Fluo


Ik reed op de R4 – dat is de ring rond Gent die niet als ring aanvoelt. De lus is immers groot en kronkelig, de afritten onvoorspelbaar ver of te dichtbij. In de buurt van één van de afritten staat een auto met richtingaanwijzer aan (en uit) op de parkeerstrook die meer weg heeft van een pechstrook. België is immers het land waar men grote lange wegen heeft met vier rijvakken, die toch geen snelweg zijn want onverwacht verschijnen straten en verkeerslichten. Je mag dan, volgens het verkeersreglement, zonder probleem parkeren langs dergelijke net-niet-snelweg.

Ter hoogte van de wagen zie ik vanuit de verte twee personen op de middenberm. Ik zie ze omdat ze die verplichte fluo hesjes dragen. Ik weet niet waarom hiervoor het woord hesje moest bedacht worden. Ik denk dat het gaat om twee technici die iets aan het herstellen zijn voor het verkeerslicht enkele meters verderop. Of landmeters. Je komt deze ook zo vaak tegen langs onze wegen.

Als ik ter hoogte van de twee hesjes kom, constateer ik dat het om twee ouders gaat. Een man en een vrouw. Ze wieden de ruimte rond het herdenkingskruis van een verkeersslachtoffer. Ze leggen verse bloemen. Ik had dit nog nooit gezien. De kruisjes en platen zien we allemaal maar al te vaak langs de weg. Nooit eerder dacht ik na over wie dit gaat. Het menselijk leed wordt me vanop de eerste rij getoond. Het treft mij recht in het gezicht.

Ik vervolg mijn weg en werk mijn dag af. ’s Avonds, in de zetel, zie ik dat beeld van deze twee mensen, hun leed in fluo gehuld, opnieuw voor me. Het laat me niet los. Ik moet hier iets mee. Ik moet dit opschrijven. Dit is belangrijk. Maar waarom? Ik schrijf vaak over wat ik zie, probeer er dan inzichten uit te halen en deze met de lezer te delen. Nu is er de schroom om dit beeld aan te wenden om een boodschap te verkondigen. Dit beeld is te fragiel, te persoonlijk om zomaar te gebruiken. Dus zoek ik geen inzicht, geen les en geen moraal. Maar schrijf ik het wel op. Gewoon om te tonen dat ik het gezien heb en dat het me trof. Gewoon om deze mensen zichtbaar te maken aan mijn lezers. Dat lijkt me zinvol.

Boten en tonnen


Het regende boten en tonnen(*). En dat deed het al enkele dagen. En toch lachte hij breeduit. De bezoeker voelde zich meteen welkom. Ook al was het weer grauw en de gebouwen eerder saai dan inspirerend. Lange rechte gangen met grote ramen die inkijk gaven in de kantoren. Ze liepen doorheen de assemblagehal waar half-afgewerkte producten hoog in de lucht van lijn naar lijn zweefden. Alles keurig en bijzonder efficiënt. Een toonbeeld van een moderne fabriek die veel aandacht had voor productiviteit. En toch lachte hij breeduit. Het leek een contradictie. Je zou denken dat een bedrijf dat zich zo afgemeten inricht, waar geen bloempot verkeerd staat, elke vorm van menselijkheid buiten de poorten van het fabrieksterrein zou houden. Maar niets bleek minder waar. Waar hij ook met de lachende bedrijfsgids kwam, steeds werd hij, weliswaar vooral keurig, maar met aandacht begroet en, het viel op, steeds werd ook de gids door zijn collega’s hartelijk begroet. Geen gebrom van: weer één die komt storen. Het was de vraag die zich langzaam vormde in zijn hoofd als journalist voor een gerenommeerde zakenkrant: hoe komt het dat men hier zo vriendelijk is in een bedrijf dat met militaire discipline lijkt te zijn georganiseerd? Niet dat militairen niet vriendelijk kunnen zijn, maar toch.

Het antwoord liet niet lang op zich wachten. In de grote vergaderzaal, die van de directie, stond de directeur hem op te wachten. Opnieuw keurig, in het klassieke donkere pak waar zowat 90% van de managementbevolking zich in hult.  Hij leerde dat het bedrijf slechts één prioriteit had: kwaliteit. Nu is dit weerom niet de meest inspirerende prioriteit waar je het van binnen warm van krijgt. We werden ondertussen allemaal aan kwaliteitsprocessen onderworpen en zelden waren ze motiverend. Maar kwaliteit was hier meer dan een managementbedenksel. Kwaliteit was hier als het ware een religie. Al 112 jaar liepen hier producten van zeer hoge kwaliteit van de band. En kwaliteit werd nooit gecompromitteerd. Steeds stond kwaliteit voorop en moest al het andere, van technische snufjes, trendy vormen, snelheid van productie of onderhandelde schapruimte in de winkel, wijken voor dat ene kenmerk. Elke dag werd over kwaliteit gepraat en elke dag werd kwaliteit gecontroleerd. De kwaliteitsmantra.

En dat was zo inspirerend. Die vastgehouden aandacht voor kwaliteit. Die aandacht, daar ging het om. Slechts één prioriteit, één focus, één boodschap. Geen drie, vier of godbetert 10 kernwaarden waar een beetje onderneming zich gedurende een jaartje beweert voor te willen inzetten.  Eén volgehouden waarde.  Deze werd niet alleen meegedeeld, maar beleefd door alle geledingen van het bedrijf. Over een periode van 112 jaar had die focus het bedrijf en al haar producten een legendarische reputatie opgeleverd, waar iedereen trots op was. En waar geen marketingactie tegen op kon. Eén focus, één prioriteit. Het vergde moed en doorzetting om dit 112 jaar vol te houden. Maar het was die oprechte vastberadenheid die er uiteindelijk voor zorgde dat de gids, zelfs in de gietende regen, met een warme menselijkheid die vreemde bezoeker verwelkomde.

(*): het regende boten en tonnen is Catalaans voor ”het regent oude wijven”. In het Catalaans klinkt deze uitdrukking minder beledigend voor oudere dames.

Tekst geïnspireerd op het krantenartikel  “Miele Grazie” uit de Financieel Economische Tijd van 3/1/2012. Van Miele vernamen we dat ze ondertussen reeds 112 jaar bestaan, en niet 102 zoals in het artikel vermeld werd.

Wensen


2011 zit er al weer bijna op en 2012 staat voor de deur.

We willen samen met u het afgelopen jaar in schoonheid afsluiten, zoals u dat van ons gewend bent, met een passend verhaaltje.

We wensen u en al wie u dierbaar is zeer gezellige feestdagen en een mooie start van een sprankelend nieuw jaar.


Met warme groeten,

Jens & Linda


Wensen

Ik wens u eveneens een zeer fijn eindejaar toe.

Dank voor de goede zorgen afgelopen jaar en ook onze wensen voor een nieuw en gelukkig jaar.

Heel erg bedankt om onze Kobe te leren zingen en gelukkig nieuwjaar.

Geniet een verdiende vakantie en beste wensen.

Lieve Juf, jij ook een rustgevend en fijn eindejaar toegewenst.

Lies zal alvast zingen deze kerstavond. Bedankt hiervoor!

Ook een gelukkig nieuwjaar.

Bedankt!

 

Haar anders zo koude beeldscherm, werd gevuld met een niet-aflatende stroom van warme berichten, één enkel automatisch antwoord niet te na gesproken. Allemaal antwoorden op haar nochtans korte en vooral mededelende boodschap over de eindejaarsregeling van haar klas en de praktische afspraken voor het kerstconcertje dat haar leerlingen zouden geven. Ze had haar e-mail afgesloten met een korte persoonlijke kerstwens aan alle geadresseerde ouders van de kinderen in haar klas. En dit was het gevolg.

Vreemd toch, dat we dit als een verrassing zien. Het is zo fijn om eens “merci” te horen, zelfs, of eerder vooral, als het gaat over iets gewoons, iets wat we eigenlijk verwacht worden om te doen, geen uitzonderlijke inspanning. Gewoon doen wat we moeten doen en daarvoor toch nog bedankt worden.

De kerstvakantie kon alvast met een fijn gevoel beginnen.

Mist


Aan een snelheid van 30 km per uur reed hij op de autosnelweg. Normaal ergerde hij zich aan die zone 30’s die op de meest onverwachte plaatsen opduiken en die je een zeer onnatuurlijk gevoel geven als je aan die snelheid met een moderne auto rijdt. 30km lijkt wel op wandelen met een auto en auto’s zijn daar niet voor gemaakt. Ze hebben immers geen voeten. Anderzijds was hij wel blij dat zijn zoon straks bij het binnenwandelen van de school, niet meer zou weggemaaid worden door een laagvlieger. Een paradox heet dat. Een gewetensparadox.

Maar nu reed hij met volle overtuiging aan 30 km per uur over de snelweg. Oorzaak: mist. Je zag geen hand voor je ogen. Het leek alsof je continu tegen een muur aanreed zonder er tegen aan te botsen. De lichten van zijn wagen maakten het alleen maar erger, want hun licht weerkaatste tegen de mist en verblindde hem daarenboven. Hij had nog steeds niet de gewoonte om zijn lichten uit te zetten en enkel met zijn mistlichten aan te rijden. Terwijl hij binnensmonds vloekte dacht hij aan zijn collega die hem altijd zei dat je het goeie in een situatie moest zoeken. Wat was er nu zo goed aan een levensgevaarlijk pak mist? Je zag niet waar je naartoe reed. Je moest stil staan om te zien waar je was. Dat was misschien net het goeie, zo dacht hij plots. Hij reed zo traag en zo aandachtig dat hij allerlei borden, huizen en bomen zag langs zijn parcours. Hij reed hier nochtans elke dag. Al twintig jaar. Maar doorgaans opgejaagd, om op tijd zijn kantoor, zijn doel te bereiken. Nu was zijn doel onzichtbaar ver weg. Misschien zou het wel eens goed zijn om het doel van zijn bedrijf in mist te verhullen, zo dacht hij. Dan zouden hij en zijn collega’s zich misschien meer bewust zijn van waar ze nu staan, en van wat er zich allemaal op de weg naar het doel bevindt?

Het leek een vreemd idee. Haaks op menige managementtheorie. Bedrijfsobjectieven moeilijk zichtbaar maken. Obstakels plaatsen op de weg naar het doel. Obstakels die echte risico’s vormen. Tijdens zijn rit op de E40 voelde hij zich geen moment op zijn gemak. Maar misschien kwam dit het bewustzijn van de onderneming ten goede? Zorgde het voor concentratie en focus?

Plots zag hij de afrit, een kleine kilometer verderop. De mist was even snel verdwenen als ze was opgekomen. Alsof ze er nooit geweest was. Het mistlicht van zijn voorligger stond schreeuwerig, enigszins belachelijk en vooral onnodig te branden. En verblindde hem zelfs. Ook bakens zijn soms zinloos.

Hij reed de parking van zijn bedrijf op. Wat zou hij hen zo dadelijk vertellen? Een heldere boodschap of een mistig verhaal? Hij zou ze eens verrassen.

Lift


Moegestreden staan ze naast elkaar. Schouder aan schouder. Stil. Zonet werd hij nog door hem belaagd. Microfoon onder de neus. Provocerende vraag, waarvan het antwoord al gekend was. Vraag zonder waarde. Maar de studio vroeg erom. Kijkers kijken allang niet meer op. Ze hoeven de antwoorden ook niet meer. Even overbodig. De journalist en zijn onderwerp. Samen in de lift. De dag zit erop. De camera′s draaien niet meer. En dus is het stil. De microfoon opgeborgen. En rijden ze de rit samen naar beneden. Denkend aan thuis. Dit keer zal het niet zo laat zijn. De kinderen zijn nog op. Het eten opgewarmd. Beide gezinnen zullen hen al gezien hebben, in het journaal. Live, maar toch niet echt.″ Waarom die meneer boos was?″ De jongste beschermt zijn vader. Noch hij, noch de journalist had dit ooit gedacht. Allebei idealisten. De één wou de ideale wereld bouwen. De ander zou de waarheid zoeken. Mooie idealen maken harde jongens. Die ideale wereld is verder af dan ooit. Stil. Nog vijf verdiepingen. Hun kroost zit nu vooraan in de gedachten. ″Het is morgen zijn verjaardag″, zegt hij plots over zijn jongste. ″Onze dochter vorige week″, antwoordt hij. ″Ze-Vijf-ven″ zeggen ze in koor. Een korte lach van ernstige mannen. Een nieuwe band is gesmeed. Nog drie verdiepingen en de sfeer is menselijker, warmer. Onder twee kleine zinnen ontdekten ze een stukje mens bij elkaar. De lift stopt. Deur gaat open. En voor het eerst geven ze elkaar spontaan een hand. ″Nog een fijne avond″, zegt hij. ″Tot morgen″, zegt de journalist. Er is elke dag journaal.

Wisselbeker


Het was rumoerig in de backstage, zoals dat wel eens vaker gebeurde. Het waren niet alleen de vele technici, regieassistentes en gasten die zenuwachtig heen en weer liepen, wachtend op een teken om het podium op te stappen, het was vooral het tafeltje links achter het gordijn waar het meeste lawaai vandaan kwam. Het tafeltje, ongeveer een meter bij twee meter groot, stond bezaaid met trofeeën, plaquettes en oorkondes die zo dadelijk, per categorie, zouden uitgereikt worden. De grootste stonden achteraan – ze zouden immers als laatste worden uitgereikt – de kleinste stonden vooraan. Er was een heftige discussie aan de gang tussen die grote kleppers. Het bordje met de inscriptie van de wedstrijd, dat op de sokkel van de hoofdprijs was bevestigd, was losgekomen en hing nu met nog slechts één hoekje, schuin aan de trofee. Een kleverig spoor van lijm, die blijkbaar zijn naam niet waardig was, liep over de sokkel. Het bordje zelf had zich enigszins aan het papieren tafellaken vastgehecht waardoor dit scheurde onder druk van het scherpe plaatje. Het felle podiumlicht had de kleefstof doen smelten, met dergelijke desastreuze vernieling tot gevolg.

“Dit is verschrikkelijk”, brieste de Hoofdprijs, “wat een vernedering!”
“Ze maken ze niet meer zoals vroeger”, trad de Tweede Prijs hem troostend bij, “toen werden de naambordjes nog met schroeven vastgemaakt. Nu moet het allemaal snel gaan en worden we in elkaar gelijmd, in plaats van gelast, gesoldeerd en geschroefd.”
Op de rand van de tafel lag een cadeaubon. Die hoorde bij de vierde tot de tiende prijs. “Jullie zijn niet meer van deze tijd. Wie moet nu nog een trofee? Zelfs al waren jullie geschroefd, jullie komen toch eerst in de kelder, en daarna op de rommelmarkt terecht.”
De bekers, bordjes en pins keken verontwaardigd. “Wij zijn er tenminste nog na een jaar. Als jij je vervaldatum hebt bereikt, is er niets meer van jou terug te vinden.” Het gekibbel ging maar door.

Tot een oude wisselbeker zijn stem liet klinken. Hij was een oude trofee, inderdaad nog geschroefd. Maar van de vier schroeven waarmee de sokkel was vastgemaakt aan de trofee zelf, ontbrak er ééntje en was er een ander vervangen door een te groot en foutief gekleurd doe-het-zelf-schroefje. De beker had zelfs een deuk. Ook al zag je het er niet aan, en werd hij niet als laatste uitgereikt, toch genoot deze trofee het meeste aanzien van hen die hem hadden gewonnen. Hij was immers uniek en moest elk jaar opnieuw worden doorgegeven. Geen jaarlijkse uitgave van iets dat hetzelfde was als vroeger.

“Het gaat niet om jullie”, zei de wisselbeker, ”en ook niet om mij. Het gaat ook niet om een bon. Wij zijn niet nuttig en we moeten dat bij voorkeur ook niet zijn. We zijn niet waardevol omwille van het materiaal waaruit we gemaakt zijn, en wij moeten dat bij voorkeur ook niet zijn. Want dan wordt de aandacht afgeleid van waar het echt om gaat. Het gaat om de waardering die wordt uitgesproken van anderen over iemand wanneer wij worden uitgedeeld. Het gaat om het gevoel dat bij de winnaar ontstaat als zijn inspanningen worden beloond. Wij zijn een symbool. Een symbool voor de emoties die mensen met elkaar willen delen. En het zijn die emoties die ervoor zorgen dat er volgend jaar weer een feest zal zijn, want ondertussen zullen met nog meer enthousiasme de grenzen weer eens verlegd zijn. Deze wereld wordt dan weer een beetje mooier.”

Nazomer


Het gevreesde en enigszins onvermijdelijke gebeurde dan toch. En dan nog op haar eerste werkdag na haar vakantie. Daar zat ze dan.

Ze had op de eerste werkdag besloten dat ze haar lunch met haar collega, die haar vervangen had, zou nemen in de taverne om de hoek. Het terras was zonovergoten. De zomer was nog lang niet van plan om een einde aan zijn tijdperk te maken. Ze zaten samen te genieten van een koel wijntje, wachtend op de twee spaghetti’s bolognaise die ze besteld hadden. Uit eten op de eerste werkdag, dat wel, maar toch niet overdrijven in de keuze van het gerecht. Een bescheiden pasta leek de juiste keuze voor het moment.

De pasta kwam en het ritueel van het ronddraaien van de vorken begon. Wie ooit beslist had dat spaghetti persé bordwalsend moest worden verorberd, weet niemand. Alleen is die onverlaat met zijn idiote eetmethode verantwoordelijk voor veel ellende in de wereld. Zwiepende slierten in een bord met onuitwisbare rode tomatensaus, dat is niet om moeilijkheden vragen, dat is puur culinair en vestimentair sadisme.

En zo kwam het dat zij, op die eerste werkdag, ietwat feestelijk en zomers luchtig uitgedost, een spat rode saus op haar roze topje zag landen. Spat is eigenlijk te veel om het minuscule vlekje te beschrijven dat zich op het fraai gewelfde gedeelte van haar kleding, helaas net onder het decolleté, op de stof had genesteld. Het topje deed wat een mooi en stijlvol topje moest doen. Verhullend tonen wat prikkelend verborgen zat. Borsten, nu versierd met een pigment van tomaat. Het vlekje was haast niet te zien, maar dat was niet haar visie. Smetteloos moest haar kledij zijn. Onzorgvuldigheid kende ze niet. Het was haar handelsmerk, haar eigenschap.

Eerder die dag had ze zich al opgewonden over een gelijkaardig feit. Tijdens haar vakantie had haar collega, de taak overgenomen om de binnenlopende reacties op een nieuwe vacature op te volgen. De collega had wel de mails en brieven netjes geordend, maar hij had nagelaten om de kandidaten een bevestigingsberichtje te sturen, hen dankend voor hun belangstelling en zeggend dat het schrijven in goede orde was aangekomen. Een vorm van elementaire beleefdheid jegens de mogelijk toekomstig medewerker. Het stond immers in de vacature dat hun bedrijf respectvol met zijn medewerkers omging. Helaas had de collega daar niet aan gekoppeld dat je dus best beleefd kon zijn, ook bij een eerste sollicitatiecontact. Het was het eerste vlekje van de dag. Haar job werd onzorgvuldig uitgevoerd door een collega. Ze had dan wel, direct na de ontdekking van dit euvel, nog enkele bedankingsmails uitgestuurd, maar eigenlijk had dit weinig zin. Het was een beetje zoals het water waarmee ze in het toilet van het restaurant haar tomatenvlek probeerde weg te werken. Borsten onder de kraan, een poging tot oplossen. Aanvankelijk is de vlek verdwenen of maakt ze eerder plaats voor een grote waterplas, maar eens het water opgedroogd is, komt de pigmentvlek terug. De sollicitant zal wellicht de laattijdige bedanking appreciëren, maar je kan er zijn eerste indruk van een onbeleefd bedrijf niet mee wegnemen. You never make a first impression twice.

Als je beweert dat je respect hebt voor je mensen, demonstreer het dan in plaats van het alleen maar te zeggen. Zij zou dat doen. Zorgvuldig, professioneel, nauwgezet, correct. Dat was en is ze. Daarom zag ze, zelfs toen ze thuis kwam, nog altijd die vlek als een smet, als een olievlek voor de Mexicaanse kust. Ze keek in de spiegel, schudde meewarig het hoofd, en trok haar topje uit …

Haiku


Als aanloop naar de zomer, geen verhaal, maar een gedicht. En aangezien deze nieuwsbrief in het licht staat van “niets doen”, wu-wei, kiezen we dan ook voor een zo minimaal mogelijke dichtvorm, met name de Haiku.

De Haiku nodigt u bij uitstek uit om even stil te staan en het opgeroepen beeld of gevoel dat de kleine tekst vrijgeeft, te beleven.

 

 

Voor wie niet thuis is in de wereld van de haiku, dit zijn de vormregels die gevolgd moeten worden om over een haiku te spreken:

  • Een haiku telt 3 regels met respectievelijk 5, 7 en 5 lettergrepen (aantal lettergrepen kan soms een beetje variëren, gezien de taalspecificiteit).
  • Een haiku drukt een “NU”-ervaring uit en ligt in de natuur.
  • Het woord Haiku betekent snijden, waarmee aangegeven wordt dat in een haiku twee beelden ten opzichte van elkaar gezet worden.

Hieronder de haiku die ik schreef naar aanleiding van de geboorte van mijn dochter enkele maanden geleden.

Het kleine twijgje
maakt het overvolle bos
wonderlijk groener

Zoals gewoonlijk laten wij tijdens de zomermaanden onze pen even rusten. Vanaf september mag u opnieuw nieuwe verhalen verwachten.

We wensen u een mooie zomer toe en hopen dat u af en toe even gewoon niets doet.

Jens en Linda

Blaadje


Ze hadden hem gezegd dat er iets aan hem veranderd was. Plotsklaps. Eergisteren was het er nog niet. Gisteren was hij er niet en vandaag was hij een ander mens geworden. Zelf had hij het ook gevoeld. Gisteren al. Na de opleiding was hij vol energie huiswaarts gekeerd. Doorgaans was hij, net zoals zovelen, moe en uitgeteld na een lange dag luisteren. Maar niet nu. Nu had de opleiding hem opgeladen. Perfect en compleet.

Hij vroeg zich af wat er aan hem veranderd was. Hij had dan wel in zijn opleiding nieuwe dingen geleerd, maar dat bleek het niet te zijn. Het was de manier waarop hij daar nu stond. Zijn houding was anders. Tot gisteren was hij zoals alle anderen. Hij werkte met plezier en zelfs hard en redelijk toegewijd, zeven op tien zou hij van zichzelf zeggen. Niet zo toegewijd als zijn zoontje die voetbalde. Dat was een negen op tien. Net geen tien op tien, want iets te vaak, meer dan hij aanvaardbaar vond, wou het jongetje niet naar de training. Een tien op tien zou staan springen om geen enkele training te missen. Zeven op tien, dat was zoiets als je job net goed genoeg doen, af en toe zelfs een, weliswaar kleine, extra inspanning leverend, maar zeker niet zo zot als jonge hyperactieve High-Potentials die nog altijd dachten dat hun aanwezigheid niet gewoon relevant maar echt essentieel was.Wat was er dan veranderd? Hij straalde zijn vak uit. Hij stond te popelen om de poëzie van zijn job, heftruck-ploegbaas, te debiteren. Al van ′s ochtends, toen de nachtshift zijn laatste uren draaide en hij al was opgekomen, moest hij het hen vertellen. En het werkte. Begeesterend stond hij te vertellen en met zijn armen te zwaaien. De ploeg keek enigszins vermoeid en verbaasd toe. Maar ook zij geraakten een beetje besmet met zijn enthousiasme en gingen goedgeluimd die ochtend naar huis, dromend van wat hij de mooiste heftruckroute door het magazijn noemde. Niet zomaar de efficiëntste of effectiefste. Hij gebruikte het woord mooiste. Het uitzicht was nochtans behoorlijk monotoon tussen al die rekken. En hij had het over het dansen van zijn heftruck, in plaats van over de draaicirkel.

Hoe kwam dat? Vanwaar die inspiratie? Zijn docent. De docent van de cursus was bijzonder. Hij was uiteraard deskundig. Hij kende zijn onderwerp en hij was pedagogisch onderlegd. Dat is immers de minimum deskundigheid die je mocht verwachten van een docent. Dat je iets weet en dat je ook weet hoe je dit nu moet uitleggen.

Deze docent was naast deskundig, ook echt gepassioneerd. Hij vertelde met gevoel over zijn vak. Hij liep over van liefde voor de heftruck en de wijze waarop je ze allemaal kan inzetten. En hij had ervaring. Hij was ooit zelf heftruckchauffeur geweest.

Hoe hij daar stond was in geen lijstjes te vatten. De klas had het gemerkt toen ze het obligate appreciatieformuliertje moesten invullen over de cursus. Het blaadje voelde bijna als een belediging aan. Kwaliteitscontrole heette het blaadje. Maar hij oversteeg dergelijke kwaliteit. De impact van zijn lesgevende stijl was in geen cijfer te vatten.

 

De weg naar de vrijheid – 16 mei 2011 – Tien dagen kampeerplezier


Liefste dochter,

Of je nu zes, dan wel vijf of zeven, soorten huilen beheerst of niet (zie vorige nieuwsbrief “Zes” ), feit is dat ik er toch enkele in hun betekenis heb weten te ontcijferen en meer, dat ik met een aanvaardbare graad van betrouwbaarheid kan inschatten wat je wenst wanneer je van je laat horen. Dit komt enerzijds omdat je nu bijna 3 maanden in ons midden bent, maar ook omdat ik enkele weken geleden gedurende tien dagen met je op een oppervlakte van pakweg 6m2 heb geleefd (toch weer die zes die de kop opsteekt). We zijn namelijk met je op reis geweest naar Venetië omdat we daar uitgenodigd waren door vrienden. Om een en ander een beetje praktisch te laten verlopen, hadden we besloten om met de camper naar ginder af te reizen. Met z’n drieën dus, je broer moest immers naar school, naar Italië, letterlijk over berg en dal. De Alpen waren immers zo niet nog mooier dan de trappen van Venetië waar we jouw koets over moesten sleuren.

Ook al werk ik doorgaans van thuis uit en is mijn schrijftafel slechts enkele kamers verwijderd van waar jij speelt, toch was deze rit nodig om ons nog dichter bij elkaar te brengen. Thuis beperken mijn taken omtrent jou zich tot het af en toe wat vasthouden en het geven van eten, verversen van luiers op die zeldzame momenten dat je moeder er even niet is. Voor de rest behoor jij eigenlijk tot de rest van het gezinsleven dat eerder het decor dan wel de essentie van mijn dagelijkse handel en wandel is. Niet tijdens de afgelopen tien dagen. Daar is het decor zo klein dat ik er deel van uitmaak, of is het omgekeerd, en dus quasi continue met jou, en met je moeder, bezig ben. Het is tijdens dit verblijf in deze kleine ruimte, vooral tijdens de momenten dat ik, vooraan alleen in de stuurcabine, kan reflecteren en besef hoe gevoeliger ik ben geworden voor je aanwezigheid. Ik mag dan al wel de typische eerder beperkte vaderlijke aandacht hebben geschonken de afgelopen maanden, letterlijk dicht op je huid zitten biedt me toch een meer gedetailleerd beeld, of moet ik zeggen gevoel, bij wat je doet en wie je bent. Ik schrik dat ik dus minder van je wist dan ik dacht. Ik herken een parallel met mijn werk waar ik keer op keer managers probeer te overtuigen om uit hun vergaderzaal te komen en te gaan zitten daar waar de actie zich afspeelt. Pas dan begrijp je echt waar het om gaat. Maar de parallel is slechts beperkt juist. Wat ik heb meegemaakt tijdens onze trip naar het zuiden en terug, was vooral een nieuwe ervaring. Ik begrijp je niet alleen beter, ik voel ook beter aan wie je bent en wat je doet.

In mijn boek De Kikker en de Oceaan heb ik het over ons groeiproces, onze evolutie in onze maturiteit en hoe die maturiteit zich vaak vertaalt in verstand, kennis en inzicht en veel minder in beter voelen, beter aanvoelen. Het is eigenlijk verrassend dat slechts twee maanden, de tijd dat jij er bent, er al voor gezorgd had dat ik meer van je begreep dan ik je kon aanvoelen. Die tien dagen hebben de zaak bijgesteld. Mijn gevoeligheid voor jou is gegroeid, en wat meer is, ze is zelfs gebleven, nu we terug thuis zijn. Hoe duurzaam dit is weet ik niet. Wellicht zal er blijvende aandacht voor die emotionele band nodig zijn, net zoals deze die nodig is om elkaar beter te begrijpen.

Wat moet ik hier nu mee? Is mijn volgend advies naar verstandige managers nu dat ze best samen met hun medewerkers in iets te kleine ruimtes gaan zitten? Het zou de kosten van de huisvesting ten goede komen, maar ik weet niet of de zenuwen op kantoor dan niet hoog gespannen zouden geraken. Om nog maar te zwijgen van het muffe geurtje dat zich in kleine ruimtes toch snel laat ruiken. Of moet ik als volgende teambuildingactiviteit aanbevelen dat elke afdeling er met de zwerfauto op uit trekt voor een tiental dagen? Wellicht zal dit voor de fiscus toch te hoog gegrepen zijn als bedrijfskosten. Ik weet het niet, maar ik heb wel de ervaring dat ook al “wist” ik dat ik aandacht voor je moest hebben, het de onontkoombare, quasi permanente menselijke confrontatie was, die maakte dat ik je als geheel mens beter heb leren kennen.

Ik blijf op zijn minst verdedigen dat managers zich tussen hun mensen moeten bevinden om de realiteit van het dagelijkse (bedrijfs)leven te ervaren en, belangrijk, om hun mensen echt te leren kennen. Uiteraard is er een afgezonderde ruimte nodig voor reflectie. Ik kon deze tekst ook alleen maar schrijven door in enkele uren in mijn cockpit te zitten en te rijden. Maar die enkele uren waren maar een fractie van de tien volle dagen kampeerplezier.
Met lieve groeten,

Je vader.

 

De weg naar de vrijheid – 28 april 2011 – Zes


Liefste dochter,

 

De wereld weet nu dat jij er bent. Niet alleen verdeelden we trots je geboortekaartje, maar met deze reeks brieven werden ook anderen op de hoogte gebracht van je aanwezigheid op deze bol aarde. En zo kwam het dat waar ik ging spreken, ik bij de aanvang van mijn lezing felicitaties mocht ontvangen over jouw geboorte. Nog geen zestig dagen oud en je hebt al een invloed op mijn agenda en mijn omgeving. Ik verwees tijdens mijn recente lezingen trouwens naar mijn hernieuwde ervaring als vader met baby. Je bent nu al een bron van inspiratie. Zo kwam het dat na afloop van een voorstelling, een deelnemer op me afkwam en me inlichtte dat er in Australië een dame is die een studie gemaakt heeft over het gehuil van baby’s. Ze heeft vastgesteld dat er zes soorten gehuil zijn waarmee jij blijkbaar met mij wilt communiceren. Nu heb ik altijd al een gezonde argwaan gehad voor cijfers en getallen – het leven is immers geen getal zoals Toon Hermans zou zeggen  – en dus ook nu. Waarom zes? Een beetje meer zorgvuldige studie had wellicht kunnen eindigen op vier of vijf? Of zeker en vast maximaal zeven. Want dat is het aantal woorden dat wij, volgens de marketingwetenschap, kunnen onthouden. Zes soorten gehuil zal dus wellicht ingefluisterd zijn door een gezond commercieel inzicht. Want via wat gegoogle kon ik al leren dat de dame in kwestie bij Oprah op de bank mocht met haar studie. Het zal de gemiddelde doctorandus niet overkomen. Ik ben de betrokken deelnemer evenwel dankbaar voor zijn informatie want ik had me nog niet afgevraagd of iemand inderdaad al eens had nagedacht over dat gehuil. Een gehuil, dat vertel ik er graag bij, dat jij slechts zeer zorgvuldig verspreidt en quasi nooit tussen middernacht en zes uur ’s ochtends. Wat wil een mens nog meer?

Zes boodschappen heb jij dus in de mouw van je roze pyjama verborgen. Waarop ik me meteen afvroeg wat er zou gebeuren als ik zou vaststellen dat je er maar vijf beheerst? Of dat jij toch, je bent immers MIJN dochter, een zevende unieke schreeuw had bedacht. Op zich redelijk zinloos, want als ze uniek is, zal niemand me kunnen vertellen wat ze betekent, maar toch, zeven is toch al weer meer dan die zes bij de buren. En dat telt natuurlijk ook. Maar vijf, dat zou pas een drama zijn. Bestaan er baby-bijles-coaches?

Zes dus. En daarmee is het eerste getal dat een leidraad moet worden in je leven reeds bepaald. Vele zullen nog volgen en met alle ben ik het oneens. Rapporten, scores, punten, ik verfoei ze vandaag nog meer dan toen ik zelf moest scoren. Zo ook met die schitterende curves waarlangs elke baby moet worden  geplot volgens onze officiële baby-meet- en weegbureaus. Een meetfout van vorige week heeft trouwens jouw mooie vloeiende groeilijn verstoord, want deze week ben je twee centimeter korter dan de week ervoor. Die tabellen en die curves. Ze mogen dan wel de kindersterfte in Europa omlaag hebben gehaald, het bijproduct van deze meetwoede wordt zelden gemeld: overgestresseerde ouders die zich nu reeds zorgen maken over de toelatingsproef van hun baby’s aan de universiteit, kinderen waarvan  hun creativiteit reeds bij de dagmoeder, de crèche en later de peutertuin met behulp van rapporten en metingen, zal vernield worden. Zoals velen geloof ik dat we allemaal creatief worden geboren, maar dat ons opvoedingsmodel de creativiteit langzaam maar zeer doeltreffend verdelgd. We staan dan al wel stil bij ons eenzijdig vormingsmodel voor onze kinderen en doen pogingen om het te verbeteren, maar ik treed Sir Ken Robinson in alle toonaarden bij dat je een gloeilamp niet moet proberen te verbeteren door hem minder energie te laten verbruiken, je moet een nieuwe oplossing voor licht ontwikkelen. Ons vormingsmodel is niet duurzaam, is niet goed voor onze planeet, is zeker niet goed voor onze kinderen. Er is nood aan iets revolutionairs nieuws, zoals de LED de gloeilamp moet vervangen.

Ik herhaal graag het citaat van William Butler Yeats uit zijn gedicht Tread Softly (vertaald):

 

Als ik hemels geborduurde kleren had,
doorweven met gouden en zilveren licht,
het blauwe en het schemerige,
en het donkere kleed
Van nacht en licht en het halflicht,
ik zou de kleren onder je voeten spreiden.
Maar ik ben arm en heb enkel mijn dromen;
ik heb mijn dromen onder je voeten gespreid,
stap zacht, want je stapt op mijn dromen

Overal, elke dag spreiden kinderen hun dromen onder onze voeten. We moeten zacht stappen.

Ik hoop dat we, tegen de tijd dat jij naar school gaat, een nieuw model hebben gevonden. Ik vrees er weliswaar toch wel voor.

Veel liefs

Je vader

De weg naar de vrijheid – 1 april 2011 – Droge luiers

Voorwoord

In navolging van de publicatie “Erfenis uit de toekomst”, een reeks brieven die ik in 2010 aan mijn zoon van toen 10 jaar schreef om ze door hem te laten lezen binnen 20 jaar, komt er in 2011 een reeks brieven gericht aan mijn kersverse dochter. De naam doet er opnieuw niet toe, mijn dochter moet geen BV worden. Maar ze is wel op 1 maart 2011 geboren.

Deze reeks krijgt als titel “De weg naar de vrijheid” en verwijst naar de evolutie die elk van ons doormaakt en dus ook mijn dochter. Mijn dochter is sedert één maand al iets vrijer dan toen ze nog geborgen zat in de baarmoeder van haar moeder. Ze heeft zich letterlijk een weg naar de vrijheid gebaand, evenwel geholpen door een vrijheidsstrijdende gynaecoloog en vroedvrouw. Het is haar eerste stap. Voor het overige is ze nog geheel afhankelijk van ons. Als wij haar niet voeden en verzorgen, dan haalt ze het niet. Later, binnen 20 jaar, zal ze eerder denken dat, als wij niet ophouden met haar te voeden en te verzorgen, dat ze het niet zal halen. Dan zal ze weer een stukje vrijer zijn. Zo is dat voor mijn dochter, zo is dat voor mij en zo is dat voor u, de lezer. Dat is ook zo voor een bedrijf dat net werd opgericht en amper op eigen benen kan staan. Als het de kans krijgt om volwassen te worden, dan zal het bedrijf vrijer geworden zijn.

Daarover wil ik schrijven, over deze weg naar de vrijheid. En stil staan bij de prijs die we daarvoor betalen. Want de reis is niet gratis. Ik weet nu al dat mijn dochter haar onschuld als prijs zal betalen voor haar volwassenheid. Nu vergeven we haar alles nog en zien we alleen het goede. Later, als de onschuld weg-geërodeerd zal zijn, zullen we soms woorden hebben, haar misschien zelfs eens niet geloven als ze beweert dat ze haar huiswerk echt wel gemaakt had. Ook dat maken we in onze carrière, in onze bedrijfsgroei mee.

We verliezen ook de verwondering, de naïviteit. Een kind ziet zoveel meer mogelijkheden dan de beste expert, zegt het spreekwoord. En dat is ook zo. Naarmate je ouder wordt, nemen je mogelijkheden af, of ten minste zo denken we vaak.

Daarover gaat deze reeks. Over de weg naar de vrijheid. Brieven gericht aan mijn pasgeboren dochter, in de hoop zo lang mogelijk haar onschuld en verwondering te borgen. U vindt een eerste verhaal in deze reeks hieronder.

Veel leesplezier.

 


Verhaal – De weg naar de vrijheid – 1 april 2011 – Droge luiers

 

Liefste dochter,

Dit is een eerste brief over jouw weg naar jouw vrijheid. In het beste geval kan je deze brief binnen zes jaar lezen. Begrijpen zal wellicht meer dan tien jaar geduld vragen. We hebben dus even de tijd.

Sedert één maand ben jij onderweg naar jouw vrijheid. Je eerste bijzonder grote stap heb je al gezet. Welke baanbrekende toeren je ooit uithaalt, dergelijke grensverleggende stap komt er hoe dan ook niet meer. Je hebt je letterlijk losgerukt van je moeder waarin je veilig geborgen zat. Op 1 maart koos je voor een zelfstandig bestaan, hoewel die keuze niet jou toekwam, maar een gevolg was van moeder natuur. Mensenkinderen gaan, prematuur weliswaar, zich al na negen maanden losrukken van hun moeder. Sedert we rechtop zijn gaan lopen, zijn onze hersenen buiten proportie gegroeid. En mochten we deze eerst laten volgroeien, dan zouden we niet meer uit die baarmoeder geraken. Dus werd je prematuur geboren. Pre-matuur. Oftewel, vooraleer je volledig ontwikkeld was. Met een schedeltje dat zich nog kan plooien om eruit te geraken. De natuur is toch briljant in het vinden van oplossingen voor problemen. Het rechtop lopen van de mens is misschien wel een mooie metafoor voor het feit dat wij er de rest van ons leven vaak veel te vroeg vandoor gaan. We hebben te weinig geduld en luisteren te weinig naar de natuur. Het zit in je genen ingebakken. Het zal wellicht nog onderwerp zijn van onze latere correspondentie. Anderzijds maken die niet volledig afgewerkte hersenen het mogelijk dat wij, je (voor)ouders, je nog iets kunnen leren, je iets kunnen doorgeven. En zo zal jij meer weten dan wij wisten op jouw leeftijd. Evolutie heet dit en het heeft ons al veel vruchten gegeven. Je plooibaar schedeltje met zijn fontanellen is dan weer de perfecte metafoor voor de “open mind” waarmee je letterlijk geboren wordt. Naarmate de fontanellen sluiten, zal de flexibiliteit van je denken ook verminderen. En zelfs je zo geroemde kinderlijke onschuld. Het is een lot dat we niet kunnen ontlopen.

De eerste vragen over die onschuld waarmee je geboren werd, duiken al op. Toen je de eerste dagen huilde, waren we zeker dat je ons een teken wou geven. Honger of volle luier, veel meer had je niet te melden en veel meer behoeftes dan eten en een schone broek had je niet. Na een maand doken al twijfels op. Zoekt ze niet wat aandacht? Mogen we je bij het minste geschrei oppakken en sussen, of leggen we daar al de kiem voor een later rotverwend en onhandelbaar prinsesje? Een arts in de familie stelde ons gerust: tijdens die eerste maanden kan je hen niet verwennen. Er treedt geen gewenning op bij het knuffelen en baby’s van enkele maanden oud zijn niet in staat om een knuffelstrategie te bedenken om zo de weg van de minste weerstand voor opgroeien te vinden. We zijn nu nog even gerustgesteld. Maar toch. We hebben ons toch die vraag gesteld.

Wat zegt dat dan over ons? Waarom gaan we ervan uit dat jij misschien nu al een verborgen agenda zou hebben? Hebben wij er dan ook één? Of werden we te vaak met deze agenda’s geconfronteerd? Is het een eigenschap van onze soort om een agenda te hebben die we liever niet delen met anderen? Vormt die harde schedel met dichtgegroeide fontanellen, die elk van ons heeft, een schild waarmee we ons isoleren van de ander?

Het is iets waar ik de komende weken, tot ik je opnieuw schrijf, even wil over nadenken. In afwachting mag je erop rekenen, dat we je met een kort gebaar van jouw kant, zullen voorzien van eten, drinken en droge luiers. Laten we dat alvast afspreken.

Veel liefs.

Je vader

Garnalen en reistassen


Voor hem lagen twee teksten op zijn bureau. Een vier-kolommenlang artikel uit wat de volksmond een kwaliteitskrant noemt en een velletje getypt A4, in drie geplooid omdat het in een lange smalle zakelijke enveloppe werd afgeleverd. Het A4’tje was geschreven door een huisarts die haar huisbezoeken aflegt in een Japans kwalitatief klein autootje van het merk waarmee je niet opgemerkt wordt als je langs terrassen flaneert. Bescheiden is een understatement. De inrichting van het kabinet van de betreffende huisarts doet vermoeden dat deze dateert van het moment dat ze afgestudeerd was, zo’n kleine dertig jaar geleden. De tekst betrof een lofzang op het leven. De huisarts had bij de geboorte van zijn kind niet zomaar een kaartje met voorgedrukte wensen geschreven, ze had op een wit stuk papier, zonder illustratie, een boodschap neergetikt met haar computer. Hierbij verwees ze uiteraard in eerste instantie naar het kind en spiegelde ze haar een prachtige toekomst voor. Ook de ouders, zelfs de grootouders en andere familieleden passeerden de revue en werden fijne eigenschappen toegedicht van liefde en zorg voor het kind. Nu gebeurt het wel vaker dat mensen een dergelijke brief schrijven maar het viel hem op hoe treffend de huisarts in amper twee zinnen de kwaliteiten van al deze bovengenoemde personen kon samenvatten, in een taal die door iedereen te begrijpen viel. Het viel hem op omdat de huisarts geen arts van dure medische woorden was. Het was een huisarts die de taal van het volk sprak, die zich tussen het volk bevond. Dat volk had soms weinig of geen centen om een medisch advies te betalen, maar deed het dan maar, anno 2011, volgens eigen mogelijkheden, door de arts soms te bedanken met een emmertje vis of een kilo verse garnalen. De fiscus zou dergelijke gezondheidszorg wellicht niet appreciëren.

De huisarts, met een bijzonder inzicht in haar patiënten, meer dan emotioneel intelligent, met een autootje zonder merk, een bijzondere persoon, verpakt in een simpel krantenpapier. Je komt ze niet vaak tegen.

Het krantenartikel had het over dure reistassen, nodig om een reis naar het Verre Oosten te maken. Een dure reis, nodig om protocollaire redenen. Om ons land te laten uitblinken op internationaal veiligheidsvlak. We zouden eens laten zien dat het land van Maigret zijn naam meer dan waardig was door haar politiechef als een visitekaartje met blinkende knopen op het uniform in de woestijnzon te laten schitteren. Vier kolommen waren nodig om te proberen motiveren waarom exclusieve tassen en honderdduizend euro toch wel essentieel waren om de job te kunnen doen. Nu kan ik me iets voorstellen bij het budget dat nodig is om een spaceshuttle te lanceren, maar ik ben ook al eens op reis geweest, organiseerde ook al eens een receptie en weet hoe veel een gefrituurd loempiaatje kost. Het artikel was wellicht te kort om mij echt te kunnen overtuigen.

Een beduimeld A4’tje met een paar rake, mooie, zorgende zinnen, geschreven door een meer dan bescheiden levensredder. Vier krantenkolommen over een blinkende kepie, vol testosteron, ego en dure merken, die het niet hadden over hoe je burgers beschermt.

Hij keek naar beide artikels. Hij adviseerde bedrijven bij hun management. Hij probeerde dat management iedere keer opnieuw te overtuigen om wat meer bescheidenheid aan de dag te leggen, om wat meer te luisteren en die grote logo’s even achterwege te laten. Hij reed weliswaar zelf niet met een klein Japans autootje en had toch wel een mooi bureau met passende stoelen en een schilderijtje aan de muur. Waar zat hij in zijn aanpak? Demonstreerde hij wel wat hij predikte? Of had hij teveel woorden nodig om het evidente te zeggen? Hij moest toegeven dat hij zo groots niet was als de huisarts, maar gelukkig nog niet zo klein als de politiechef. Maar deze twee artikels, naast elkaar op zijn bureau, deden hem nadenken en beseffen dat het toch wel nog beter kon.

Lezingen maken


Het was zondag en voor het eerst sinds lang ging hij naar de cinema. Tot zijn verbazing was er een bijna meer dan gezellige drukte in het complex. De tijden dat de cinema nog gekenmerkt werd door een verborgen opgewondenheid die je bij de bezoekers kon voelen, niet zien of laat staan horen, waren reeds lang vervlogen. Een pretparkachtige sfeer verwelkomde hem te midden van allerlei rekken met snoepgoed, ijsjes, dvd’s en andere merchandising. Hij baande zich een weg door de consumerende massa en zocht zijn zaal en stoel op. Controles waren allang niet meer nodig. Een computer verklikte met een rood stoeltje op een breedbeeldscherm aan de hele wereld of je al dan niet betaald had voor je zitplaats. De vriendelijke en oogstrelende juffrouw aan de ingang was nu een plasmascherm.

De film heette Rundskop en was de nieuwste en beste van lokale bodem. Ook hij kon naderhand, na een algehele onderdompeling in de vetmesterswereld, alleen maar bevestigen dat het een steengoede film was, van het soort dat je nog maar weinig zag. Beeld, verhaal, muziek, regie, acteren, alles paste als een klassieke symfonie in elkaar. Hij had een gevoel voor taal, verhaal, muziek en beeld, want in zijn vak speelden deze ook vaak een belangrijke rol.

Die avond zag hij ook de eerste aflevering van een met evenveel trompetgeschal aangekondigde nieuwe topreeks, weerom een lokale productie. Een serie die zich afspeelt tegen Vlaanderens grootste koers, De Ronde van Vlaanderen. Hij keek en gromde tevreden. De eerste aflevering, die haast geen verhaal had, beviel hem. En net omdat hij eerder die dag die film had gezien, merkte hij parellellen op tussen beide. Was het misschien dat wat maakte dat hij de beide producties kon smaken? Muziek en beeld waren in beide gevallen zeer zorgvuldig gekozen, wellicht een groot aanbod aan geschoten footage zoals men in het vak zegt. Beeldmateriaal. Kilometers film of eerder gigabytes video tegenwoordig. Muziek en beeld, in beide gevallen van een impressionistische aard. Met een zeer groot vakmanschap gemonteerd zodat de verhaallijn perfect opgetild of ondersteund werd naargelang de behoefte.

Zijn vak speelde zich af in de wereld die in de boekenwinkel onder “economie en management” werd geklasseerd. En dan nog zeer specifiek in de afdeling congressen, seminaries, lezingen en vergaderingen. Je moet goed zoeken om een poëtisch beeld in deze rekken terug te vinden. En toch regeert ook daar de passie, zie je net zoals bij regisseurs en acteurs oplaaiende emoties, teleurstelling, woede en geluk. Maar er wordt te weinig zorg besteed aan de vorm, het beeld, de muziek. Behalve buitensporige aandacht voor een logo, de bedrijfskleur en het lettertype, regeren verder alleen cijfers en letters. Stel je een film voor waarbij men enkel de opening van mooie beelden voorziet en verder de acteurs gewoon voor een witte achtergrond zet om elk hun rol voor te lezen. Dit is nochtans wat je vaak ziet bij een lezing of congres. Een opsomming van cijfers, voorgelezen door een niet eens geoefend spreker. Hiermee willen we dan de toehoorders inspireren. Onze medewerkers motiveren. Onze klanten overtuigen.

Na deze bedenking zette hij zich weer aan zijn computer en begon opnieuw en zeer zorgvuldig te zoeken naar het juiste plaatje dat moest illustreren wat hij wou vertellen op het seminarie waarvoor zijn klant hem had uitgenodigd. Noch Roskam, noch Eelen hadden het zo bedoeld, maar ze inspireerden hem tot het volhouden van zijn ambacht: lezingen maken.

Apotheek met wachtdienst


Moe maar voldaan was hij vrijdag om elf uur ’s avonds naar huis gereden. De laatste klant bediend. Terwijl hij zich twee maanden eerder druk had gemaakt omdat hij pas om zeven uur was thuis gekomen als gevolg van een installatie die hij persé moest starten om vier uur in de namiddag. Ongehoord vond hij het. Zijn dispatcher had hem gebeld. Een klant had dringend een digitale televisieaansluiting nodig om de match in het weekend te kunnen zien. En aangezien de directie beslist had om klantgericht te werken, moest hij die vrijdag om vier uur nog aanvangen met een installatie. Hij wist dat dit zou uitlopen. Klantentevredenheid. Het stond zelfs op zijn bestelwagen geschreven. Zo kon hij het niet vergeten.

Maar dat was twee maanden geleden. Nu was het elf uur en was hij gelukkig. Wat was er veranderd? Hij vroeg het zich af.

Hij was zelfstandig geworden. Was dat het? Neen. Hij was nu zelfstandig installateur van allerhande telecommunicatiemateriaal en deed min of meer hetzelfde als toen hij voor die grote netwerkoperator werkte. Het werk was hetzelfde, de klanten eigenlijk ook. En ook hij stelde belang in klantenservice. Anders zou je niet tot elf uur ’s avonds zitten sleutelen onder een tafel in een veel te klein en donker hoekje.

Maar hij had slechts 3 klanten bediend die dag, in tegenstelling tot vroeger waar hij een quotum van 5 of liefst 6 moest halen. Anders lag zijn productiviteit lager dan het gemiddelde en kreeg hij een slechte evaluatie. Bij de laatste klant hij had nochtans zeer efficiënt gewerkt. Hij was een professional en kende zijn vak. Maar toen, om 19u, gebeurde er iets. Het zoontje van de klant had koorts gekregen en de moeder had een apotheek nodig. Omdat ze niet goed overweg kon met het internet, had hij voor haar opgezocht wie de apotheek met wachtdienst was en had hij op mappy.com de bijhorende wegbeschrijving opgezocht en afgedrukt. Het had hem zeker een uur werk gekost, temeer daar de printer des huizes aanvankelijk niet mee wou. Zoiets zou ondenkbaar geweest zijn twee maanden tevoren. Toen was hij installateur met een welbepaalde opdracht en had hij geleerd de focus te bewaren op het in bedrijf stellen van de toestellen van zijn bedrijf. Alleen zo kon hij 6 klanten per dag halen. “Geen koffie aanvaarden” ,had men hem ingeprent. “Geen praatje met de klant na de installatie”. Want al die praatjes met al die klanten waren op het einde van de week goed voor 8 werkuren, zo had een consultant becijferd, een hele werkdag. Verloren gegaan aan praatjes. Hij zag de consultant voor hem staan, op dat bedrijfsseminarie waar hij en zijn collega-installateurs naar toe moesten. Iedereen moest door een “klantengerichtheidsbad” zo klonk het. Er werd geïnvesteerd in de mensen …

Het had hem uitgehold. Zes installaties per dag. En één doos Nurofen per maand ondertussen. Hij was een lege overall met het logo van zijn bedrijf erop geworden. Erin zat geen mens meer, maar een geoptimaliseerd stukje anonieme arbeid, een human resource. Zijn ziel was weg. Zijn werkvreugde. Van de fierheid op zijn eerste werkdag toen hij ook zo’n logo mocht dragen, was na amper één jaar, niets overgebleven.

Hij had zijn overall met logo over de haag gegooid en een klein bestelwagentje gekocht. Hij zou het anders aanpakken. Hij had zelfs geen logo, maar wel terug tijd voor de klant. Voor het praatje, voor het zoeken naar de apotheek. Maar als hij werkte was het hard en efficiënt. Hij had immers omzet te realiseren. Anders kon zijn nieuwe auto niet afbetaald worden. De risico’s waren groot. Hij voelde zich terug gelukkig.

Hij vroeg zich af of hij zou moeten groeien? Kon hij morgen personeel aanwerven om voor hem installaties te verzorgen? Of zou hij in dezelfde val trappen als zijn vorige werkgever? Kon je je personeel gewoon vertrouwen? Of moest je hen wantrouwen en quota opleggen? Hij vroeg het aan zijn vrouw. En zoals altijd antwoordde ze met een vraag die het antwoord was: “Ben jij dan de enige die zijn werk goed wil doen?” Dicht tegen haar aankruipend viel hij in slaap.

Inschrijven voor verhalen
We publiceren regelmatig nieuwe verhalen. Schrijf hier in en ontvang twee keer per maand onze nieuwsbrief met een nieuw verhaal en interessant nieuws in je mailbox.
Jens in ‘t kort
inspireren comparatieve filosofie innovatie regisseur reorganisaties software testing adviseur acteur passie Ulrich Libbrecht vader eigen bedrijven spreker Charles Handy samenwerken David Maister Sumantra Ghoshal lesgever timmeren motivatie Willem Vermandere Toon Hermans verhalenverteller percussie schrijver
Meer over Jens Pas