uiteindelijk thuis horen? Zou het leven te onopgemerkt voorbij gaan?

Maar goed, de eieren zouden in de tuin liggen en ergens was het maar goed ook. Want ook al was dit vanuit het standpunt van procesoptimalisatie niet aanvaardbaar, een paasontbijt had toch iets meer als er mocht gezocht en bij voorkeur ook gevonden worden.

En dat zette mij natuurlijk weerom aan het denken. In onze bedrijven lopen er geen Paashazen rond en ook geen moeders die pretenderen er eentje te zijn om ons leven spannend te maken. Neen, we hebben ze zorgvuldig weggeoptimaliseerd. Gevolg is dat veel werk verworden is tot een voorspelbaar proces, een saai ontbijt zeg maar, dat u en ik wel eens vaker ervaren op een doordeweekse ochtend. We krijgen de cijfers van de marktanalyse die ons vertellen hoe gelukkig onze klanten zijn. We zijn voorzien van zorgvuldig uitgewerkte excelsheets die ons voorspellen welke winst we mogen verwachten van het volgende nieuwe product (waarbij we uiteraard post hoc vaststellen dat die cijfers fout waren). We worden gedrild om niet meer te geloven, maar om te weten. Meten en weten, dat is het enige dat telt. Dit is helaas onvoldoende. Bedrijven horen mensen te inspireren. Willen we niet dat onze medewerkers betrokken zijn bij hun werk zoals ze zouden zijn bij het zoeken naar paaseieren? Zodat ze bijvoorbeeld spontaan innovatief werken. Dat bereik je niet met meetlatten, excelsheets en cijfers. Er is iets anders nodig om mensen te begeesteren.

Voor Pasen heeft mijn zoon alvast een oplossing voor het probleem gevonden. Mijn moeder is het instrument van de paashaas. Hij, de haas, brengt de eieren de avond voor Pasen, en om te voorkomen dat de eieren ’s nachts zouden nat-regenen, draagt hij mijn moeder op om deze, in zijn naam, ’s ochtends op de door hem aangeduide plaatsen te deponeren. Met deze verklaring verzoent mijn zoon zijn geloof met de dagelijkse realiteit. Hiermee voorkomt hij dat het paasontbijt een “ontbijt” wordt.

Om te besluiten met de woorden van Toon Hermans: “Het is goed iets te weten wat je weten kunt, maar het is zoveel mooier iets te geloven wat je niet kunt weten.”

Een kapot vijfhoekje

Wednesday, March 28th, 2007

Dit verhaaltje hangt aan de muur in het kantoor van de mensen van het autismeprojectteam van vzw De Kiem. Ze begeleiden mensen met een diagnose binnen het autismespectrum om te kunnen werken in het normaal economisch circuit.

Het verhaaltje zou echter niet misstaan in een heleboel kantoren.

Meer info op de website van De Kiem

Een kapot vijfhoekje 

In de wereld van de puntige vierkantjes werd eens een vijfhoekje geboren. Vijfhoekjes waren jammer genoeg niet gewenst bij de puntige vierkantjes. De vierkantjes zegden: “ We breken er wel een hoekje af, dan is het ook een vierkantje.” “Dat ging niet zo makkelijk als ze dachten. Ze timmerden erop los, maar het lukte niet om er een vierkantje van te maken. Het vijfhoekje was nu flink beschadigd. De puntige vierkantjes waren teleurgesteld over het resultaat. Ze gaven het kapotte vijfhoekje dan maar een grote plank, een houten vierkant, met twee kijkgaten erin. Het vijfhoekje moest voortaan altijd die plank voor zich uit dragen, om op een vierkant te gelijken. Zo kon het zich jarenlang in de wereld van de vierkantjes bewegen. Dat vonden de vierkantjes best aanvaardbaar.

Het vijfhoekje werd doodmoe van altijd met die grote zware plank te zeulen. Het bleef maar zoeken en zoeken naar een oplossing om ooit een echt vierkantje te worden. Na lange tijd kwam het uitgeputte vijfhoekje een paar wijze afgeronde vierkantjes tegen. Die zagen er veel vriendelijker uit dan de puntige vierkantjes.

“Hoe kan ik ooit nog een echt vierkantje worden? “ vroeg het vijfhoekje. “Jij? Een vierkantje? Maar …je bent een gewoon vijfhoekje! “ zegde een van de afgeronde vierkantjes.  “Leg die plank nu eens even neer…” De andere afgeronde vierkantjes zagen het nu ook. “Ja! Jij bent een gewoon vijfhoekje! Jij hoeft toch niet te doen alsof je een vierkant bent! Je hebt alleen maar een hoekje meer dan wij, daar is niks mis mee. We kennen er nog zulke, hoor!”

Bij de afgeronde vierkantjes mocht het kapot vijfhoekje dat zware stuk hout eindelijk weggooien. Een paar puntige vierkantjes hadden dat van ver gezien en zegden: “ Oei, nu gaat het heel erg slecht met het vijfhoekje, het lukte altijd zo goed met die plank!” Maar het vijfhoekje wist wel beter.

Uit “ Autisme verteld “ Cis Schiltmans

Een groen paard met vijf poten

Thursday, March 22nd, 2007

Het was het einde van de werkdag.  Uitgeblust van hun drukke dagtaak zaten ze allebei aan de bar bij Spons. Spons was de uitbater van een kleine kroeg. Spons had zijn bijnaam gekregen omdat hij letterlijk alles wat hij aan zijn toog hoorde opzoog. En af en toe, als de gemoederen aldaar te veel verhitten, ging hij er ook met de ‘spons’ over.

Thomas had het vooral over zijn drukke namiddag. En hoe het letterlijk aan zijn lijf vrat. Thomas is een staafje bordkrijt, en verdient de kost aan de School voor Comparatieve Filosofie (www.scfa.be) in Antwerpen. Het was dus een drukke dag geweest want de docent van die dag schreef graag en veel op het bord. De Oude Upanishaden waren blijkbaar stof voor veel data, begrippen en vooral vreemde tekens. Thomas hoopte dat hij zijn gevraagde mutatie kreeg naar de cursus Zenmeditatie. Daar kwamen er in een heel lesuur maar één of twee woorden op het bord. Zenmeditatie verlengt dus letterlijk het leven, het zijne althans.

Maar zoals het de meesten onder ons vergaat, die in een drukdoende en belangrijk lijkende omgeving vertoeven, ze gaan zichzelf belangrijk vinden. Thomas ging wild tekeer tegen Luk, het stompje krijt dat een job had in de keuken van Simonne. Luk’s taak bestond uit het vormen van het extern geheugen van de betrokken huisvrouw. Luk beperkte zijn communicatieopdracht tot “suiker”,” wc-papier”, “kaas” en kwam slechts met het moeilijk woord “Tandoori-chicken” in de buurt van Indië. Maar aangezien Simonne een doordeweekse Vlaamse vrouw was, en zelden exotische gerechten bereidde, bleef Luk vaker in Vlaanderen met “rode kool”.

Thomas had het over zijn opdracht en op welk niveau van transcendentie hij zich wel niet bevond, mensen inwijdend in de grootste geheimen van de Indische wijsbegeerte. Wat hij schreef, was verlichtend. Heel wat anders dan de gewone sterveling eraan herinneren dat het wc-papier op was. Kon je immanenter zijn? Hij vergat weliswaar dat hij het instrument was van de docent. Deze was daarenboven op zijn beurt ook maar de verslaggever van notities uit een ver verleden.  Zijn transcendente waarde was dus heel relatief. Maar opnieuw, als je dagelijks moeilijke woorden gebruikt, ga je op den duur ook moeilijk doen. De discussie ging er bijzonder heftig aan toe. Spons was zich al aan het voorbereiden en had zich in zijn spoelbak voorzien van het nodige water, klaar om de heethoofden wat af te koelen.

Druipend van het water keek Spons door het raam van zijn taverne. Daar, op de stoep, was een kind aan het spelen. Het maakte een schitterende tekening van weliswaar een groen paard met vijf poten. Dik stoepkrijt in het knuistje dat hard over de ruwe tegels schuurde. Het kind tekende omdat het wilde tekenen. En het groen paard was gewoon een groen paard. Het stoepkrijt was stoepkrijt en kweet zich bijzonder waardig van zijn taak, ook al waren de werkomstandigheden hard.

Dat was transcendentie, dacht Spons. Wanneer je gewoon bent – één met het kind, zijn verbeelding en de stoep.

Parabel van Vis en Vogel

Monday, March 19th, 2007

Vis en Vogel zaten samen op een bank en in  de penarie. Hun leven was sedert vorige maand volledig ondersteboven gehaald. En nu zaten ze daar. Noch Vis, noch Vogel waren in staat te doen wat van hen verlangd werd. Respectievelijk te zwemmen en te vliegen, hun deel van de natuur in evenwicht te houden en de mens van een mooi stuk natuurdecor te voorzien. Maar het evenwicht was verstoord, de zee was leeg en geen noot muziek in de lucht.

Twee maand geleden had de eigenaar van zon, zee en lucht een onderzoek laten verrichten naar het gebruik van de natuurbronnen. Hieruit was gebleken dat deze te verkwistend werden aangewend. Geen enkele vis had zoveel water nodig als de zee aanbood. En er was evenmin een vogel die alle beschikbare lucht doorkliefde. Aldus geschiedde het dat men Vogel zoveel lucht aanmat als zijn spanwijdte nodig had, plus 10%. Ook Vis moest het stellen met een cilinder vol water, overéénkomstig zijn romp en vinnen. Afspraken werden gemaakt omtrent de zwem- en vliegafstand. Vis en Vogel bevonden zich in een geoptimaliseerde omgeving.

En nu, net nu de lente kwam, en alles opnieuw moest gaan leven, er vernieuwing en creativiteit in de lucht zou moeten hangen, bleek niets nog te werken. Vis en Vogel zwommen en vlogen niet meer. En Boom kreeg ook geen nieuwe bladeren, nu hij in zijn net afgemeten pot grond stond. Op optimale wijze had men de creativiteit gedood.